volgende
vorige
items

Nieuws

Recentste evaluatie laat zien dat de natuur in Europa onophoudelijk en ongekend snel achteruitgaat

Taal wijzigen:
Nieuws Gepubliceerd 19-10-2020 Laatst gewijzigd 23-11-2020
5 min read
Photo: © Terezie Polívková, REDISCOVER Nature/EEA
Niet-duurzame land- en bosbouw, stedelijke wildgroei en vervuiling zijn de belangrijkste oorzaken van de drastische achteruitgang van de Europese biodiversiteit, die het voortbestaan van duizenden diersoorten en habitats bedreigt. Bovendien worden de natuurrichtlijnen van de Europese Unie (EU) en andere milieuwetten nog steeds niet voldoende toegepast door de lidstaten. De meeste beschermde habitats en soorten verkeren niet in een goede instandhoudingstoestand en er moet veel meer worden gedaan om de situatie te keren, aldus het vandaag gepubliceerde rapport van het Europees Milieuagentschap (EEA) ‘Stand van de natuur in de EU’.

Onze beoordeling toont aan dat de manier waarop we voedsel produceren en consumeren, bossen beheren en gebruiken en steden bouwen fundamenteel moet veranderen om de gezondheid en veerkracht van de Europese natuur en het welzijn van de mensen veilig te stellen. Deze inspanningen moeten gepaard gaan met een betere uitvoering en handhaving van het natuurbehoudsbeleid, een focus op natuurherstel en steeds ambitieuzere klimaatmaatregelen, met name in de vervoers- en energiesector.

Hans Bruyninckx, uitvoerend directeur EEA

Het merendeel van de in de hele EU beschermde soorten, zoals de sakervalk en de Donauzalm, en de habitats uiteenlopend van grasland tot duinen in heel Europa gaan een onzekere toekomst tegemoet, tenzij er heel snel meer wordt gedaan om de situatie te keren, aldus het EEA-rapport “State of nature in the EU — Results from reporting under the nature directives 2013-2018”. Het EEA-rapport wordt tegelijk met het rapport over de stand van de natuur van de Europese Commissie gepubliceerd en biedt informatie over de voortgang die geboekt is bij het verwezenlijken van de natuurwetgevingsdoelstellingen van de EU. 

Het EEA-rapport laat positieve ontwikkelingen in de inspanningen voor natuurbehoud zien. Zowel het aantal beschermde gebieden in het kader van het Natura 2000-netwerk als hun oppervlakte zijn de afgelopen zes jaar toegenomen. De EU heeft daarbij de mondiale doelstellingen gehaald door ongeveer 18 % van haar landoppervlak en bijna 10 % van het zeegebied te beschermen.

Deze ‘Stand van de natuur’-beoordeling is de meest uitgebreide gezondheidscontrole van de natuur die ooit in de EU is uitgevoerd.

Virginijus Sinkevičius, commissaris voor Milieu, Oceanen en Visserij

De algemene vooruitgang is echter niet voldoende om de doelstellingen van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 te bereiken. De instandhoudingsstaat van de meeste beschermde habitats en soorten is gebrekkig of slecht, en gaat verder achteruit, aldus de beoordeling van het EEA. Van de drie belangrijkste onderzochte groepen lopen de habitats en vogels bijzonder ver achter, terwijl voor de groep niet-vogelsoorten de doelstelling bijna gehaald is.

Virginijus Sinkevičius, commissaris voor Milieu, Oceanen en Visserij, verklaart: “Deze ‘Stand van de natuur’-beoordeling is de meest uitgebreide gezondheidscontrole van de natuur die ooit in de EU is uitgevoerd. Er blijkt heel duidelijk uit dat we ons vitale levensondersteuningssysteem  steeds verder kwijtraken. Maar liefst 81 % van de habitats op EU-niveau verkeert in slechte staat, waarbij veengebieden, graslanden en duinhabitats het snelst achteruitgaan. We moeten dringend de toezeggingen uit de nieuwe EU-biodiversiteitsstrategie nakomen om deze achteruitgang om te buigen ten gunste van de natuur, de mensen, het klimaat en de economie.”

 “Onze beoordeling toont aan dat de manier waarop we voedsel produceren en consumeren, bossen beheren en gebruiken en steden bouwen fundamenteel moet veranderen om de gezondheid en veerkracht van de Europese natuur en het welzijn van de mensen veilig te stellen. Deze inspanningen moeten gepaard gaan met een betere uitvoering en handhaving van het natuurbehoudsbeleid, een focus op natuurherstel en steeds ambitieuzere klimaatmaatregelen, met name in de vervoers- en energiesector,” stelt Hans Bruyninckx, uitvoerend directeur van het EEA.

Belangrijkste bedreigingen voor de natuur

Intensieve landbouw, stedelijke wildgroei en de niet-duurzame bosbouwactiviteiten vormen de grootste druk op habitats en soorten, aldus het EEA-rapport. Vervuiling van lucht, water en bodem heeft ook gevolgen voor de habitats, net als de voortdurende overexploitatie van dieren door illegale oogsten en de onhoudbare jacht en visserij.

Deze bedreigingen worden nog verergerd door veranderingen in rivieren en meren, zoals door dammen en wateronttrekking, door het invoeren van invasieve uitheemse soorten en door de klimaatverandering. Het opgeven van landbouwgrond draagt bij aan de aanhoudende achteruitgang van semi-natuurlijke habitats, zoals graslanden, en hun soorten, zoals vlinders en akker- en weidevogels.

Vooruitzichten

Het rapport wijst ook op enkele positieve ontwikkelingen, meestal op nationaal of regionaal niveau. Voor een aantal soorten en habitats is de situatie verbeterd, zoals voor de springkikker in Zweden, de kustlagunes in Frankrijk en de lammergier in de hele EU. Dankzij het Natura 2000-netwerk zien we positieve effecten voor veel soorten en habitats. Zo hebben kust- en duinhabitats die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen, een betere instandhoudingsstaat dan habitats die niet of nauwelijks onder Natura 2000 vallen.

Beleidsmatig is er ook hoop vanwege de nieuwe EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 en de ‘van boer tot bord’-strategie, beide kernelementen van de Europese Groene Deal. De biodiversiteitsstrategie heeft tot doel het netwerk van beschermde gebieden te verstevigen en uit te breiden, een herstelplan op te stellen en ervoor te zorgen dat de ecosystemen gezond zijn, bestand zijn tegen klimaatverandering, rijk aan biodiversiteit zijn en het scala aan diensten leveren dat essentieel is voor de welvaart en het welzijn van de burgers.

Naast deze nieuwe beleidsmaatregelen zijn extra inspanningen nodig om de monitoringcapaciteit van de lidstaten ter ondersteuning van de doelstellingen te verbeteren. Momenteel ontbreken er nog veel gegevens, met name over mariene soorten en habitats. Er zijn ook meer gegevens nodig om de rol van het Natura 2000-netwerk volledig te kunnen evalueren. Ten slotte moet de toepassing van de EU-wetgeving aanzienlijk worden verbeterd.

Stand en tendensen

  • Voor ongeveer de helft (47 %) van de 463 vogelsoorten in de EU is de vogelstand goed, wat 5 % minder is dan in de vorige rapporteringsperiode 2008-2012. Het aandeel vogels met een slechte of erbarmelijke vogelstand is de afgelopen zes jaar met 7 % gestegen tot een totaal van 39 %.
  • Op nationaal niveau heeft ongeveer 50 % van de verbetering van de populatietrends voornamelijk betrekking op wetland- en zeevogels waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, zoals de casarca of de zwarte zeekoet. Broedvogels, zoals de kraanvogel en de rode wouw, maken het grootste deel uit van de gerapporteerde verbeteringen in populatietrends. Dit is te danken aan de uitvoering van de habitatbescherming of  -herstel, en aan de verbetering van kennis, toezicht en bewustwording.
  • De instandhoudingsstaat is in slechts 15 % van de habitatbeoordelingen goed, terwijl die op EU-niveau in 81 % van de beoordelingen gebrekkig of slecht is. Graslanden, duinen en moeras-, slik- en veenhabitats vertonen sterk verslechterende trends, terwijl bossen de meest verbeterende trends tonen. In vergelijking met de vorige rapporteringsperiode is het aandeel van de habitats met een slechte instandhoudingstoestand met 6 % gestegen.
  • Mariene regio’s hebben veel beoordelingen met een onbekende instandhoudingsstaat, wat het algemene gebrek aan gegevens over soorten weerspiegelt.
  • Op EU-niveau heeft Ongeveer een kwart van de soorten een goede instandhoudingstoestand, wat neerkomt op een stijging van 4 % ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode. Reptielen en vasculaire planten, zoals de Italiaanse muurhagedis, de hoefijzerslang, de harige agrimonie of de grote gele gentiaan, hebben het grootste aandeel soorten in de goede instandhoudingtoestand (35 %).

Achtergrond

De EU-natuurrichtlijnen – de habitat- en de vogelrichtlijnen – vereisen instandhoudingsinspanningen voor meer dan 2 000 soorten en habitats in de hele EU.

De beoordeling van het EEA, die is gebaseerd op de gerapporteerde gegevens van de EU-lidstaten, vormt de grootste en meest uitgebreide gegevensverzameling en -rapportage die in Europa wordt uitgevoerd over de stand van de natuur. Meer dan 220 000 mensen (waarvan 60 % vrijwilligers) in de hele EU hebben aan dit proces bijgedragen.

De geanalyseerde gegevens hebben tot doel de successen en tekortkomingen in het natuurbehoud, de belangrijkste drukken en bedreigingen en de stand van zaken met betrekking tot de huidige beschermingsmaatregelen in kaart te brengen.

Permalinks

Geographic coverage

Temporal coverage

Documentacties