Het EEA volgt de vorderingen van Europa bij het realiseren van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 29-01-2018 Laatst gewijzigd 24-05-2018
5 min read
De Europese Unie (EU) heeft zich gecommitteerd aan verscheidene klimaat- en energiedoelen. Hiervoor moet de uitstoot van broeikasgassen beperkt en de energie-efficiëntie verbeterd worden en moet het gebruik van hernieuwbare energiebronnen toenemen. Hoe volgt het EEA de vorderingen die de EU-lidstaten maken bij het realiseren van deze doelen? We hebben het gevraagd aan Melanie Sporer, EEA-deskundige op het gebied van energie en bestrijding van klimaatverandering. Ze legt uit welke rol het Agentschap vervult bij deze taak. Ook vertelt ze over de jaarlijkse voortgang die in het meest recente verslag “Trends en prognoses” zijn gedocumenteerd.

 Image © Perry Wunderlich, NATURE@work /EEA

Waarom brengt het EEA een rapport “Trends en prognoses” uit en waarom is dat zo belangrijk?

Ons jaarlijkse rapport “Trends en prognoses”‘ is een belangrijk onderdeel van de gegevenscontrole en -rapportage die we verrichten. We analyseren en beoordelen de vooruitgang die de lidstaten en de EU als geheel boeken bij het realiseren van de klimaat- en energiedoelstellingen die zij hebben vastgesteld. Zij behelzen onder meer dat in 2020 de broeikasgassen met 20% moeten zijn teruggebracht, dat het aandeel van hernieuwbare energie is toegenomen tot 20% van het bruto-eindverbruik van energie en de energie-efficiëntie met 20% is verbeterd.

Met de beoordeling wordt beoogd een beeld te geven van de meest recente vorderingen van de EU als geheel en van iedere lidstaat afzonderlijk bij het verwezenlijken van de doelstellingen. Zo kunnen we zien of er meer gedaan moet worden om de doelstellingen voor 2020 en de doelstellingen op langere termijn (voor 2030 en na 2050) te realiseren. Het verslag bevat een uitvoerige analyse van alle gegevens en informatie over de vorderingen en biedt zo een totaaloverzicht van de situatie in de EU. Het is niet alleen belangrijk voor beleidsmakers op nationaal en EU-niveau, maar ook voor ngo's, onderzoekers en burgers die de vorderingen willen volgen en inzicht willen krijgen in de verschillende trends die zijn waar te nemen. Het feit dat de gegevens afkomstig zijn van de landen zelf (en nader zijn gecontroleerd door het EEA) maakt dat we direct de landen kunnen aanwijzen die hun ambities niet waarmaken.

Wat zijn de belangrijkste elementen in het verslag “Trends en prognoses” van dit jaar?

Het belangrijkste resultaat in het rapport is dat de EU als geheel op alle drie de gebieden nog steeds op koers ligt voor het behalen van de doelstellingen van 2020. Wel is het zo dat het plaatje van land tot land verschilt. En als we in het rapport kijken naar de meer ambitieuze doelen op langere termijn, dan wordt duidelijk dat we de inspanningen fors zullen moeten opvoeren.

Wat de beperking van de uitstoot van broeikasgasen betreft, liep de EU al voor op het streefcijfer van 20% in 2015 en heeft zij in 2016 de uitstoot verder teruggebracht. In die jaren zagen we een reductie van respectievelijk 22% en 23% ten opzichte van 1990.

Wat hernieuwbare energie betreft, hebben we in 2015 en 2016 genoeg vooruitgang geboekt om voor te lopen op het indicatieve traject dat moet leiden tot een aandeel van 20% hernieuwbare energie in het eindverbruik van energie. Het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix van de EU blijft gestaag groeien en bedraagt voor de EU als geheel inmiddels circa 17%. Als we de huidige lijn doortrekken, zou de EU voldoen aan de doelstelling dat in 2030, 27% van het energieverbruik afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Er zijn echter aanwijzingen dat in 2015 en 2016 de groei in de inzet van hernieuwbare energie iets is afgenomen ten opzichte van de gemiddelde trend sinds 2005. Zonder duidelijke nationale beleidsmaatregelen zou deze vertraging na 2020 zelfs nog kunnen toenemen.

Op het gebied van de energie-efficiëntie is het dit jaar iets anders. Tussen 2005 en 2014 zagen we een dalende lijn in het algehele energieverbruik maar in 2015 en 2016 is het energieverbruik iets toegenomen,. een ontwikkeling die we zorgvuldig in de gaten moeten houden. Het is belangrijk dat er een tandje wordt bijgezet om de EU op koers te houden. De lidstaten moeten meer inspanningen leveren om het energieverbruik te beteugelen, zeker als de huidige economische groei doorzet. Verder is het ook een kwestie van ambitie. Het staat de lidstaten vrij om hun eigen nationale doelen te formuleren, maar bij elkaar opgeteld zijn ze minder ambitieus dan de doelstelling die op EU-niveau is vastgesteld. Met andere woorden, het algemene ambitieniveau van de lidstaten volstaat momenteel niet om de EU-doelstelling te verwezenlijken.

Waar liggen de knelpunten bij het realiseren van de doelstellingen?

Als het gaat om het terugdringen van de uitstoot zijn het zonder meer sectoren vervoer, gebouwen en landbouw, die de lidstaten voor problemen stellen. Dit zijn sectoren die buiten de EU-regeling voor de emissiehandel vallen. Voor deze sectoren hanteren de lidstaten eigen doelstellingen om de broeikasgasuitstoot te verminderen, zoals vastgesteld krachtens de beschikking inzake de verdeling van de inspanningen (ESD). Hoewel zich in de niet-handelssectoren een algemene dalende trend bij emissies voordoet, is de uitstoot in de vervoersector de laatste jaren weer aan het oplopen. Bovendien zal deze uitstoot volgens prognoses van de lidstaten tot 2030 maar weinig afnemen. De grootste afname wordt verwacht in de sector gebouwen.

Wat vormt de basis van het verslag “Trends en prognoses”? Doet het EEA nog ander werk op het gebied van de doelstellingen voor 2020?

Bij het EEA analyseren we een grote hoeveelheid data en daartoe behoren ook kwaliteitscontroles en het controleren van voortgang van beleid. Dit in nauwe samenwerking met de Europese Commissie. We publiceren indicatoren in aanvulling op de analyses. Ook stellen we klimaat- en energieprofielen op die aan de hand van grafieken de verschillen tussen landen laten zien, alsmede de voortgang die wordt gemaakt met het realiseren van de nationale doelstellingen. De meeste gegevens worden door de lidstaten verstrekt via de geëigende rapportagemechanismen van de EU.

Daarnaast zijn we betrokken bij de jaarlijkse controle van de broeikasgasemissies onder ESD wetgeving op grond waarvan de lidstaten emissiedoelstellingen hebben vastgesteld voor elk jaar tussen 2013 en 2020. Elk jaar controleert de EU of de lidstaten zich eraan houden. Het EEA is belast met de belangrijke taak om deze jaarlijkse controle te coördineren. We houden ons niet bezig met de naleving van de wet; we zorgen voor de voorbereiding en controle van gegevens en waarborgen dat ze consistent en vergelijkbaar zijn. Dat is een hele klus, die we tussen januari en juni uitvoeren samen met ongeveer 22 experts uit verschillende lidstaten.

Het Agentschap schrijft ook andere verslagen die hiermee verband houden. Zo werken we aan een verslag over hernieuwbare energie dat binnenkort zal worden uitgebracht. Al deze analyses zullen ook hun weerslag vinden in ons belangrijktste produkt, het verslag over de toestand van het milieu, waarvan in 2020 weer een editie wordt gepubliceerd.

 

Melanie Sporer

EEA-deskundige op het gebied van energie en beperking van klimaatverandering

Interview gepubliceerd in editie nr. 2017/4 van de EEA-nieuwsbrief van 15 december 2017

 

 

Temporal coverage

Artikelen
Menu
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100