volgende
vorige
items

Article

Leven in een staat van meervoudige crises: gezondheid, natuur, klimaat, economie of gewoon een onhoudbaar systeem?

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 29-06-2021 Laatst gewijzigd 22-07-2021
5 min read
Photo: © Nunzio Santisi, Picture2050/EEA
Van de wandelgangen waar beleidsmakers zich ophouden tot de wetenschapsforums, overal ter wereld gaat het gesprek over wereldwijde crises: een gezondheidscrisis, een economische en financiële crisis, een klimaatcrisis en een natuurcrisis. Uiteindelijk zijn dit allemaal symptomen van een en hetzelfde probleem: onze niet-duurzame productie en consumptie. De systemische kwetsbaarheid van onze wereldwijde economie en samenleving met alle daarbij horende ongelijkheden is door de schok van COVID-19 alleen maar duidelijk gemaakt.

Om echte en blijvende duurzaamheid te bereiken, moeten we ook sociale ongelijkheden aanpakken. Dit is ook een kwestie van goed bestuur: hoe zorgen we ervoor dat iedereen toegang heeft tot hulpbronnen en een schoon milieu?

Hans Bruyninckx, uitvoerend directeur EEA

Sinds 1950 is de wereldbevolking meer dan verdrievoudigd tot bijna acht miljard en is de economische productie twaalf keer in omvang toegenomen. Deze enorme groei is mede te danken aan een sterke stijging in ons gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals land, water, hout en andere materialen - waaronder delfstoffen - en energiebronnen. Dankzij deze grote versnelling hebben honderden miljoenen mensen zich uit de armoede kunnen werken. Anderzijds heeft de versnelling geleid tot de aantasting van ecosystemen en klimaatverandering. Wereldwijd is 75 % van de terrestrische omgeving en 40 % van het mariene milieu ernstig veranderd. Als gevolg van voortdurende verbranding van fossiele brandstoffen, veranderingen in landgebruik en ontbossing komen broeikasgassen vrij in de atmosfeer, wat leidt tot klimaatverandering.

Als gevolg van globalisering, met name door toegenomen digitalisering, is vrijwel ieder deel van de planeet verbonden door een reeks veel gebruikte handelsroutes, waardoor consumenten op een wereldwijde markt verzekerd zijn van de levering van grondstoffen, onderdelen of eindproducten. De vraag naar materiële hulpbronnen zal naar verwachting in 2060 zijn verdubbeld, en we consumeren nu al zoveel als de opbrengst van drie keer de aarde. Bovendien zijn wij momenteel niet in staat te voorkomen dat grote hoeveelheden afval in het milieu terechtkomen en zal de jaarlijkse afvalproductie in 2050 naar verwachting met 70 % zijn toegenomen. Door de koolstofneutraliteitsdoelstellingen of de productie van ICT-apparatuur kunnen de al ontoereikende voorraad delfstoffen en zeldzame aardmetalen extra onder druk komen te staan.

COVID-19: even weg van de wereldwijde markten?

COVID-19 en lockdownmaatregelen hebben tot zekere hoogte invloed gehad op consumptie- en productiepatronen. De gevolgen waren direct voelbaar voor bepaalde sectoren zoals het toerisme en de reisbranche, en strekten zich uit tot een groot aantal toeleveringsketens. Door de sluiting van productiefaciliteiten in China en andere uitvoerlanden tijdens de eerste maanden van lockdown ontstond vertraging in de levering van sommige producten, terwijl ook het scheepsongeval waardoor het Suezkanaal dagenlang werd geblokkeerd, tekorten en vertragingen op de Europese markten opleverde. COVID-19 leidde niet alleen tot een verstoring van de wereldwijde toeleveringsketens, maar ook tot een daling van de vraag.

De pandemie heeft aan het licht gebracht hoe nauw verbonden en onderling afhankelijk onze economieën en samenlevingen zijn. Een gezondheidscrisis of economische crisis kan zich gemakkelijk verspreiden en de impact ervan kan zich over de hele wereld doen voelen, tenzij in de beginfase gecoördineerd en resoluut actie wordt ondernomen.

Ook heeft COVID wereldwijd geleid tot meer vraag naar en een groeiende markt voor persoonlijke beschermingsmiddelen als mondkapjes en handschoenen. Gezondheidsoverwegingen hebben begrijpelijkerwijs de overhand gehad boven ecologische bedenkingen over wegwerpplastic. Tegelijkertijd heeft de economische vertraging geleid tot een vermindering van de productie van plastic verpakkingsmateriaal in de EU. Deze veranderingen kunnen van invloed zijn op het bereiken van de vóór de pandemie vastgestelde EU-doelstellingen. In een EEA-briefing die deze maand wordt gepubliceerd, worden de gevolgen van COVID-19 voor wegwerpplastic in het Europese milieu aan de orde gesteld.

In het tweede jaar van COVID-19 verschilt de gedaante van de crisis per land. Landen met een hoge vaccinatiegraad beginnen de beperkingen één voor één op te heffen en keren langzamerhand terug naar een gevoel van normaliteit. Nu er per honderd inwoners al ruim zeventig doses zijn toegediend, richten de EU-lidstaten hun aandacht op de economische crisis en herstelplannen. Economische activiteiten en de consumptie komen weer op gang. Tegelijkertijd duurt in landen met zeer beperkte toegang tot vaccins de gezondheidscrisis onverminderd voort, een onmiskenbaar teken van wereldwijde ongelijkheden in een onderling nauw verbonden wereld.

Ook heeft de pandemie ertoe geleid dat landen nadenken over dergelijke ongelijkheden en actie ondernemen om deze aan te pakken: landen waar het inkomen hoger ligt of waar de pandemie minder gevolgen heeft gehad, helpen andere landen met medische benodigdheden, beademingsapparaten en nu ook vaccins. Vorige maand hebben de EU-leiders toegezegd honderd miljoen doses coronavaccins aan hulpbehoevende landen te doneren. Vervolgens hebben de G7-leiders toegezegd om in 2021 een miljard doses ter beschikking te stellen aan lagere-inkomenslanden. Helaas zijn deze aantallen nog altijd aanzienlijk lager dan de tien miljard doses die volgens de WHO nodig zijn.

Ongelijke verdeling van hulpbronnen, gevolgen en voordelen

Het rapport 2019 Global Resources Outlook van het International Resource Panel bevestigt dat het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de daarmee samenhangende voordelen en ecologische gevolgen ongelijk over de landen en regio’s zijn verdeeld. Hoge-inkomenslanden, waaronder EU-lidstaten, consumeren nog altijd aanzienlijk meer materialen en veroorzaken aanzienlijk meer milieuschade dan de groep van lage-inkomenslanden.

Het nieuwe actieplan voor een circulaire economie van maart 2020 is de hoeksteen van de inspanningen van de Europese Unie met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen. Het plan omvat zeer uiteenlopende acties met het oog op productontwerp, circulaire economische processen, duurzamere consumptie en afvalpreventie. Het plan bevat vereisten en definieert actie in belangrijke productwaardeketens, waaronder elektronica en ICT, batterijen, verpakking, plastic, textiel, gebouwen en bouwwerkzaamheden, en voedsel, water en voedingsstoffen. Als zodanig vormt het een van de hoofdcomponenten van de Europese Green Deal (het overkoepelende antwoord van de Europese Unie op uitdagingen op milieu-, klimaat- en sociaaleconomisch gebied) en is het zeer relevant als richtinggevend instrument voor investeringen voor enerzijds herstel na COVID en anderzijds een duurzame transitie van ons economisch model.

De sociale dimensie en de bestuurskwestie zijn centraal voor betere wederopbouw

Bij het EEA hebben wij onze werkzaamheden nauw afgestemd om het milieu te monitoren, vooruitgang te boeken in de richting van circulariteit en opties aan te wijzen voor beleid en circulaire bedrijfsmodellen rond deze belangrijke productwaardeketens. Wij zullen Europese beleidsmakers blijven ondersteunen op het gebied van belangrijke productwaardeketens en blijven bijdragen aan wereldwijde hulpbronnenraming via het International Resource Panel. Zullen we slagen in een betere wederopbouw wanneer de economie zich begint te herstellen?

Willen we in Europa en wereldwijd komen tot duurzaam gebruik van hulpbronnen, dan moeten we vérgaande veranderingen in onze productie- en consumptiesystemen doorvoeren. De echte uitdaging beperkt zich geenszins tot het efficiënter maken van productieprocessen. Om echte en blijvende duurzaamheid te bereiken, moeten we ook sociale ongelijkheden aanpakken. Dit is ook een kwestie van goed bestuur: hoe zorgen we ervoor dat iedereen toegang heeft tot hulpbronnen en een schoon milieu? Waar dat relevant is, zal het EEA de sociale dimensie en de bestuurlijke kwestie in evaluaties en beleidsdiscussies aan de orde blijven stellen.

 Hans Bruyninckx

Hans Bruyninckx

Uitvoerend directeur EEA

Hoofdartikel gepubliceerd in de nieuwsbrief van het EEA, juni 2021

Permalinks

Geographic coverage

Temporal coverage

Tags

gearchiveerd onder:
gearchiveerd onder: social inequalities
Documentacties