Het milieu in Europa: de kracht van gegevens en kennis

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 11-04-2018 Laatst gewijzigd 24-05-2018
Europa verzamelt steeds meer gegevens die ons een beter inzicht verschaffen in het milieu. De aardobservatiegegevens die in het kader van het Copernicus-programma van de EU worden verzameld, brengen nieuwe uitdagingen en kansen met zich mee om onze milieukennis te verbeteren. Door actuele Copernicus-gegevens te combineren met onze eigen kennis wil het Europees Milieuagentschap (EEA) beleidsmakers en burgers in Europa beter in staat stellen lokale, nationale en mondiale problemen aan te pakken.

 Image © Amsterdam, bewerkte Copernicus-gegevens (2017) – Afbeelding © ESA. CC BY-SA 3.0 IGO

Sinds de eerste Europese milieuwetten werden aangenomen in de zeventiger jaren houden overheden zich bezig met het monitoren en vastleggen van verschillende elementen om inzicht te krijgen in milieuvraagstukken en -trends. In sommige gevallen hebben ook burgergroepen, zoals vogelaars, gegevens verzameld ter ondersteuning van het natuurbehoud. In de EU-wetgeving worden vaak parameters vastgesteld om te meten in hoeverre de doelstellingen van de wetgeving worden gehaald. Europese landen monitoren tegenwoordig grote hoeveelheden vergelijkbare gegevens en brengen daarover verslag uit – van de broeikasgasemissies tot de gemeentelijke recyclingpercentages.

De kennis over en het begrip van milieuvraagstukken zijn geleidelijk meegegroeid met de gegevensstromen over specifieke onderwerpen. Naarmate wij meer kennis vergaarden, kwamen wij steeds meer tot de ontdekking dat er sterke verbanden bestonden tussen de thematische en sectorale observaties. Aldus is het Europese beleid verschoven van wetgeving voor specifieke onderwerpen naar bredere beleidspakketten volgens een systeembenadering.

Het Europees Milieuagentschap werkt momenteel, voornamelijk via zijn netwerk Eionet, met meer dan honderd verschillende gegevensstromen waarbij enkele honderden partnerinstellingen in 39 landen betrokken zijn. Deze in hoge mate vergelijkbare en samenhangende gegevenssets hebben ons meer inzicht geboden in een aantal belangrijke kwesties die van invloed zijn op het Europese milieu.  

Wat we wel en niet weten

Hoewel onze kennis aanzienlijk is toegenomen, zijn de observaties en de gegevensstromen tot op zekere hoogte nog steeds versnipperd qua onderwerp, tijd en ruimte. In bijna alle beoordelingen die wij in de afgelopen jaren hebben gepubliceerd, waaronder ons laatste jaarverslag over de toestand van het milieu (SOER 2015), benadrukken wij het ingewikkelde en mondiale karakter van de belangrijkste milieuproblemen en de onderlinge verbanden daartussen. Het is onmogelijk om een beeld te krijgen van de luchtvervuiling zonder te bekijken wat er op het land en in de oceanen gebeurt. Vergelijkbare beperkingen gelden wanneer we ons concentreren op één bepaald gebied.

Zo verzamelen duizenden meetpunten in Europa op gezette tijden luchtmonsters en analyseren en melden ze de concentratie van belangrijke luchtvervuilende stoffen. Deze gegevensstroom is een belangrijke stap naar een beter begrip van de kwaliteit van de lucht die we inademen. De stroom blijft echter beperkt tot tijdspecifieke metingen die alleen volledig relevant zijn binnen een straal van enkele meters rond het meetpunt.

Tot voor kort was er relatief weinig bekend over de luchtkwaliteit in het gebied tussen de meetstations. Dit verandert nu dankzij satellietwaarnemingen en steeds nauwkeuriger computermodellen op basis van big data – en dat geldt niet alleen voor de monitoring van de luchtkwaliteit.

Combinatie van satellietgegevens en gegevens ter plaatse: Copernicus

De Europese Unie investeert via haar Copernicus-programma in aardobservatie. Daarbij worden niet alleen satellietbeelden met een hoge resolutie gebruikt, maar ook waarnemingen ter plaatse, die onder meer via sensoren op de grond en in de bodem, weerballonnen, boeien en diepzeesensoren worden verzameld. De Copernicus-satellieten kunnen een breed scala aan aardobservatiegegevens monitoren en doorzenden, uiteenlopend van de chemische samenstelling van de atmosfeer tot veranderingen in de vegetatie tijdens het groeiseizoen. Alle gegevens- en informatieproducten van Copernicus zijn online kosteloos toegankelijk.

Copernicus heeft zes aandachtsgebieden: atmosfeer, het mariene milieu, land, klimaatverandering, crisisbeheer en veiligheid. De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de algehele coördinatie, terwijl alle belangrijke Europese partijen op het gebied van aardobservatie betrokken zijn bij de uitvoering van de verschillende kerntaken. Sinds 2012 coördineert het Europees Milieuagentschap de pan-Europese en lokale aspecten van de landmonitoringsdienst. Daarbij ondersteunt het EEA toepassingen in uiteenlopende domeinen, zoals ruimtelijke ordening, bosbeheer, waterbeheer, natuurbehoud en landbouw. Voor alle kerntaken coördineert het EEA ook de Copernicus-activiteiten ter plaatse.

Als we gezamenlijk optrekken, hebben deze gegevens een enorm potentieel. Door steeds meer gegevenssets met elkaar te combineren snappen we beter wat er waar gebeurt, waarom dat gebeurt en wie er welke gevolgen van ondervindt. Zo monitoren we veranderingen in de hoeveelheid water in Europa zelfs op oppervlakken van slechts 10 bij 10 meter, houden we de ontwikkeling van de gewasproductie op de korte termijn bij en kijken we welke invloed de klimaatverandering op de lange termijn heeft op die productie. Onze luchtkwaliteitsindex, met tot op de minuut nauwkeurige gegevens, kan verder worden uitgebouwd met nauwkeurige prognoses van de luchtkwaliteit, rekening houdend met veranderingen in de wind en andere weerpatronen.

Big data: een uitdaging en een kans

Big data – grote gegevensstromen met uitgebreide, ruimtelijke en tijdspecifieke metingen encrowd-sourcedgegevens – kunnen gegevensverwerkers voor nieuwe uitdagingen stellen op het gebied van IT-infrastructuur en rekenkracht. Bovendien leiden méér gegevens niet automatisch tot een beter begrip van het milieu of van de onderlinge verbanden tussen milieuproblemen. De verwerking van big data vereist evenzeer een investering in analytische capaciteit als in IT-infrastructuur.

Het Europees Milieuagentschap levert een bijdrage aan Copernicus én is er een belangrijke afnemer van: wij nemen de uitkomsten op in onze beoordelingen en kennisbank. We zijn al begonnen met het ontwikkelen van onze beoordelingscapaciteit. Zo investeren wij incloudgebaseerde IT-diensten en partnerschappen met het oog op de verwerking van big data. Ons doel is om deze meer uitvoerige, nauwkeurige en actuele kennis te delen met autoriteiten en burgers in heel Europa en de gezondheid van de Europeanen en het Europese milieu te helpen verbeteren.

 Hans Bruyninckx

Hans Bruyninckx

uitvoerend directeur EEA

Redactioneel commentaar gepubliceerd in editie 2018/1 van de EEA-nieuwsbrief van 15 maart 2018

Voor meer informatie over het satellietbeeld van Amsterdam, zie deze pagina op de website van het Europees Ruimtevaartagentschap.

Temporal coverage

gearchiveerd onder: , ,
Artikelen
Menu
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100