Land en bodem: naar een duurzaam gebruik en beheer van deze onmisbare hulpbronnen

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-12-2019 Laatst gewijzigd 20-12-2019
7 min read
Topics: , , ,
Zonder gezond land en een gezonde bodem kunnen we niet leven. Het grootste deel van ons voedsel wordt op land verbouwd en we bouwen er onze huizen op. Land is van levensbelang voor alle soorten dieren en planten – of ze nu op het land of in het water leven. De bodem, een van de essentiële onderdelen van land, is een zeer complex en vaak ondergewaardeerd element, dat bruist van het leven. Helaas is ons land- en bodemgebruik in Europa en de rest van de wereld op dit moment niet duurzaam. En dat heeft een grote impact op het leven op het land.

Door de eeuwen heen zijn landschappen steeds aan verandering onderhevig geweest, door invloeden van de natuur maar ook door activiteiten van de mens. Gebergten worden omhooggeduwd en zakken omlaag, gesteente erodeert, rivieren drogen op of krijgen een andere loop, overstromingsgebieden ontstaan en verdwijnen. De mens heeft heuvels vlak gemaakt, kustlijnen gewijzigd, moerasgebieden drooggelegd, bergtoppen afgegraven voor mijnbouw, kunstmatige meren en dammen aangelegd, bossen gekapt voor akkers en weidegrond en nieuwe landschappen aangelegd. Een steeds groter deel van het landschap en de bodembedekking op aarde is op de een of andere manier door menselijke activiteiten beïnvloed. Op dit moment is zo'n 80% van het oppervlak van Europa gevormd door steden en land- en bosbouw.

De druk op land en bodem neemt toe

Stedelijke gebieden in Europa groeien, vaak ten koste van vruchtbare landbouwgrond. Beton en asfalt dekken de bodem af, met als gevolg dat deze zijn oorspronkelijke functies niet kan uitoefenen. Denk bijvoorbeeld aan het opslaan van water, het produceren van voedsel en biomassa, klimaatregulering, werking als buffer voor gevaarlijke chemische stoffen en het creëren van biotopen. Regen die op afgedekte oppervlakken valt, stroomt weg in plaats van langzaam in de bodem te zakken, waar het water kan worden gefilterd en het grondwater kan aanvullen. Wegen, spoorwegen, kanalen en steden versnipperen het landschap, waardoor diersoorten tot steeds kleinere gebieden worden beperkt. En dat is schadelijk voor de biodiversiteit. De manier waarop we in Europa het land gebruiken, is een van de redenen waarom de EU niet op koers ligt voor het behalen van de doelstelling om verder biodiversiteitsverlies te voorkomen.

Ook ligt Europa niet op koers om het beleidsdoel ‘geen netto-ruimtebeslag in 2050’ te bereiken. Landbouwgebieden en semi-natuurlijke gebieden moeten steeds meer plaats maken voor uitdijende steden, bedrijventerreinen en industrieterreinen. Bovendien komen er vanuit veel sectoren – industrie, landbouw, huishoudens en zelfs a fvalwaterbehandeling – verontreinigende stoffen op het land en in de bodem terecht. Deze verontreinigende stoffen kunnen zich in de bodem ophopen en vervolgens terechtkomen in het grondwater, rivieren en zeeën. Zelfs verontreinigende stoffen die in eerste instantie worden uitgestoten in de lucht, kunnen later neerslaan op landoppervlakken. Op dit moment worden tot in de meest afgelegen delen van ons continent sporen van verschillende verontreinigende stoffen aangetroffen.

In de afgelopen decennia heeft Europa het totale voor landbouw gebruikte oppervlak verkleind en tegelijk de opbrengst vergroot. Door intensivering van de landbouw kunnen we voedsel produceren voor een groeiende wereldbevolking. Maar intensieve landbouw, waarbij gebruik wordt gemaakt van kunstmest en gewasbeschermingsmaatregelen, legt ook extra druk op de hulpbron die deze landbouw in stand houdt: een gezonde en productieve bodem. Aan de andere kant zien we dat in afgelegen regio's landbouwgrond wordt opgegeven. Dit treft vooral plattelandsgemeenschappen waar de lokale economie grotendeels afhankelijk is van kleine landbouwbedrijven met beperkte economische vooruitzichten en een lage productiviteit, waardoor jongere generaties wegtrekken naar stedelijk gebied.

Mondiale consumptie en mondiale invloeden vereisen een mondiale aanpak

Landgebruik heeft een mondiale dimensie. Veel van de activiteiten die verband houden met land en de bijbehorende hulpbronnen, in het bijzonder voedselproductie en grondstoffenwinning, worden beïnvloed door de mondiale marktwerking. De wereldwijde vraag naar voedings- en voedermiddelen en bio-energie is bijvoorbeeld van invloed op de lokale landbouwproductie in veel delen van de wereld, ook in Europa. Droogte en productietekorten in exporterende landen beïnvloeden de prijzen op de wereldmarkt van bijvoorbeeld rijst – het hoofdvoedsel voor miljarden mensen. En multinationals kopen soms productieve landbouwgrond in Afrika en Zuid-Amerika om hun producten vervolgens over de hele wereld te verkopen.

Er is ook een direct verband tussen de manier waarop we het land en de bodem gebruiken en de klimaatverandering. De bodem bevat aanzienlijke hoeveelheden koolstof en stikstof, die afhankelijk van ons landgebruik in de atmosfeer terecht kunnen komen. Het kappen van tropische bossen om weidegrond vrij te maken voor vee, of het aanplanten van bossen in Europa kunnen de balans van de wereldwijde emissie van broeikasgassen in de ene of de andere richting laten doorslaan. Door het smelten van de permafrost als gevolg van de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde, kunnen er aanzienlijke hoeveelheden broeikasgassen vrijkomen, in het bijzonder methaan, waardoor de temperatuurstijging nog sneller gaat. Klimaatverandering kan ook zorgen voor grote veranderingen in wat Europese boeren[i] kunnen verbouwen en waar.

Daarom zijn veel mondiale beleidskaders, waaronder de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, direct en indirect gericht op land en bodem. Europees beleid richt zich op de aanpak van het ruimtebeslag, minder versnippering van het landschap, lagere uitstoot van verontreinigende stoffen en broeikasgassen, en bescherming van de biodiversiteit en de bodem. Op een aantal van deze beleidsterreinen, met name bescherming van de bodemconditie, schieten Europees en mondiaal beleid tekort als het gaat om het stellen van doelen en het maken van afspraken – laat staan dat er sprake is van bindende afspraken. Op andere gebieden, waar wel doelen zijn gesteld, inclusief doelen voor natuurbescherming en biodiversiteit, worden de gestelde beleidsdoelen niet gehaald.

Voor concrete maatregelen is kennis noodzakelijk

Een van de uitdagingen bij het stellen en halen van doelen is het invullen van ontbrekende kennis. Om de vorderingen in het behalen van een specifiek doel te kunnen bijhouden, zijn kennis en gezamenlijk overeengekomen methodes en instrumenten nodig. Dankzij Copernicus[ii] – het aardobservatieprogramma van de EU – hebben we nu een veel nauwkeuriger en gedetailleerder beeld van de bodembedekking in Europa en de hierin optredende veranderingen. We kunnen dit beeld nu uitbreiden met verschillende informatielagen om te bepalen wat de potentiële impact van klimaatverandering is op bodemvocht en daarmee op de productiviteit van de landbouw. Deze uitgebreidere kennis biedt nieuwe mogelijkheden om in de praktijk meer gerichte maatregelen te nemen.

Tegelijkertijd zijn er veel aspecten van land en bodem die we nog beter moeten begrijpen om specifieke problemen te kunnen aanpakken, met name op het gebied van biodiversiteit. Maatregelen zijn pas effectief als ook rekening wordt gehouden met informatie over bijvoorbeeld de samenstelling van de bodem en hoeveel koolstof en nutriënten er in een specifiek gebied in de bodem aanwezig zijn. Voor dit soort informatie is er een beter opvolgingssysteem nodig.

Stappen naar duurzaam landbeheer

Wat er moet gebeuren is duidelijk: er moet dringend verandering komen in de manier waarop we het land en de hulpbronnen die het biedt, gebruiken en beheren. Hierbij moeten we kijken naar het landschap als geheel, met alle bijbehorende activiteiten en elementen.

Bij het bouwen van steden en het aanleggen van verbindingen, moeten we niet de omgeving bedekken met beton en asfalt, maar uitgaan van hergebruik en herbestemming van reeds ingenomen land. Een rapport van het IPBES[iii] (intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten) stelt zelfs dat het goedkoper is om land- en bodemrijkdommen te beschermen dan om ze te herstellen of saneren (bijv. door vervuilde grond op oude fabrieksterreinen schoon te maken). Bovendien bieden compacte steden met een goede mobiliteit en verbindingen vaak de beste stedelijke levenskwaliteit en hebben ze minder directe milieueffecten. In het cohesie- en regionaal beleid van de EU wordt niet alleen gestreefd naar bevordering van de economische en sociale cohesie, maar ook van de territoriale cohesie[iv], om zo bij te dragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de EU als geheel.

We moeten ook meer doen om landecosystemen beter te beschermen. We kunnen bijvoorbeeld natuurgebieden met elkaar verbinden en ecologische doorgangen creëren door te investeren in groene infrastructuur. Gezonde, veerkrachtige bodemecosystemen spelen bovendien een essentiële rol in de beperking van de gevolgen van en aanpassing aan klimaatverandering.

Voor een duurzaam beheer van bodemrijkdommen moeten we de druk van economische activiteiten, en in het bijzonder de landbouw, aanzienlijk verlagen. Om een duurzame, productieve landbouw te waarborgen, moeten we verontreiniging aanpakken en nieuwe oplossingen zoeken voor een efficiënt landgebruik. Daarbij moeten we ook rekening houden met het levensonderhoud en de levenskwaliteit van plattelandsgemeenschappen. Inzet van en samenwerking met landbouwers zijn nodig om het land en de biodiversiteit van het platteland te beschermen. Duurzame landbouw is niet mogelijk zonder aanzienlijke veranderingen in voedingspatronen en een vermindering van voedselverspilling in Europa en de rest van de wereld.

Landbeheer is een complexe zaak, maar we zijn allemaal gebaat bij wat gezond land en een gezonde bodem te bieden hebben: voedsel en schoon water, bescherming tegen ziekten of bouwmaterialen. Als we willen dat generaties na ons ook nog van dit alles kunnen genieten, moeten we nu in actie komen. We zijn met ons allen verantwoordelijk voor de bescherming van deze onmisbare hulpbronnen – van consumenten tot landbouwers en van lokale tot Europese en mondiale beleidsmakers. Het lukt alleen als we nú eensgezind in actie komen voor een gezamenlijk doel.

Hans Bruyninckx

Uitvoerend directeur EEA


De termen ‘land’ en ‘bodem’ in het kort
In algemene zin bedoelen we met ‘land’ het aardoppervlak dat niet bedekt wordt door zeeën, meren of rivieren. Hieronder valt de hele landmassa, met continenten en eilanden. In het dagelijkse en juridische taalgebruik verwijst ‘land’ vaak naar een specifiek stuk land. Zo'n stuk land bestaat uit rotsen, stenen, grond, vegetatie, dieren, poelen, gebouwen, etc.

Land kan bedekt zijn met verschillende soorten vegetatie (bijv. natuurlijk of beheerd grasland, akkerland en wetlands) en bebouwde oppervlakken (bijv. wegen en gebouwen).

De bodem is een essentieel onderdeel van het land. Hij bestaat uit steen-, zand- en kleideeltjes en organisch materiaal zoals plantenresten, in de bodem levende dieren en organismen zoals bacteriën en schimmels, en lucht en water in de bodemporiën. De eigenschappen van de bodem (zoals textuur, kleur en koolstofgehalte) kunnen per gebied en zelfs op één plaats per laag verschillen. De bodem speelt een cruciale rol in de natuurlijke kringlopen, met name de waterkringloop en de voedingsstoffenkringloop (koolstof, stikstof en fosfor).

De teellaag is de laag die het dichtst aan de oppervlakte ligt (meestal de dichte wortelzone of ploeglaag, tot 20 à 30 cm diep). Hij bevat het hoogste gehalte aan organische koolstof en is hiermee de meest productieve laag. De vorming van één centimeter teellaag kan enkele honderden tot duizenden jaren in beslag nemen. Vandaar dat we deze laag als een niet-hernieuwbare hulpbron beschouwen.

Diepere lagen van de aardkorst kunnen andere natuurlijke hulpbronnen bevatten, waaronder grondwater, mineralen en fossiele brandstoffen.


 

 

 

 


 

Temporal coverage

Documentacties