Interview – Bodemverontreiniging: de verontrustende erfenis van de industrialisatie

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-12-2019 Laatst gewijzigd 20-12-2019
5 min read
Topics: , , ,
Bodemverontreiniging is een probleem dat nauw verbonden is met onze gezamenlijke geschiedenis, en vormt een deel van het verhaal over de ontwikkeling van Europa tot koploper in de wereld, eerst op industrieel gebied, later op milieugebied. We spraken met Mark Kibblewhite, emeritus hoogleraar aan de Cranfield University in het Verenigd Koninkrijk, en een van Europa's toonaangevende bodemdeskundigen, om meer inzicht te krijgen in het probleem bodemverontreiniging.

Wat is bodemverontreiniging precies?

In principe is een verontreinigde bodem een bodem waaraan door menselijke activiteiten stoffen zijn toegevoegd. Dit kan direct of indirect gebeuren en de verontreiniging kan heel lang geleden hebben plaatsgevonden, of juist nu op dit moment plaatsvinden. Bodemverontreiniging is een serieus probleem als land ergens voor wordt gebruikt waarbij mensen een risico lopen op blootstelling aan de verontreinigende stoffen. Sanering van de grond is moeilijk en vaak erg duur. Het is voor één generatie een enorme last om alle vervuiling van vele eerdere generaties te moeten opruimen.

Wat zijn de belangrijkste bronnen van bodemverontreiniging? Wat kan eraan gedaan worden?

Verontreinigende stoffen kunnen afkomstig zijn van verschillende bronnen, maar voormalige industriële activiteiten zijn waarschijnlijk wel de belangrijkste bronnen. Aan die activiteiten hebben we zwaar verontreinigde gebieden overgehouden, met vooral metalen, teer en andere verwante stoffen in de bodem. Een andere belangrijke vervuilingsbron is militaire activiteit, bijvoorbeeld oefenterreinen. Een van de ernstigste voorbeelden van bodemverontreiniging in Europa is bijvoorbeeld te vinden in voormalig Joegoslavië. Hier zijn antipersoonsmijnen gebruikt, die een extreme vorm van bodemverontreiniging veroorzaken.

De verscheidenheid aan verontreinigende stoffen is enorm. Het gaat niet alleen om metalen, maar ook om een scala aan organische moleculen, pathogenen, biologisch actieve materialen, radioactieve stoffen, enzovoort. Allemaal zijn ze afkomstig uit een andere bron.

In de afgelopen dertig tot veertig jaar zijn met toenemend succes voorschriften en normen ingesteld om bodemverontreiniging te voorkomen. Inmiddels is de situatie op veel zwaar verontreinigde terreinen veiliger geworden, maar op veel andere locaties zijn de omstandigheden onverminderd slecht. Er is een breed scala aan technologieën die kunnen worden ingezet om het risico van bodemverontreiniging te beperken, door verwijdering óf insluiting van de verontreiniging. De kritische vraag hierbij is hoeveel restrisico we bereid zijn te accepteren in verhouding tot de saneringskosten.

Hoeveel verontreiniging uit het verleden kunnen we schoonmaken? Hoe bepalen we welke locaties worden schoongemaakt?

De twee belangrijkste drijfveren om bodemverontreiniging op te ruimen, zijn risico's voor de volksgezondheid en risico's voor de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Om aan de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water[i] te kunnen voldoen, is soms bodemsanering nodig om de aquatische ecologie te beschermen. Een derde drijfveer is de landbouwproductie en waarborging van de plantengezondheid en voedselveiligheid.

Veel hangt af van het eindgebruik van het land en over hoeveel middelen ontwikkelaars beschikken. In steden met een lange industriële geschiedenis is in stadsdelen met een hoge waarde, zoals zakendistricten of grote bouwprojecten aan het water, de bodemverontreiniging inmiddels grotendeels aangepakt. Hier zijn de risico's beperkt. Een stap in de goede richting, maar voor de sanering van gebieden zonder hoge economische waarde ontbreekt vaak het geld.

Dus, hoewel er in Europa al veel vooruitgang is geboekt met het saneren van de bodem, zijn we er nog niet. Er zijn nog altijd veel plaatsen in Europa waar de economische prikkels en motivatie om bodemverontreiniging op te ruimen, nog ontbreken. Uiteindelijk draait het allemaal om de vraag hoeveel risico we bereid zijn te accepteren en wat we eraan doen als dat niveau wordt overschreden.

Wat is het verband tussen landbouw en bodemverontreiniging?

Bij het beantwoorden van deze vraag spelen twee metalen een belangrijke rol: cadmium en koper. Cadmium is een onzuiverheid in fosfaatmeststoffen. Bodems waarop deze meststoffen worden gebruikt, bevatten altijd wat extra cadmium. Het gaat om geringe hoeveelheden, maar ze hopen zich naar verloop van tijd op. En aangezien cadmium kankerverwekkend is, moeten we de hoeveelheden van deze stof goed in de gaten houden. Er is en wordt veel gedaan om de omvang van dit probleem in kaart te brengen en te onderzoeken hoe de hoeveelheid cadmium in meststoffen kan worden verlaagd. Koper wordt aangetroffen in gebieden met wijngaarden, waar het metaal van oudsher werd gebruikt als schimmelwerend middel. Helaas heeft dit koper zich in de bodem opgehoopt. Als deze en andere metaalsoorten eenmaal aan de bodem zijn toegevoegd, blijven ze aanwezig en er zijn weinig realistische mogelijkheden om ze te verwijderen.

Een ander probleem dat verband houdt met de landbouw zijn bestrijdingsmiddelen. We weten bijvoorbeeld dat organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen, die al lange tijd verboden zijn, nog altijd in heel Europa in de bodem aanwezig zijn. Bij de huidige bestrijdingsmiddelen is de aandacht voor de impact op de bodembiota nog vrij beperkt. Ze kunnen problemen veroorzaken waarvan we ons nu nog niet bewust zijn. Bovendien is onze regelgeving wat betreft de impact van landbouwchemicaliën op de bodem in mijn ogen vrij zwak.

Welke invloed heeft bodemverontreiniging op de biodiversiteit?

We weten nog relatief weinig over de impact van bodemverontreiniging op bodembiota en bodemfuncties. Er is al een aantal complicaties dat in verband wordt gebracht met bodemverontreiniging en de bovengrondse biodiversiteit. Europa telt veel locaties die al tientallen jaren aan hun lot zijn overgelaten en die zich na natuurlijk herstel hebben ontwikkeld tot belangrijke verzamelplaatsen voor soorten en biodiversiteit. Als we deze locaties gaan schoonmaken, zouden we daarmee deze biodiversiteit kunnen schaden.

Vanuit mondiaal perspectief moeten we ons realiseren dat vooral onze uitstoot via de lucht tot op grote afstand kan zorgen voor verontreiniging van bodems en aantasting van de biodiversiteit. Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om deze uitstoot tot een minimum te beperken. Zelfs in de poolgebieden en andere zeer afgelegen gebieden worden verontreinigende stoffen aangetroffen die volledig toe te schrijven zijn aan de mens.

Welke kennis missen we nog meer over bodemverontreiniging? Welke problemen ontstaan er op dit moment?

Radioactiviteit zou weleens een onderschat probleem kunnen zijn. Lagere niveaus komen op grote schaal voor, maar er is ook een aantal zorgwekkende locaties, bijvoorbeeld in steden met terreinen waar vroeger sieraden of horloges werden gemaakt. Op deze terreinen kunnen verhoogde niveaus van radioactieve bodemverontreiniging voorkomen, veroorzaakt door luminescerende en andere stoffen die zijn gebruikt in kleinschalige werkplaatsen.

Door nieuwe ruimtelijke gegevens en bodeminformatie te combineren, krijgen we een veel duidelijker beeld van waar verontreiniging aanwezig is. Daarnaast worden epidemiologische onderzoeken steeds geavanceerder en beschikken we over steeds meer informatie over ziekten die in specifieke gebieden voorkomen. Als we deze twee zaken combineren, komen we wellicht tot de ontdekking dat bepaalde, algemeen voorkomende ziekten duidelijk met bodemverontreiniging in verband kunnen worden gebracht. Iets dat tot nu toe moeilijk kon worden aangetoond.

Welke positieve vooruitgang verwacht u voor de toekomst?

Het beste voor de toekomst zou zijn om verdere bodemverontreiniging te voorkomen. We kunnen voortbouwen op bestaande regelgeving die bodemverontreiniging door de industrie aan banden legt, en inzetten op meer rechtstreekse betrokkenheid van de burgers. Neem bijvoorbeeld plastic. Er is al een burgerbeweging op gang gekomen die het gebruik van plastic wil beperken. Ik heb goede hoop dat mensen hun gedrag zullen veranderen naarmate ze zich beter bewust worden van de impact van hun eigen keuzes. En die verandering zal een positieve uitwerking hebben op de manier waarop we met onze bodem omgaan en dus ook op de verontreiniging van die bodem.

Mark Kibblewhite

Emeritus hoogleraar, Cranfield University, Bedford, Verenigd Koninkrijk



 

Temporal coverage

Documentacties