volgende
vorige
items

Article

De uitdaging om industriële vervuiling terug te dringen

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 09-02-2021 Laatst gewijzigd 11-05-2021
Photo: © Carolina Pimenta on Unsplash
Topics:
De industriële vervuiling in Europa neemt af dankzij een combinatie van regelgeving, ontwikkelingen op het gebied van productie en milieu-initiatieven. De industrie blijft echter vervuilen en het is een ambitieuze uitdaging om de vervuiling in deze sector tot nul terug te brengen.

We kunnen vervuiling indelen aan de hand van de plaats waar deze wordt aangetroffen — in de lucht, het water of de bodem — of naar verschillende soorten vervuiling, zoals chemische stoffen, lawaai of licht. Een andere manier om naar vervuiling te kijken, is naar de bronnen ervan te gaan. Sommige bronnen van verontreiniging bevinden zich verspreid in de ruimte, zoals auto’s, landbouw en gebouwen, maar andere kunnen beter worden beoordeeld als afzonderlijke emissiepunten. Veel van deze puntbronnen zijn grote installaties, zoals fabrieken en elektriciteitscentrales.

De industrie is een essentieel onderdeel van de Europese economie. Volgens Eurostat was de industrie in 2018 goed voor 17,6% van het bruto binnenlands product (bbp) en bood het rechtstreeks werk aan 36 miljoen mensen. Tegelijkertijd is de industrie ook verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale uitstoot van enkele belangrijke luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen, evenals voor andere ernstige milieueffecten, onder meer in de vorm van water-en bodemverontreiniging, afvalproductie en energieverbruik.

Luchtverontreiniging houdt veelal verband met de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit geldt uiteraard voor energiecentrales, maar ook voor vele andere industriële activiteiten die ter plaatse elektriciteit of warmte kunnen produceren, zoals de ijzer- en staalproductie of de cementproductie. Sommige activiteiten genereren stof dat bijdraagt tot de concentratie van zwevende deeltjes in de lucht, terwijl het gebruik van oplosmiddelen, bijvoorbeeld bij de metaalbewerking of de chemische productie, kan leiden tot emissies van verontreinigende organische verbindingen.

Trends op het gebied van industriële emissies

Emissies naar de lucht door de industrie zijn de afgelopen jaren gedaald in Europa. Tussen 2007 en 2017 is de totale uitstoot van zwaveloxiden (SOx) met 54% gedaald, die van stikstofoxiden (NOx) met meer dan een derde en die van broeikasgassen door de industrie, met inbegrip van elektriciteitscentrales, met 12%.

Er zijn een aantal oorzaken voor deze verbeteringen van de milieuprestaties van de Europese industrie, waaronder strengere milieuwetgeving, verbeteringen op het gebied van energie-efficiëntie, een verschuiving naar minder vervuilende productieprocessen en vrijwillige regelingen om de milieueffecten te beperken.

Al jaren beperkt milieuregelgeving de schadelijke invloed van industriële activiteiten op de menselijke gezondheid en het milieu. Tot de belangrijkste EU-maatregelen die zijn bedoeld om industriële emissies terug te dringen, behoren de richtlijn inzake industriële emissies, die geldt voor ongeveer 52 000 van de grootste industriële installaties, en de richtlijn betreffende middelgrote stookinstallaties.

Het emissiehandelssysteem van de EU (EU-ETS) beperkt inmiddels de uitstoot van broeikasgassen van meer dan 12 000 elektriciteitscentrales en fabrieken in 31 landen. Het EU-ETS is van toepassing op ongeveer 45% van de broeikasgasemissies binnen de EU.

Ondanks deze verbeteringen is de industrie echter nog steeds verantwoordelijk voor een aanzienlijke belasting van ons milieu in termen van vervuiling en afvalproductie.

Publieke verantwoording — het E-PRTR en transparantie van gegevens over industriële emissies

Het Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen (E-PRTR) werd in 2006 opgezet om de toegang van het publiek tot milieu-informatie te verbeteren.

In wezen stelt het E-PRTR burgers en belanghebbenden in staat om meer te weten te komen over vervuiling in alle hoeken van Europa, wie de grootste vervuilers zijn en of de trends op het gebied van verontreinigende emissies al dan niet verbeteren.

Het E‑PRTR omvat meer dan 34 000 installaties in 33 Europese landen. De E-PRTR-gegevens tonen per installatie en per jaar informatie over de hoeveelheid verontreinigende stoffen die vrijkomt in lucht, water en bodem, alsook over overbrengingen van afval en verontreinigende stoffen in afvalwater van de terreinen naar elders. De E-PRTR-gegevens zijn vrij beschikbaar op een speciale, interactieve website. Op de website worden historische gegevens gearchiveerd over de uitstoot en overbrenging van 91 verontreinigende stoffen verdeeld over 65 economische activiteiten.

Bovendien is het E-PRTR nu geïntegreerd in een bredere rapportage in het kader van de richtlijn inzake industriële emissies, waaronder verdere informatie voor grote stookinstallaties. Samen met de Europese Commissie werkt het EEA momenteel aan een nieuwe website om de toegang tot deze gegevens en informatie te verbeteren.

Berekening van de kosten van industriële luchtverontreiniging

Om de externe kosten van luchtverontreiniging te verantwoorden, worden de negatieve effecten van een afzonderlijke verontreinigende stof op de menselijke gezondheid en het milieu uitgedrukt in een gemeenschappelijke maatstaf, een geldwaarde, die tot stand is gekomen door samenwerking tussen verschillende wetenschappelijke en economische disciplines.

Ramingen van de schadekosten zijn niet meer dan dat — ramingen. In combinatie met andere informatiebronnen kunnen ze echter dienen ter ondersteuning van besluiten doordat ze wijzen op de impliciete afwegingen in de besluitvorming, zoals de kosten-batenanalyses die worden gebruikt als basis voor effectbeoordelingen en toekomstige wetgeving.

Het EEA schatte in 2014 dat de totale schade over een periode van vijf jaar tussen 2008 en 2012 als gevolg van emissies afkomstig van in het E-PRTR opgenomen industriële installaties ten minste 329 miljard euro (waarde van 2005) bedroeg en nog steeds toenam. Wat in deze analyse misschien nog opvallender is, is dat ongeveer de helft van de schade is ontstaan als gevolg van emissies van slechts 147, ofwel 1%, van de 14 000 installaties in de dataset.

Het grootste deel van de gekwantificeerde schadekosten wordt veroorzaakt door de uitstoot van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen en kooldioxide. Hoewel de ramingen van de schade als gevolg van de emissies van zware metalen en organische verontreinigende stoffen aanzienlijk lager zijn, veroorzaken ze nog steeds honderden miljoenen euro’s schade aan de gezondheid en het milieu en kunnen ze op lokaal niveau aanzienlijke negatieve gevolgen hebben. Het EEA werkt momenteel aan een nieuwe studie waarin deze cijfers zullen worden bijgewerkt.

Vermindering van industriële vervuiling — beoordeling, wetgeving en uitvoering

Op basis van het E-PRTR en andere gegevens beoordeelt het EEA regelmatig trends op het gebied van industriële vervuiling in Europa. Uit deze beoordelingen blijkt dat de industriële vervuiling wat betreft emissies naar lucht en water de afgelopen tien jaar is afgenomen. Als gevolg van bestaande en nieuwe beleidsinstrumenten van de EU zullen de industriële emissies naar verwachting verder dalen, maar vervuiling zal in de toekomst waarschijnlijk negatieve gevolgen blijven hebben voor de menselijke gezondheid en het milieu.

Een sterke, groeiende koolstofarme industrie op basis van circulaire materiaalstromen maakt deel uit van de EU-strategie voor het industriebeleid. Het doel is een groeiende industriële sector tot stand te brengen die steeds minder gebruik maakt van natuurlijke hulpbronnen, de uitstoot van verontreinigende stoffen in lucht, water en bodem vermindert en afnemende hoeveelheden afval genereert.

In andere EU-wetgeving worden concrete doelstellingen voor de vermindering van emissies in de lucht vastgesteld, zoals de richtlijn inzake nationale emissieplafonds en de richtlijn inzake industriële emissies, die gericht zijn op de ambitieuze preventie en vermindering van emissies, met name door de voortdurende toepassing van de zogenaamde beste beschikbare technieken (BAT’s).

Volgens een recente analyse van het EEA zou het gebruik van de beste beschikbare technieken en de uitvoering van de ambitieuzere doelstellingen van de richtlijn inzake industriële emissies leiden tot aanzienlijke emissiereducties: 91% voor zwaveldioxide, 82% voor zwevende deeltjes en 79% voor stikstofoxiden.

Een volledige tenuitvoerlegging van deze richtlijnen zou de EU helpen de milieudoelstellingen, zoals die met betrekking tot de lucht- en waterkwaliteit, te verwezenlijken. De emissie gerelateerde richtlijnen werken echter vaak onafhankelijk van elkaar en er is duidelijk ruimte voor verdere integratie van de milieudoelstellingen in het industriebeleid van de EU. Om de vervuiling tot nul terug te brengen, zijn een nog robuustere wetgeving, uitvoering en monitoring nodig om ervoor te zorgen dat de industrieën van morgen schoon en duurzaam zijn.

Meer informatie

Permalinks

Geographic coverage

Temporal coverage

Topics

Topics:

Tags

gearchiveerd onder:
gearchiveerd onder: signals, signals2020
Documentacties