Bodem

Taal wijzigen:
Pagina Laatst gewijzigd 31-01-2017
De bodem vormt de basis voor 90 % van alle levensmiddelen, diervoeder, vezels en brandstof en levert de grondstoffen voor een brede waaier van activiteiten, van tuinbouw tot de bouwsector. De bodem is tevens cruciaal voor de gezondheid van het ecosysteem: hij zuivert en reguleert water, is de motor achter de kringloop van voedingsstoffen en ondersteunt de biodiversiteit als reservoir voor genen en diersoorten. De bodem vormt een wereldwijde koolstofput, die een belangrijke rol speelt bij het mogelijk afremmen van de klimaatverandering en de gevolgen ervan. Bovendien is hij door het behoud van sporen uit het verleden een belangrijk onderdeel van ons cultureel erfgoed.

Onze samenleving stelt echter voortdurend – en vaak tegenstrijdige – eisen aan de bodem. Hierdoor komt het vermogen van de bodem om diensten aan het ecosysteem te leveren – in termen van voedselproductie, als vijver van biodiversiteit en als regulator van gassen, water en voedingsstoffen – onder druk te staan. Waargenomen ontwikkelingen zoals bodemafdekking, erosie, daling van het gehalte organische stoffen en vervuiling dragen allemaal bij tot een afname van de veerkracht van de bodem en het vermogen ervan om de veranderingen te absorberen waaraan hij wordt blootgesteld.

Binnen één generatie kan de bodem als een niet-hernieuwbare hulpbron worden beschouwd. Om als maatschappij van de voordelen ervan te kunnen blijven genieten, moeten we er duurzaam mee omgaan. Ondanks het feit dat een groot aantal activiteiten ervan afhankelijk zijn, bestaat er geen EU-wetgeving op het gebied van de bodem. In tegenstelling tot water en lucht is de bescherming van de bodem indirect of in het kader van sectoraal beleid geregeld: land- en bosbouw, energie, water, klimaatverandering, natuurbescherming, afval en chemische stoffen. Het ontbreken van een samenhangend Europees bodembeleid is ook terug te zien in het feit dat er amper geharmoniseerde gegevens over beschikbaar zijn.

Desondanks zijn er de afgelopen tien jaar goede vorderingen gemaakt wat betreft beleidsvorming en gecoördineerde inspanningen op het gebied van gegevens. In de Thematische strategie voor bodembescherming van de Europese Commissie uit 2006 wordt erop gewezen dat de bodemfunctie beschermd moet worden als noodzakelijk onderdeel van duurzame ontwikkeling. Op wereldwijd niveau worden bodemproblemen aangepakt binnen het bredere concept van bodemaantasting (tot op heden beperkt tot droge gebieden) in het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD). Recenter is het begrip van behoud van de bodemfunctie verwerkt in het bodemaantastings-neutraliteitsconcept in het kader van de duurzame-ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals – SDG’s) die in 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn overeengekomen. De SDG’s bevatten ook doelstellingen op het gebied van bodemkwaliteit, bodemvervuiling, het beheer van chemische stoffen en afval. De tenuitvoerlegging van de SDG’s kan als belangrijk middel dienen voor maatregelen ter bescherming van de bodem in Europa. Er worden dan ook zowel op wereldwijd als op Europees niveau inspanningen geleverd om bodeminformatie voor openbaar gebruik te harmoniseren en te standaardiseren.

In het kader van zijn thematische cluster van indicatoren voor grond en bodemgebruik (LSI-set) beoordeelt het EMA aan de hand van indicatoren een groot aantal verschillende onderwerpen op het gebied van bodem en bodemgebruik. De LSI-set omvat indicatoren voor ruimtebeslag, doorlatendheid, beheer van verontreinigde locaties, bodemvocht, bodemerosie en organische stoffen in de bodem. Er zijn indicatoren voor fragmentatie en bodemrecycling gepland. De Copernicus-landmonitoringdiensten zorgen voor regelmatige updates van verscheidene van deze indicatoren. Het EMA produceert tevens ad-hocbeoordelingen van specifieke bodemgerelateerde thema’s, zoals doeltreffende omgang met bodemschatten in stedelijke gebieden of bodemnutriënten en de belasting van metalen voor het milieu.

In het kader van dit thema werkt het EMA samen met collega’s van de Europese Commissie (met name het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en DG Milieu), Eionet-vertegenwoordigers van het nationaal referentiecentrum voor bodem- en landgebruik en ruimtelijke ordening, en andere Europese netwerken en deskundigen. Daarnaast werkt het EMA samen met volgende globale partners: het secretariaat van het UNCDD, het Global Soil Partnership, het Global Land Indicator Initiative (mogelijk gemaakt door VN-Habitat) en het Milieuprogramma van de Verenigde Naties.

De activiteiten van het EMA op het gebied van dit thema worden sinds 1996 ondersteund door relevante Europese Thematische Centra (ETC’s); het ETC voor stedelijke, land- en bodemsystemen, dat sinds 2014 actief is, ondersteunt momenteel de activiteiten van het EMA op het gebied van bodems. In 2007 zijn alle activiteiten op het gebied van bodemgegevens ondergebracht bij het Europees centrum voor bodemgegevens (ESDAC) van het JRC

Gerelateerde inhoud

Gerelateerde indicatoren

Progress in management of contaminated sites Progress in management of contaminated sites Local soil contamination in 2011 was estimated at 2.5 million potentially contaminated sites in the EEA-39, of which about 45 % have been identified to date. About one third of an estimated total of 342 000 contaminated sites in the EEA-39 have already been identified and about 15 % of these 342 000 sites have been remediated. However, there are substantial differences in the underlying site definitions and interpretations that are used in different countries.   Four management steps are defined for the management and control of local soil contamination, namely site identification (or preliminary studies), preliminary investigations, main site investigations, and implementation of risk reduction measures. Progress with each of these steps provides evidence that countries are identifying potentially contaminated sites, verifying if these sites are actually contaminated and implementing remediation measures where these are required. Some countries have defined targets for the different steps.   Thirty of the 39 countries surveyed maintain comprehensive inventories for contaminated sites: 24 countries have central national data inventories, while six countries, namely Belgium, Bosnia-Herzegovina, Germany, Greece, Italy and Sweden, manage their inventories at the regional level. Almost all of the inventories include information on polluting activities, potentially contaminated sites and contaminated sites.   Contaminated soil continues to be commonly managed using “traditional” techniques, e.g. excavation and off-site disposal, which accounts for about one third of management practices. In-situ and ex-situ remediation techniques for contaminated soil are applied more or less equally.   Overall, the production sectors contribute more to local soil contamination than the service sectors, while mining activities are important sources of soil contamination in some countries. In the production sector, metal industries are reported as most polluting whereas the textile, leather, wood and paper industries are minor contributors to local soil contamination. Gasoline stations are the most frequently reported sources of contamination for the service sector.   The relative importance of different contaminants is similar for both liquid and solid matrices. The most frequent contaminants are mineral oils and heavy metals. Generally, phenols and cyanides make a negligible overall contribution to total contamination.   On average, 42 % of the total expenditure on the management of contaminated sites comes from public budgets. Annual national expenditures for the management of contaminated sites are on average about EUR 10.7 per capita. This corresponds to an average of 0.041 % of the national GDP. Around 81 % of the annual national expenditures for the management of contaminated sites is spent on remediation measures, while only 15 % is spent on site investigations. It should be noted that all results derive from data provided by 27 (out of 39) countries that returned the questionnaire, and not all countries answered all questions.

Zie ook

Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100