Biodiversiteit - Ecosystemen

Taal wijzigen:
Pagina Laatst gewijzigd 31-03-2017
Onder biodiversiteit verstaan we de variatie aan ecosystemen (natuurlijk kapitaal), soorten en genen in de wereld of in een bepaalde habitat. Biodiversiteit is van essentieel belang voor het welzijn van de mens omdat zij diensten levert die onze economieën en samenlevingen in stand houden. Biodiversiteit is ook cruciaal voor ecosysteemdiensten (de diensten die de natuur levert), waaronder bestuiving, klimaatbeheersing, bescherming tegen overstromingen, bodemvruchtbaarheid en de productie van voedsel, brandstof, vezels en geneesmiddelen.

Op dit moment zien we echter een gestaag verlies aan biodiversiteit, met ingrijpende gevolgen voor de natuur en het welzijn van de mens. De belangrijkste oorzaken van dit verlies zijn veranderingen in natuurlijke habitats door intensieve landbouwproductiesystemen, bouwactiviteiten, steenwinning, overexploitatie van bossen, oceanen, rivieren, meren en bodems, invasieve uitheemse soorten, vervuiling en (in toenemende mate) de wereldwijde klimaatverandering. De zo belangrijke functie van biodiversiteit voor de duurzaamheid van onze wereld en onze levens maakt het aanhoudende verlies des te zorgelijker.

In Europa heeft menselijke activiteit de biodiversiteit al gevormd sinds landbouw en veehouderij zich meer dan 5 000 jaar geleden begonnen te ontwikkelen. De landbouw en industriële revoluties van de laatste 150 jaar hebben echter geleid tot ingrijpende en steeds snellere veranderingen in landgebruik, intensivering van de landbouw, verstedelijking en het prijsgeven van land. Dat heeft op zijn beurt geleid tot het verdwijnen van veel praktijken (bijvoorbeeld traditionele landbouwmethoden) die er vroeger toe bijdroegen dat landschappen met een grote biodiversiteit in stand werden gehouden.

Door de hoge consumptie en afvalproductie per hoofd van de Europese bevolking strekt onze invloed op ecosystemen zich tot ver buiten ons continent uit. Onze Europese levensstijl is sterk afhankelijk van de import van grondstoffen en goederen van overal ter wereld en bevordert in veel gevallen een niet-duurzame exploitatie van natuurlijke hulpbronnen buiten Europa.

De nieuwe wereldwijde en Europese streefdoelen voor het stoppen en omkeren van het biodiversiteitsverlies in de periode tot 2020 zijn ambitieus. Willen we die doelen halen, dan moeten we zorgen voor een betere uitvoering van beleid, meer coördinatie tussen sectoren, betere benaderingen voor het beheer van ecosystemen en meer inzicht in de waarde van biodiversiteit. 

EU-beleid

Hoewel op verschillende niveaus wordt erkend dat de doelstelling om het biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen nog niet is gehaald, heeft de keuze voor dit doel de bevolking wel bewuster gemaakt. Sinds 2001 zijn de beleidsmaatregelen tegen biodiversiteitsverlies en de indicatoren voor het meten van de vooruitgang sterk verbeterd.

De EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 moet ertoe bijdragen dat bevordering van biodiversiteit meer wordt geïntegreerd in ontwikkeling en uitvoering van sectoraal beleid. Met zijn zes streefdoelen richt de strategie zich op natuur (streefdoel 1), ecosystemen en hun herstel (streefdoel 2), duurzaam gebruik van Europa's hulpbronnen uit natuur, land en zee door land- en bosbouw en visserij (streefdoelen 3 en 4), het probleem van uitheemse soorten (streefdoel 5) en de wereldwijde bijdrage van de EU (streefdoel 6). De biodiversiteitsstrategie voor 2020 draagt bij aan de verwezenlijking van de natuurlijke kapitaal-doelstelling uit het zevende milieuactieprogramma (zevende MAP) voor 2020, "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet" dat in januari 2014 van kracht werd en tot 2020 bepalend zal zijn voor het Europese milieubeleid. De langetermijnvisie van beide documenten bestrijkt de periode tot 2050. 

Van biodiversiteitsstrategie naar visie en belangrijkste streefdoel
Visie
Tegen 2050 worden de biodiversiteit van de Europese Unie en de ecosysteemdiensten die daardoor worden geleverd – het natuurlijke kapitaal van de Unie – beschermd, gewaardeerd en naar behoren hersteld omwille van de intrinsieke waarde van de biodiversiteit en de noodzakelijke bijdrage ervan aan het menselijk welzijn en de economische welvaart, en zodanig dat catastrofale veranderingen ten gevolge van het biodiversiteitsverlies worden voorkomen.
Belangrijkste streefdoel
Het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van ecosysteemdiensten in de EU in de periode tot 2020 een halt toe te roepen en zo veel mogelijk ongedaan maken, en tevens de bijdrage van de Europese Unie tot het afwenden van het wereldwijde biodiversiteitsverlies opvoeren. 

De biodiversiteitsstrategie voor 2020 is een uitvloeisel van het EU-actieplan biodiversiteit uit 2006. Het is gebaseerd op de ervaringen met dat plan en legt de lat nog iets hoger. De strategie is er ook gekomen dankzij de ondertekening van de Conventie inzake Biologische Diversiteit van de Verenigde Naties en sluit daar volledig bij aan. Dat verdrag is het belangrijkste document over wereldwijd biodiversiteitsbeleid en moet het biodiversiteitsverlies en daarmee het verlies aan ecosysteemdiensten in de periode tot 2020 een halt toeroepen. 

In oktober 2010 kwamen 193 partijen die het verdrag hadden ondertekend, waaronder de EU en al haar lidstaten, in Japan bijeen. Bij deze tiende conferentie van verdragspartijen werd een aantal historische afspraken gemaakt, waaronder de zogenoemde Aichi-doelstellingen, die landen een kader biedt voor belangrijke maatregelen om ecosystemen en hun diensten in stand te houden, te verbeteren en te herstellen. 

Als een van de verdragspartijen moet de EU haar eigen biodiversiteitsbeleid op deze internationale afspraken afstemmen. Dat is gebeurd in het zevende MAP, haar beleidsdoelstelling voor 2020 en haar visie voor de periode tot 2050. De visie voor de periode tot 2030 uit de VN-doelen voor duurzame ontwikkeling is een verdere verbetering en bevestiging van het beleidsproces, met name voor wat betreft hun integratie in sectoraal beleid. 

In 2015 werd in de tussentijdse evaluatie van de biodiversiteitsstrategie voor 2020 geconcludeerd dat voor wat betreft biodiversiteit de uitgangssituatie in de EU uit 2010 over het geheel bezien door verlies aan biodiversiteit en achteruitgang van ecosysteemdiensten was verslechterd. Dit wordt ook bevestigd in het EMA-rapport Het milieu in Europa – toestand en verkenningen 2015. Deze achteruitgang is ook wereldwijd te zien en heeft ernstige gevolgen voor het vermogen van de biodiversiteit om in de toekomst aan de behoeften van de mens te voldoen. Hoewel vele lokale successen aantonen dat praktische maatregelen tot positieve resultaten leiden, moeten deze voorbeelden op grotere schaal worden uitgevoerd om meetbare effecten op de algehele negatieve trend te kunnen hebben. 

Het EU-beleid voor natuurbehoud is gebaseerd op twee belangrijke stukken wetgeving: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Samen vormen deze richtlijnen het fundament voor het Natura 2000-netwerk, een netwerk van beschermde gebieden waar soorten en habitats worden beschermd die van bijzonder belang zijn voor Europa.

Voor de binnenwateren en de zee zijn er twee kaderrichtlijnen, respectievelijk de Kaderrichtlijn Water en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Daarin zijn doelstellingen opgenomen om de biotische en abiotische elementen van ecosystemen bij te laten dragen aan de verwezenlijking van de streefdoelen van de biodiversiteitsstrategie voor 2020 en het zevende MAP voor biodiversiteit, ecosystemen en hun diensten. 

Activiteiten van het EMA

Het EMA voorziet beleidsmakers en de Europese burger actief van de nieuwste informatie omtrent biodiversiteit in Europa en ecosystemen. In algemene zin heeft het EMA op dit gebied een ondersteunende en informerende functie bij de ontwikkeling van beleid en levert het data, informatie/indicatoren en beoordelingen, waaronder analyses van soorten en habitats en bredere beoordelingen van ecosystemen en hun diensten. 

Het EMA ondersteunt bovengenoemde natuurrichtlijnen door rapporteringen via Reportnet en het datacentrum voor biodiversiteit en werkt nauw samen met het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk Eionet en het Europees Thematisch Centrum voor biodiversiteit. Belangrijkste activiteiten: 

  • Biodiversiteitsinformatiesysteem voor Europa (BISE);
  • Europees Natuurinformatiesysteem (EUNIS);
  • Natura 2000;
  • Stroomlijning van Europese indicatoren voor biodiversiteit (SEBI2020),
  • Kennisinnovatieproject Atlas Natuurlijk Kapitaal en Ecosysteemdiensten (KIP INCA);
  • Inventarisatie en beoordeling van ecosystemen en hun diensten (MAES).

Vooruitzichten

De informatiesystemen van het EMA moeten verder worden ontwikkeld om te kunnen voldoen aan de eisen van de natuurrichtlijnen en de Europese en wereldwijde biodiversiteitsstrategieën. Specifiek zal het EMA het biodiversiteitsinformatiesysteem voor Europa (een centraal webportaal met informatie over biodiversiteit in Europa zoals bijv. beleid, data en beoordelingen) verder ontwikkelen. 

Daarnaast zal het EMA op basis van diepgaande, passende en voor het beleid relevante methodieken verder werken aan de ontwikkeling van indicatoren en beoordelingen. Daarbij wordt rekening gehouden met de uitkomsten van onderzoeken naar de doeltreffendheid van uitgevoerd beleid, waaronder met name de tussentijdse evaluatie van de biodiversiteitsstrategie voor 2020 en beoordelingen van subglobale/regionale ecosystemen, en wordt ondersteuning verleend aan platformen voor beleid en wetenschap op Europees en wereldwijd niveau, bijvoorbeeld het intergouvernementeel platform voor beleid en wetenschap inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES). 

Gerelateerde inhoud

Nieuws en artikelen

Verwante publicaties

Zie ook

Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100