Persoonlijke hulpmiddelen

volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

1. Inleiding

1 Inleiding

Doel van het verslag

In het vijfde milieuactieprogramma (MAP 5) Fifth Environmental Action Programme (5th EAP) stelt de Europese Commissie:"Vóór eind 1995 zal de situatie volledig worden geëvalueerd en zal en geactualiseerd verslag over de toestand van het milieu en een herziening van het in dit programma uiteengezette beleid in bijlage strategie worden gepubliceerd" (PB C 138 van 17 mei 1993, blz.98). De Europese Commissie   (DG XI: Directoraat-generaal milieuzaken, nucleaire veiligheid en civiele bescherming) heeft het Europees Mileuagenschap (EMA) verzocht het hiervóór vermelde verslag over de toestand van het milieu op te stellen, en niet alleen een geactualiseerde versie uit te brengen, maar ook een analyse uit te voeren om na te gaan of de tot dusver getroffen maatregelen leiden tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het vijfde milieuactieprogramma.

In dit verslag worden de volgende vraagstukken behandeld:

  • veranderingen in de aanvankelijke toestand van het milieu (nieuwe inzichten);
  • veranderingen in de maatschappelijke ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei, energieverbruik);
  • vorderingen bij de uitvoering van de maatregelen mie vanaf 1992 op grond van het vijfde milieuactieprogramma zijn genomen en waarbij de europese Unie het voortouw neemt;
  • kwalitatieve beoordeling van de doeltreffendheid van de beleidsmaatregelen en -acties;
  • afstand tot de gestelde doelen, dat wil zeggen beoordeling over de haalbaarheid van de geselecteerde doelstellingen van het vijfde milieuactieprogramma ten aanzien van de voornaamste milieuthema's, uitgaande van de huidige toestand van het beleid en de acties die op stapel staan.

Het voorliggende verslag spitst zich toe op de trends en de toestand van het milieu op communautair niveau. Hoewel het vijfde milieuactieprogramma actie op nationaal en lokaal niveau door doelgropen vergt, worden de tot dusver geboekte vorderingen geëvalueerd in het voortgangsverslag over de uitvoering van het vijfde milieuactieprogramma van de Commissie. De analyse van dit verslag blijft beperkt tot een bespreking van de vorderingen wat betreft de uitvoering van de maatregelen op communautair niveau die in het vijfde milieuactieprogramma worden gespecificeerd.

Kader 1 - Naar een nieuwe manier van verslaglegging

De factor tijd speelt onmiskenbaar een rol bij de ontwikkeling van milieuproblemen en van een pro-actieve beleidsbepaling. Er zijn drie vertragende factoren te onderscheiden:

  • Een vertragende chemische factor. Door de jaren heen wordt er constant een zwaar beslag gelegd op de opslagcapaciteit van de milieureservoirs. Wanneer de opslagscapaciteit wordt overschreden, dient het milieuprobleem zich aan (dit wordt veelal aangeduid ald het "tijdbom-effect"). Nadat er maatregelen zijn getroffen, kan het nog lang duren voordat de oorspronkelijke situatie is weergekeerd. Enkele treffende voorbeelden van milieuproblemen die in vrij sterke mate "onomkeerbaar" zijn (of pas op de lange termijn kunnen worden verholpen), zijn de klimaatverandering, de aantasting van de ozonlaag, moeilijk afbreekbare chemische stoffen in het milieu en het verlies van habitats. Wat betreft de reservoirs kan "tijd" ook betekenen dat de voortgang in de vermindering van de milieudruk tekort kan schieten. De belastingsfactoren kunnen te zamen te veel worden, de grensbelasting te boven gaan en de draagkracht van de ecosystemen verre overschrijden. Om de kwaliteit van de natuur te verbeteren, zijn een verdere verbetering van de milieuomstandigheden en van het grondbeheer van wezenlijk belang.
  • Een vertragende biologische factor. Er verstrijkt enige tijd tussen de blootstelling aan chemische stoffen of fysische verschijnselen en de gevolgen daarvan, bij voorbeeld tussen de blootselling aan kankerverwekkende stoffen en het ontstaan van kanker. Een karakteristiek voorbeeld is het tijdsverschil tussen de blootstelling aan UV-B-straling (door de aantasting van de ozonlaag) en de toename van het aantal gevallen van huidkanker enkele tientallen jaren later.
  • Een vertragende maatschappelijke factor. Het kost niet alleen tijd om publiek bewustzijn te kweken en beleidsstrakegieën te ontwikkelen, maar ook met de regelgeving is tijd gemoeid. Richtlijnen die nog niet zijn goedgekeurd zullen op zijn vroegst over vier à vijf jaar van kracht worden en zullen, als er aan bepaalde Lid-Staten of sectoren tijdelijke ontheffingen zijn verleend, wellicht pas tien jaar daarna volledig ten uitvoer kunne worden gelegd. Deze uitvoeringsperiode is mede afhankelijk van het tempo vaarin het produkt (bij voorbeeld het wagenpart) wordt vernieuwd (het kost bij voorbeeld tien tot vijftien jaar om de nieuwe katalysator volledig door te voeren in alle personenwagens). Een dergelijke vernieuwing duurt zelfs nog langer in sectoren als energicentrales, vervoersinfrastructuur en huisvesting.

Een dignose van de huidige toestand van het milieu is daarom niet toereikend. Systemen voor vrogtijdige waarschuwing en het volgen van de vorderingen en vooruitzichten op milieugebied zijn van wezenlijk belang voor de ondersteuning van het beleidsproces en om de beleidsmakers en de samenleving voldoende terugkoppeling te kunnen geven over de milieugevolgen van hun huidige en geplande maatregelen.

Selectie van indicatoren

De werkzaamheden en het voorliggende verslag zijn gericht op een reeks indicatoren, die op grond van de volgende criteria zijn uitgekozen:

  • ze geven een indicatie van de voornaamste belasting van het milieu met betrekking tot de belangrijkste thema's van het vijfde milieuactieprogramma;
  • ze geven weer de "state-of-the-art" in de selectie van indicatoren door bij voorbeeld de OESO, en
  • de informatie moet (op korte termijn) beschikbaar zijn en onderling vergeleken kunnen worden voor de Europese Unie van de Twaalf en de Europese Unie van de Vijftien, Waarbijn zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van Eurostat en andere officiële bronnen, o van Het milieu in Europa: evaluatie van Dobris (EMA, 1995) (Europe's Environment: the Dobríš Assessment).

Bovendien is er een kortere lijst met negen doel- og prestatie-indiecatoren opgesteld: met behulp hiervan is aangegeven in hoeverre de Europese Unie heeft voldaan aan de voornaamste doelstellingen van het vijfde milieuactieprogramma en wat er nog verder moet worden gerealiseerd ("afstand tot het doel").


Structuur van deze samenvatting

Het vijfde milieuactieprogramma (5ºPAA) schetst een integrale strategie voor de milieuthema's en voor de doelgroepen als veroorzakers van de milieuachteruitgang. Dit samenvattende verslag is op soortgelijke wijze opgehouwd als het vijfde milieuactieprogramma zelf en is in drie hoofdstrukken verdeeld. Hoofdstuk 2 belicht de voornaamste conslusies van het verslag. Hoofdstuk 3 vermeldt in kort bestik de vorderingen en vooruitzichten wat betreft de milieuthema's van het vijfde milieuactieprogramma. De thema's zijn ingedeeld naar het geografisch bereik van hun effecten: mondiaal, grensoverschrijdend continentaal dan wel regionaal. De gevolgen die elk van de andere thema's voor de natuur en de biodiversiteit heeft, worden afzonderlijk besproken. In het laatste deel van hofdstuk 3 komen de milieu-uitgaven van het huidige beleid en de invloed daarvan op de economie aan de orde. Afsluitend, beschrijft hoofdstuk 4 de belangrijkste trends in de maatschappij en geeft beknopt weer welke bijdrage de sectoren van het vijfde milieuactieprogramma aan elk van de milieuthema's leveren, toegespitst op milieukwaliteit en -gevoeligheid.

Geographic coverage

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100