Persoonlijke hulpmiddelen

volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Publicaties / Het milieu in Europa: de tweede balans / 6.Chemische stoffen

6.Chemische stoffen

6. Chemische stoffen


De chemische industrie in West-Europa is sinds het Dobris-rapport verder gegroeid, waarbij de productie sinds 1993 sneller toeneemt dan het BBP. In de LMOE en de NOS is de productie sinds 1989 duidelijk gedaald, hetgeen in de lijn ligt van de daling van het BBP. Sinds 1993 heeft de productie zich in sommige landen echter weer deels hersteld. Het nettoresultaat is dat in heel Europa de stroom van chemische stoffen door de economie is toegenomen.

 

Gegevens over emissies zijn schaars. Wel is duidelijk dat chemische stoffen in alle submilieu's wijdverspreid voorkomen, inclusief in dierlijk en menselijk weefsel. De Europese inventaris van bestaande chemische stoffen bevat meer dan 100.000 chemische verbindingen. Vanwege het gebrek aan kennis over de concentraties waarin deze stoffen in het milieu voorkomen en over de beweging van deze stoffen door het milieu en de wijze waarop zij daar accumuleren om vervolgens op de mens en op andere levensvormen in te werken, bestaat er over de gevaren van veel van deze stoffen nog steeds onzekerheid.

 

Desalniettemin is er enige informatie beschikbaar, bijvoorbeeld over zware metalen en persistente organische verontreinigingen. Ofschoon de emissies van enkele van deze stoffen een dalende lijn vertonen, vormen de concentraties ervan in het milieu nog steeds reden tot bezorgdheid, vooral in enkele zwaar verontreinigde gebieden en “sinks” - gebieden waarin de stoffen uiteindelijk neerslaan - zoals de Noordelijke IJszee en de Oostzee. Hoewel de productie van een aantal bekende persistente organische verontreinigingen geleidelijk wordt beëindigd, worden veel andere nog steeds in grote hoeveelheden geproduceerd.

 

De laatste tijd is er bezorgdheid geuit over zogeheten “endocrine disrupting substances”, ofwel stoffen die de werking van endocriene klieren verstoren, waartoe de persistente organische verontreinigingen en enkele organometaalverbindingen behoren. De bezorgdheid betreft vooral het feit dat deze stoffen mogelijk voortplantingsstoornissen bij in het wild levende dieren en bij de mens veroorzaken. Dergelijke effecten zijn bij mariene fauna waargenomen, maar er is tot nog toe onvoldoende bewijs om een oorzakelijk verband te leggen tussen deze stoffen en reproductieve stoornissen bij de mens, waarvan de oorzaken grotendeels onbekend zijn: veranderingen in levensstijl en het soort kleren dat men pleegt te dragen kunnen evengoed een rol spelen als chemische stoffen in het milieu.

 

Vanwege de moeilijkheden en kosten die zijn verbonden aan het beoordelen van de toxiciteit van het grote aantal in potentie gevaarlijke chemische stoffen, vooral die met mogelijke voortplantings- of neuro-toxicologische effecten, zijn enkele van de huidige bestrijdingsstrategieën - zoals die gekozen tijdens de OSPAR-Conventie betreffende de bescherming van de Noordzee - gericht op vermindering van de door chemische stoffen veroorzaakte belasting van het milieu door het gebruik en emissie van deze stoffen te elimineren of te beperken. De Economische Commissie voor Europa zal naar verwachting in 1998 twee nieuwe protocollen afronden over emissies in de lucht van drie zware metalen en zestien persistente organische verontreinigingen. Deze protocollen vallen onder de werkingssfeer van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand.

 

Sinds het Dobris-rapport zijn enkele nieuwe nationale en internationale initiatieven genomen tot vermindering van de mogelijke milieueffecten van chemische stoffen. Daartoe behoren onder meer de uitvoering van programma’s voor vrijwillige reductie, heffingen op productie en gebruik van bepaalde chemische stoffen, en het toegankelijk maken voor het publiek van soortgelijke gegevens als die van de ‘US Toxic Release Inventory’. In de EU gebeurt dit in het kader van de Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. Overal in Europa bestaan mogelijkheden voor een ruimere toepassing van dergelijke instrumenten.

6.1. Inleiding

 

Sinds het begin van de industriële revolutie is in laboratoria langs synthetische weg een groot aantal nieuwe chemische verbindingen gemaakt, die in sommige gevallen door de chemische industrie in zeer grote hoeveelheden worden geproduceerd. Daarvan worden er vele gebruikt voor de fabricage en bereiding van een breed scala van producten.

Het aantal chemische stoffen dat in gebruik is, is onbekend. In 1981 werd de industrie in de EU echter gevraagd om een inventarisatie te maken van de stoffen die op de markt zijn. De Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (EINECS) die daaruit voortvloeide, bevat 100.116 chemische verbindingen. Schattingen over het aantal daarvan dat op dit moment feitelijk verhandeld wordt, lopen uiteen van 20.000 tot 70.000 (Teknologi-Radet, 1996). Daarnaast worden elk jaar weer honderden nieuwe stoffen op de markt gebracht.

Een aanzienlijk aantal van de chemische stoffen die in gebruik zijn, komt terecht in miljoenen consumptie- en andere goederen, en van daaruit in het milieu. Van veel van die producten is ofwel bekend dat zij gevaarlijk zijn voor het milieu of de gezondheid van de mens, of bestaat het vermoeden dat zij dat zijn.

Sommige van de meer indrukwekkende gevaren die samenhangen met de fabricage en het gebruik van chemische stoffen, zoals explosies, branden en acute vergiftiging, zijn algemeen bekend (hoofdstuk 13). Hetzelfde geldt voor sommige problemen die in verband worden gebracht met de emissie van chemicaliën naar water (hoofdstukken 9 en 10), lucht (hoofdstukken 2, 3, 4, 5 en 12), bodem (hoofdstuk 11) en de verwijdering ervan (hoofdstuk 7). Van een beperkt aantal chemische stoffen is redelijk veel bekend over hun chronische (langetermijn-) effecten op de gezondheid van personen die in de verwerkende industrie werkzaam zijn en die van personen die enkele andere beroepen uitoefenen. Maar van de meeste stoffen is de kennis over de mogelijke effecten op mens en milieu en van de verspreiding van deze stoffen in het milieu, nog steeds beperkt.

Sinds de milieueffecten van chemische stoffen in de jaren zeventig voor het eerst tot ongerustheid onder het grote publiek leidden, zijn de onderwerpen waarnaar onderzoek wordt verricht en de wijze waarop beleidsmakers en de onderzoekswereld over de belangrijkste vraagstukken denken, op een aantal manieren veranderd. In tabel 6.1 wordt een overzicht gegeven van enkele van die veranderingen. Een van de belangrijkste verschillen ten opzichte van de jaren zeventig is de toegenomen aandacht voor consumptiegoederen, zoals voedingsmiddelen, die voor de meeste mensen de belangrijkste bron van blootstelling aan gevaarlijke stoffen vormen.

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste vraagstukken van de jaren negentig behandeld, waarbij wordt getracht een antwoord te geven op de volgende vier hoofdvragen van dit rapport:

1. Welke trends kunnen worden waargenomen in de productie van chemische stoffen in Europa?

2. Hoe bewegen deze stoffen zich door het milieu en hoe accumuleren zij daar?

3. Wat zijn de effecten ervan op mens en milieu?

4.     Hoe reageren beleidsmakers?

De reikwijdte van het hoofdstuk is groot, omdat zowel bronnen van chemische stoffen bij de fabrikant als bij de eindverbruiker eronder vallen. Twee groepen van gevaarlijke stoffen, te weten zware metalen en persistente organische verontreinigingen, zullen als voorbeeld dienen van de problemen die door dergelijke stoffen worden veroorzaakt en van de wijze waarop deze problemen zijn aangepakt.

Tabel 6.1 Onderwerpen waarnaar onderzoek is verricht en hoe over vraagstukken die verband houden met chemische verontreiniging wordt gedacht: jaren zeventig - jaren negentig

 

jaren zeventig

 

jaren negentig

een enkel medium (voornamelijk lucht en oppervlaktewater)

 

meerdere media (inclusief bodem, sediment en grondwater)

puntbronnen van verontreiniging, bijv. schoorstenen

diffuse bronnen, bijv. landbouw, producten, goederen

concentraties in de lucht

totale blootstelling via voedsel, lucht, water, bodem, producten

gezondheid op het werk

gezondheid van de consument, gezondheid van ecosystemen

in de eerste plaats aandacht voor lokale/regionale situatie

aandacht voor situatie op internationaal/mondiaal niveau

beperkte, niet gekwantificeerde economische schade

grote, kwantificeerbare economische schade

aanpak van alle effecten afzonderlijk, bijv. leukemie

aanpak van meerdere effecten tegelijk, bijv. voortplantingseffecten

aanpak van alle stoffen afzonderlijk

aanpak van meerdere stoffen tegelijk/mengsels

aanpak in het eindstation van producten

schone productie en geïntegreerde bestrijding van verontreiniging, LCA

etikettering en gebruiksinstructies

informeren van publiek over het vrijkomen van chemische stoffen en het transport ervan

productieprocessen

processen & producten

eenmaal verkocht is er geen bemoeienis meer met het product

productondersteuning

specifieke voorschriften

kaderwetgeving, heffingen, overeenkomsten op basis van vrijwilligheid, verantwoord gedrag, enz.

Bron: uitgebreide EMA-versie van tabel 3, blz. 248, in Van Leeuwen e.a. (1996).

6.Chemische stoffen (.pdf)

Geographical coverage

[+] Show Map

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100