Persoonlijke hulpmiddelen

volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Publicaties / Het milieu in Europa: de tweede balans / 14. Integratie van milieubeleid en milieuacties in economische sectoren

14. Integratie van milieubeleid en milieuacties in economische sectoren

14. Integratie van milieubeleid en milieuacties in economische sectoren

14.1. Inleiding

Onlangs (5 februari 1998) vestigde de EU-commissaris voor het milieu, Ritt Bjerregaard, de aandacht op de grote kloof tussen hoe de gewone man milieuproblemen ziet en de manier waarop wetgevers ermee omgaan:

‘We verdelen problemen in hapklare brokken, hetgeen de gevestigde verdeling weerspiegelt van competentie en verantwoordelijkheid van de aparte ministeries en departementen… .De burger verwacht van ons dat we zorgen voor schone lucht, schoon water, gezond voedsel en bescherming van dieren in het wild en het landschap om zo deze waarden voor de toekomst te behouden: dit is een breder geïntegreerde zienswijze… . Tot op heden hebben we weinig voortgang geboekt wanneer het gaat om het beleid en de besluitvorming zo aan te passen dat deze breder geïntegreerde zienswijze er deel van kan uitmaken.’

Tot dusverre is in dit rapport voornamelijk ingegaan op de druk die verontreiniging uitoefent op het milieu en de gevolgen hiervan voor de menselijke gezondheid en ecosystemen. Voor elk probleem zijn de belangrijkste drijfkrachten (menselijke activiteiten) geïdentificeerd en in enkele gevallen zijn trends in de ontwikkeling van die drijfkrachten besproken. Achter veel milieuproblemen zitten echter dezelfde drijfkrachten. Het begrijpen van het algemene effect van deze activiteiten op het milieu en er op een geïntegreerde manier mee omgaan zijn de sleutel tot het ontwikkelen en uitvoeren van een succesvol beleid.

In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de informatie die al elders in dit rapport ter sprake is gekomen om tot een geïntegreerde samenvatting te komen van de belangrijkste milieueffecten van de voornaamste sociaal-economische sectoren om vervolgens de vooruitgang te evalueren die geboekt is bij het integreren van milieuoverwegingen in het beleid en bijbehorende acties voor deze sectoren.

In tabel 14.1 staan de belangrijkste milieueffecten van de voornaamste sociaal-economische sectoren. Deze tabel is bedoeld om een algemene indruk te geven van de vraag waar de verschillende sectoren de ernstigste gevolgen voor het milieu met zich meebrengen en dient als beginpunt voor het maken van een sectorale analyse van de milieuproblematiek.

Vroeger richtten de meeste wetgevers en wetenschappers hun aandacht op de afzonderlijke ‘hokjes’ van milieuproblemen bovenaan tabel 14.1. De oorzaak van veel van deze problemen ligt echter in de activiteiten van sociaal-economische sectoren (de eerste kolom) – een accentverschuiving die bijvoorbeeld in het paneuropese Milieuprogramma voor Europa uit 1995, het Vijfde Milieuactieprogramma uit 1992 en het EU-Verdrag van Amsterdam uit 1997 (zie kader 14.1) werd onderkend.

Aangezien elke economische sector bijdraagt aan verscheidene milieuproblemen, meestal door slechts enkele vervuilende stoffen, kunnen milieuacties binnen een enkele sector bevorderlijk zijn voor verschillende gebieden. Stikstofoxidenemissies door de vervoersector dragen bijvoorbeeld bij aan troposferische ozon, verzuring en stedelijke luchtverontreiniging, terwijl sulfurdioxide-emissies door de energiesector bijdragen aan verzuring en stedelijke luchtverontreiniging. Daar komt nog bij dat als de emissies van uitlaatgassen worden verminderd door het beperken van de verkeersgroei, er bijkomende voordelen door minder lawaai, ongevallen en files zijn doordat er minder verkeer is. Als deze ‘verontreinigende stoffen met meervoudige effecten’ en bijkomende voordelen bekend zijn,zal de waarneembare kosteneffectiviteit van milieuacties aanzienlijk verbeteren (zie bijvoorbeeld paragraaf 4.7 over het nieuwe multi-effect/multi-verontreinigers-protocol in het kader van de ECE-Overeenkomst betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand). Een beter geïntegreerde invalshoek m.b.t. het aanpakken van vervuiling kan ook de politieke steun voor dergelijke maatregelen vergroten, hetgeen van voordeel is voor Zuid-Europa (minder zomersmog) en Noord-Europa (minder verzuring).

14. Integratie van milieubeleid en milieuacties in ... (.pdf)

Geographic coverage

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100