Persoonlijke hulpmiddelen

volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

7. Afval

7. Afval

Voornaamste

bevindingen

Tussen 1990 en 1995 is de totale gemelde afvalproductie van de Europese landen die deel uitmaken van de OESO met bijna 10% toegenomen. Een deel van deze toename kan echter het gevolg zijn van een betere controle en rapportering. De slechte vergelijkbaarheid en de onvolledigheid van de gegevens maken het volgen van bepaalde ontwikkelingen en het vergroten van de doelgerichtheid van afvalbeleidsinitiatieven in Europa echter nog steeds moeilijk.

 

Naar schatting is de productie van stedelijk afval in de Europese landen die zijn aangesloten bij de OESO tussen 1990 en 1995 met 11% gestegen. In 1995 werd 200 miljoen ton stedelijk afval geproduceerd, wat neerkomt op 420 kg/persoon/jaar. Voor de LMOE en de NOS zijn de cijfers over stedelijk afval te beperkt om een onderliggende trend vast te kunnen stellen.

 

Duitsland en Frankrijk leverden de grootste bijdrage aan de naar schatting 42 miljoen ton gevaarlijk afval per jaar die voor de periode rond 1994 door de OESO-landen in Europa werd gerapporteerd. De Russische Federatie was verantwoordelijk voor twee derde van de 30 miljoen ton gevaarlijk afval die begin jaren negentig jaarlijks door alle Oost-Europese landen samen werd geproduceerd. Vanwege verschillen in definitie zijn deze cijfers echter niet meer dan een indicatie.

 

Afvalbeheer is in de meeste landen nog steeds grotendeels een kwestie van storten, wat van de beschikbare alternatieven de goedkoopste is. De stortkosten die worden berekend, komen echter zelden overeen met de werkelijke kosten (tot de stortkosten worden bijvoorbeeld zelden de kosten gerekend die ontstaan na sluiting van een stortplaats), alhoewel in sommige landen (bijv. België, Denemarken, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk) afvalheffingen worden toegepast. In toenemende mate wordt echter onderkend dat het wenselijker is om afval te beperken en te voorkómen. Alle afvalstromen, in het bijzonder het gevaarlijk afval, zouden gebaat zijn met een ruimere toepassing van schonere technologieën en verdere preventiemaatregelen. In landen met een goede infrastructuur voor afvalbeheer wordt steeds meer gebruik gemaakt van hergebruik en recyclering.

 

Tal van de LMOE en NOS zien zich gesteld voor problemen die voortvloeien uit een gebrekkig afvalbeheer in het verleden en een toename van de afvalproductie. Het afvalbeheer in deze landen vraagt om een betere strategische planning en meer investeringen. Tot de prioriteiten behoren

 het verbeteren van het stedelijk afvalbeheer door betere afvalscheiding en beter beheer van stortactiviteiten; het introduceren van hergebruik of herverwerking-initiatieven op lokaal niveau; en het uitvoeren van goedkope maatregelen ter voorkoming van bodemverontreiniging.

 

Overtuigd van de noodzaak van een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en van het tot een minimum beperken van milieuschade, en uitgaande van het beginsel dat de vervuiler betaalt en van het “nabijheidsprincipe”, heeft de EU een uitgebreid instrumentarium van wetgeving gecreëerd voor de bevordering en harmonisatie van nationale wetgeving inzake afvalstoffen. Sommige Midden-Europese landen beginnen geleidelijk een soortgelijke aanpak te hanteren, daartoe aangezet door het proces van toetreding tot de EU. In de meeste andere LMOE en NOS staat de wetgeving op het terrein van afvalstoffen echter nog in de kinderschoenen.

 

7.1. Inleiding

De hoeveelheid afval die door industriële gemeenschappen wordt geproduceerd is enorm: 4 miljard ton aan vaste afvalstoffen per jaar in Europa alleen al, wat neerkomt op ongeveer 5 ton per jaar voor iedere man, vrouw en kind. Afvalproductie is belangrijk vanuit twee standpunten: er kunnen problemen ontstaan voor het milieu en voor de volksgezondheid en het geeft aan hoe inefficiënt de samenleving met de hulpbronnen omgaat.

Net als in de rest van de wereld bestaat er in Europa grote bezorgdheid over de mogelijke gevolgen van de steeds toenemende hoeveelheid afval voor het milieu en men maakt zich met name zorgen over de potentiële gevaren van afvalverwerking waarop geen toezicht wordt uitgeoefend. In de EU zegt 85% van de bevolking zich zorgen te maken over industriële afvalstoffen. (Eurobarometer, 1995). De bezorgdheid van het publiek betreft met name:

• verontreiniging van bodem en water, bijvoorbeeld door het wegsijpelen van verontreinigende stoffen van stortplaatsen in het oppervlakte- en het grondwater, waardoor drinkwater kan worden aangetast en de binnen- en kustwateren kunnen worden verontreinigd. Stortplaatsen voor stedelijk afval produceren percolatiewater dat meestal organische stoffen, ammoniak, zware metalen en andere toxische stoffen bevat. Behandeling van percolatiewater is technisch gezien moeilijk en bovendien een kostbare zaak;

 

• van stortplaatsen afkomstige methaanemissies in de lucht, hetgeen bijdraagt tot opwarming van de aarde. De vorming van een explosief mengsel van methaan en lucht heeft al branden en explosies veroorzaakt, waarbij meerdere slachtoffers zijn gevallen;

• het visuele effect van stortplaatsen op het landschap;

• de gevaren die door plotselinge afvalverschuivingen ontstaan;

 

• dioxine-emissies die, tenzij kostbare technologie wordt aangewend, bij afvalverbranding ontstaan;

• van verbrandingsinstallaties afkomstige vliegas, dat doorgaans gevaar oplevert;

 

• locaties die zijn verontreinigd doordat daar in het verleden afval werd verwijderd, hetgeen de kosten van stedelijke ontwikkeling doet toenemen, tot ingewikkelde wettelijke vraagstukken en vragen over wettelijke aansprakelijkheid leidt, en een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en het milieu vormt (zie hoofdstuk 11, paragraaf 11.2);

• uitputting van de natuurlijke hulpbronnen als gevolg van het “wegwerp”-gedrag binnen economieën met grote materiaalstromen.

De druk die door het publiek en de politiek werd uitgeoefend teneinde bescherming van het milieu en een duurzaam gebruik van hulpbronnen te stimuleren, heeft geleid tot een complexe wisselwerking van eisen die worden gesteld aan degenen die het afval produceren en beheren. Afval is in feite een product dat voortkomt uit moderne economische activiteiten, waarbij de grootste hoeveelheden afval doorgaans in de landen met de hoogste economische opbrengst worden geproduceerd, ofschoon de hoeveelheden lijken te stabiliseren naarmate de BBP's meer met die van de rijkere landen overeenkomen. Figuur 7.1 toont het algemene patroon met betrekking tot stedelijk afval, ofschoon de gemelde gegevens niet zo nauwkeurig zijn dat er een duidelijk verband kan worden vastgesteld. Landen waar de economie zich in een overgangsfase bevindt, worden geconfronteerd met het vooruitzicht dat ze problemen zullen moeten oplossen die voortvloeien uit slecht afvalbeheer in het verleden en een stijging in de afvalproductie.

Door het ontbreken van uitgebreide en betrouwbare gegevens over afval en overeenstemming over de beste manier om de grote verscheidenheid aan problemen aan te pakken, worden in Europa, doorgaans op ongecoördineerde wijze, uiteenlopende benaderingen toegepast, zoals het voorkómen van afval, hergebruik en herwerking (recycling), schone technologieën, verbranding, voorbehandeling en het verwijderen via stortplaatsen. Er zijn allerlei systemen ontwikkeld voor het inzamelen, sorteren en behandelen van afval en er is een uitgebreid scala van wets- en economische instrumenten aangewend, zoals vrijwillige overeenkomsten, heffingen, belastingen en verordeningen. Pas sinds kort is echter de ontwikkeling van uitgebreide algemene afvalstrategieën op gang gekomen.

In lijn met aan deze ontwikkelingen is afvalbeheer een op zichzelf staande handel geworden, met eigen doelstellingen en prioriteiten en waarin vele miljarden ecu omgaan. Bij deze doelstellingen en prioriteiten ligt het zwaartepunt echter niet altijd bij het milieu en de behoefte aan duurzame ontwikkeling.

In dit hoofdstuk wordt niet op radioactief afval ingegaan, omdat dit soort afval zijn eigen specifieke problemen kent en op een andere manier beheerd wordt dan de meeste andere afvalstoffen.

7. Afval (.pdf)

Geographic coverage

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100