Evaluatie

Pagina Laatst gewijzigd 19-04-2016 19:31

EVALUATIE

Bij de beoordeling van het milieu wordt de gebruikelijke aanpak met de indeling in milieucomponenten - lucht, water en bodem - gevolgd, maar wordt ook van meer geïntegreerde functionele evaluatie-eenheden uitgegaan: landschappen, natuur en wilde fauna en flora, stedelijke gebieden. Dit deel wordt afgerond met een overzicht van de gezondheid van de mens in Europa.

4. Lucht

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de stand en de trends van de luchtkwaliteit in Europa, waarbij de bronnen, de gevolgen en de aanpak van luchtverontreinigende stoffen op lokaal, regionaal en mondiaal niveau worden bekeken. Hoewel de luchtkwaliteit in zekere opzichten (SO2) verbetert, verslechtert ze in andere opzichten. De gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid van de mens en het milieu vormen in Europa een ernstig probleem en er zijn dan ook voorschriften en overeenkomsten nodig om de emissies van verontreinigende stoffen te beperken.

Kortdurende luchtverontreiniging overschrijdt in de meeste grote Europese steden minstens eenmaal per jaar de WGO-richtwaarden voor luchtkwaliteit.

In de zomer ondervinden meer dan 100 miljoen Europeanen last van kortdurende piekniveaus van ozon.

De kritische depositieniveaus voor verzuring worden op ruim 60% van het Europese grondgebied overschreden.

Stratosferische ozonreductie en verhoogde concentraties van broeikasgassen zijn wereldwijd dreigende problemen.

5. Binnenwateren

Hier wordt een overzicht gegeven van de toestand van het grondwater, rivieren en meren; worden de trends op het gebied van waterkwantiteit en -kwaliteit geëvalueerd en wordt een verband gelegd tussen deze toestand en trends enerzijds en natuurlijke processen en menselijke activiteiten anderzijds. Waar mogelijk wordt de toestand van de binnenwateren voor ieder Europees land afzonderlijk belicht en wordt de omvang van de waterproblemen in verschillende gebieden van Europa vergeleken. De gegevens zijn afkomstig uit verschillende bronnen, waaronder onderzoeken van nationale watervoorraden, ingevolge EU-wetgeving, rapporten over de toestand van het milieu, wetenschappelijke literatuur en de resultaten van een speciaal voor dit doel opgestelde vragenlijst.

Jaarlijkse gemiddelde stikstofconcentraties in Europese rivieren

De onttrekking van water aan de Europese hernieuwbare watervoorraden bedraagt telkenjare gemiddeld 15%, maar wel met grote regionale verschillen.

De industrie neemt daarvan gemiddeld ongeveer 53% voor haar rekening, de landbouw 26% en de huishoudelijke sector 19%.

65% van de bevolking wordt van water voorzien uit grondwater; in veel gebieden is het grondwater overgeëxploiteerd en is de kwaliteit ervan bedreigd.

De geraamde nitraat- en pesticidegehalten van grondwater liggen in grote delen van Europa hoger dan de EU-richtwaarden voor drinkwater.

Eutrofiëring van rivieren en meren is een wijdverspreid verschijnsel.

Verzuring is een zeer ernstig probleem in grote delen van de noordse landen.

6. De zeeën

In dit hoofdstuk wordt de omvang beoordeeld van een reeks problemen waarmee de grootste negen Europese zeeën - de Middellandse Zee, de Zwarte Zee, de Kaspische Zee, de Witte Zee, de Barentsz-zee, de Noorweegse Zee, de Oostzee, de Noordzee, de Noordatlantische Oceaan - te kampen hebben: gebrek aan een effectief beheer van de vangsten; verontreiniging van de kustgebieden; eutrofiëring; conflicterend gebruik in kustgebieden; introductie van niet-inheemse soorten; onvoldoende controle op offshore activiteiten; overexploitatie van hulpbronnen; stijging van de zeespiegel ingevolge opwarming van de aarde.

Beschermde gebieden - percentage van totale landoppervlakte

Alle zeeën, behalve de subarctische, hebben met eutrofiëring te kampen. In sommige kustgebieden van de Zwarte Zee en de Zee van Azov is het nitraatgehalte verdubbeld tot verdrievoudigd.

Onvoldoende controle op offshore activiteiten leidt tot problemen in de Zwarte Zee, de Noordzee en de Kaspische Zee.

De invoering van niet-inheemse soorten heeft ernstige ecologische gevolgen voor de Zwarte Zee gehad.

In de Middellandse Zee zijn inheemse soorten, waaronder de monniksrob, bedreigd.

Het niveau van de Kaspische Zee is sinds 1977 met 1,5 meter gestegen.

7. Bodem

In dit hoofdstuk wordt beklemtoond dat de bodem een belangrijke rol speelt in de werking van de ecosystemen en dat de bescherming van de bodem belangrijk is voor het behoud van een gezond milieu. De functies die de bodem vervult en de wijze waarop die door menselijke activiteiten worden beïnvloed, worden besproken en geëvalueerd. Er wordt een overzicht gegeven van de processen die de bodem het meest aantasten. Voor iedere bedreiging worden de belangrijkste oorzaken, de omvang, de gevolgen en middelen tot bestrijding aangegeven. Aangezien er weinig kwantitatieve informatie over bodemaantasting beschikbaar is, zijn de meeste evaluaties van kwalitatieve aard. Enkele belangrijke kwantitatieve ramingen werden berekend aan de hand van bestaande - maar aan de meest recente gegevens aangepaste - modellen of afgeleid uit casestudies.

115 miljoen ha van de Europese bodem is aangetast door erosie, wat tot minder vruchtbaarheid en waterverontreiniging leidt.

De kritische depositieniveaus voor verzuring worden in de Europese bosbodem over een oppervlakte van 75 miljoen ha overschreden.

Wijdverspreide overbemesting resulteert in uitloging en afvloeiing van de bodem en leidt tot eutrofiëring en verontreiniging van het drinkwater met nitraten.

8. Landschappen

Dit hoofdstuk begint met een overzicht van de karakteristieke waarde en functies van verschillende cultuurlandschappen. Er worden 30 Europese landschapstypen onderscheiden en op een kaart gesitueerd. Typische landschapsbelastingen worden met casestudies geïllustreerd. Voorts worden wettelijke en strategische maatregelen voor landschapsbehoud beschreven.

De Europese landschappen veranderen of verdwijnen door de intensivering of het opgeven van de landbouw, de uitbreiding van steden, infrastructuur en vervoer.

6% van het Europese landoppervlak valt onder landschapsbescherming, maar doorgaans met een zwak wettelijk statuut.

9. Natuur en wilde fauna en flora

De bruine beer

Bruine beren leven in loof- en naaldbossen in bergachtige gebieden, maar ook in de vlakke taiga. Voor bruine beren in bergachtige gebieden is een seizoensgebonden verticale migratie tot op hoogten van 3.000 meter karakteristiek. Ondanks hun reputatie als vleesetende roofdieren, voeden beren zich hoofdzakelijk met planten, bessen, insekten, kleine gewervelde dieren en eieren. Ze zijn vooral 's nachts actief en hebben een betrekkelijk klein woongebied van zo'n 500 tot 2.500 ha. Bruine beren leefden vroeger in alle delen van Europa - van Groot-Brittannië en Spanje in het westen tot de Oeral in het oosten. Vandaag zijn ze volledig verdwenen uit de meeste West- en Middeneuropese landen. In de Pyreneeën, de Alpen en het noorden van Griekenland leven nog enkele heel kleine populaties. Bruine beren worden van oudsher als een gevaar voor huisdieren beschouwd. Er werd bijgevolg overal jacht op gemaakt. Een tweede belangrijke reden voor hun verdwijning is de sterke inkrimping van hun habitat (uitgestrekte en aaneengesloten bossen, waar ze niet worden gestoord). Raad van Europa, 1989

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de toestand van de ecosystemen, fauna en flora en maatregelen tot behoud van de natuur onderzocht. De belangrijkste habitattypen worden beschreven en de ecologische functies van en milieubedreigingen voor acht grote natuurlijke of semi-natuurlijke ecosysteemtypen bestudeerd. De geografische spreiding, de beheerscapaciteit en de belangrijkste belastingen worden onderzocht en geïllustreerd. De gegevens voor deze evaluatie zijn afkomstig van onderzoek door een deskundigennetwerk. Bij de evaluatie van de Europese fauna en flora worden zeven groepen soorten besproken. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan soorten waarvan het voortbestaan volgens de rode lijsten bedreigd is. Zowel voor de ecosystemen als voor de soorten worden in een aantal casestudies typische voorbeelden en nauwkeurige informatie ter illustratie van de algemene bevindingen gegeven. Voorts wordt een overzicht gegeven van bestaande en mogelijke wettelijke en strategische maatregelen tot behoud van de natuur op nationaal en internationaal niveau.

De bossen, die ooit 80 tot 90% van het Europese landoppervlak besloegen, beslaan daar nu nog maar 30% van.

Hoog- en laagvenen en moerassen zijn in grote aantallen verdwenen in West- en Zuid-Europa. In Spanje is bijvoorbeeld 60% van deze waterrijke gebieden verloren gegaan.

Tussen eenderde en de helft van alle vissen, reptielen, zoogdieren en amfibieën in Europa is bedreigd.

De totale oppervlakte van Europese beschermde zones is sinds 1972 verdrievoudigd, maar het gaat meestal om kleine en gefragmenteerde gebieden waarvoor bovendien te weinig middelen en personeel beschikbaar worden gesteld om een doeltreffende bescherming te kunnen waarborgen.

10. Het stedelijk milieu

Hier worden de kwaliteit van het stedelijk milieu in Europa en het effect van steden op het regionale en mondiale milieu onderzocht. Met behulp van specifiek op het stedelijk milieu afgestemde experimentele indicatoren wordt de vinger gelegd op de grote problemen in een aantal Europese steden. Bij de evaluatie wordt de aandacht vooral toegespitst op kwaliteit, evoluties en patronen van het stedelijk milieu. De klemtoon wordt vooral gelegd op de noodzaak van een geïntegreerde aanpak van stedelijke gebieden. Ten slotte worden plannings- en beheersstrategieën tot verbetering van het stedelijk milieu onderzocht.

Tweederde van de Europeanen leven in stedelijke gebieden, die slechts 1% van het totale landoppervlak beslaan.

De luchtkwaliteit in steden is over het geheel genomen verbeterd, maar laat in grote steden vaak nog veel te wensen over.

Een stad met 1 miljoen inwoners verbruikt dagelijks gemiddeld 11.500 ton fossiele brandstoffen, 320.000 ton water, 2.000 ton voedsel, en produceert anderzijds 25.000 ton CO2, 1.600 ton vaste afvalstoffen en 300.000 ton afvalwater.

Organisatie en beheer van de watervoorziening van steden zijn niet doeltreffend.


Bevolkingsgroei in enkele Europese steden

11. Menselijke gezondheid

Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste thema's met betrekking tot de gezondheidstoestand van de Europeanen en het verband tussen gezondheid en milieu wordt onderzocht aan de hand van de resultaten van een recente beoordeling van milieu en gezondheid door de WGO in Concern for Europe's Tomorrow. De eenvoudigste gezondheidsindicator is het oordeel dat de mens over zijn eigen gezondheid heeft. Uit gegevens betreffende 14 Europese landen blijkt dat de inwoners van Noorwegen en Zweden het meest tevreden zijn over hun gezondheidstoestand. Ook andere gezondheidsindicatoren worden onder de loep genomen, waaronder levensverwachting en kindersterfte, alsook de belangrijkste doodsoorzaken in Europa, namelijk hart- en vaatziekten, kanker, aandoeningen van het ademhalingsstelsel, besmettelijke ziekten, verwondingen en vergiftiging. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de belangrijkste met het milieu samenhangende gezondheidsproblemen in Europa.

Proportionele distributie van belangrijkste doodsoorzaken, 1987-1991, per land (landen volgens levensverwachting gerangschikt)

Van alle luchtverontreinigende stoffen stellen zwevende deeltjes de grootste problemen voor de gezondheid. Ze zijn onder meer de oorzaak van astma en andere ademhalingsstoornissen.

Verontreinigd zwemwater is in Europa de oorzaak van meer dan 2 miljoen gevallen van gastro-intestinale aandoeningen per jaar.

In Midden- en Oost-Europa is de levensverwachting bij geboorte verschillende jaren lager en liggen de kindersterftecijfers hoger dan in de rest van Europa.

   
 
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100