Chemische stoffen in Europa: inzicht krijgen in de effecten op de gezondheid van de mens en op het milieu

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 15-06-2017 Laatst gewijzigd 14-07-2017
Het is bekend dat de blootstelling aan schadelijke chemische stoffen gevolgen heeft voor de gezondheid van de mens en voor het milieu. Hoe weten we wat veilig wordt geacht, nu de productie van chemische stoffen wereldwijd toeneemt en nieuwe chemische stoffen worden ontwikkeld en in gebruik worden genomen? We spraken met Xenia Trier, deskundige chemische stoffen bij het EEA, over verschillende zaken rond een veilig gebruik van chemische stoffen in Europa en wat de EU doet om de mogelijke nevenwerkingen hiervan te beperken.
Afbeelding©Giovanni Cultrera, Environment&Me/EEA

Afbeelding©Giovanni Cultrera, Environment&Me/EEA

Wat zijn de voornaamste punten van zorg over de effecten van chemische stoffen op de gezondheid van de mens en op het milieu?

We hebben veel bereikt sinds een paar decennia geleden, toen de chemische vervuiling zeer zichtbaar was, en we worden nu in de EU veel beter beschermd tegen vele schadelijke stoffen. In de periode 1950-2000 is het mondiale productievolume van chemische stoffen echter meer dan 50 keer zo groot geworden en wereldwijd worden iedere dag vele nieuwe chemische stoffen geregistreerd. De algehele druk van chemische stoffen op het milieu en op de mens neemt dan ook toe en zo ook het risico op schadelijke effecten. De blootstelling aan schadelijke chemische stoffen, zowel in- als buitenshuis, kan vele gezondheidseffecten veroorzaken, zoals respiratoire en cardiovasculaire aandoeningen, allergieën en kanker.

Evenzo worden de planten- en dierenwereld en ecosystemen aangetast door het gebruik van, bijvoorbeeld, pesticiden en de accumulatie van persistente verontreinigende stoffen. Er vinden proeven plaats, maar deze zijn tijdrovend en duur en kunnen niet alle blootstellingscenario's omvatten. De ervaring leert ons ook dat wat vroeger als veilig werd beschouwd, vaak effecten blijkt te hebben die zich pas later manifesteren. De uitdaging bestaat erin de voordelen van chemische stoffen voor de mens en de economie te behouden en de nevenwerkingen te minimaliseren.

Worden er nog steeds chemische stoffen gebruikt waarover we bezorgd moeten zijn?

Onze inspanningen waren in het verleden voor het merendeel gericht op afzonderlijke stoffen die schadelijk werden geacht. Het probleem is dat het erg lang kan duren voordat we over voldoende gegevens beschikken om de schadelijkheid aan te tonen, terwijl de chemische stoffen dan al verspreid zijn. Het aanpakken van de problemen van lood in benzine en sommige pesticiden zijn voorbeelden van deze vorm van interventie. De vervangende chemische stoffen kunnen soms, op de een of andere manier, even slecht zijn.

Een ander probleem is dat er toenemende bezorgdheid heerst over de risico's van mengsels van chemische stoffen en hoe zij gecombineerd werken, hetgeen doorgaans niet in beschouwing genomen bij de evaluatie van chemische stoffen. Verder weten we nu dat sommige bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld kinderen en chronisch zieken, kwetsbaarder zijn voor chemische stoffen dan andere bevolkingsgroepen.

Bovendien hebben niet alle chemische stoffen een onmiddellijk schadelijk effect; maar kunnen zij veel later in het leven tot ziekten leiden, zoals hormoonontregelaars die de vruchtbaarheid aantasten en een hoge cholesterol en obesitas veroorzaken. Sommige chemische stoffen hebben een effect bij zeer lage dosissen, terwijl andere onopgemerkt kunnen blijven totdat er door accumulatie een kritiek niveau wordt bereikt dat gezondheidsproblemen geeft. Onze kennis van de effecten van de algehele druk van chemische stoffen op de mens en op ecosystemen is in het algemeen nog zeer beperkt. 

Het doet de EU om het probleem van chemische stoffen aan te pakken?

De EU werkt op verschillende fronten aan de bescherming van burgers. We hebben de REACH-wetgeving, die waarschijnlijk ‘s werelds meest geavanceerde wetgeving inzake chemische stoffen is en momenteel wordt herzien. De Europese Commissie is ook bezig met een controle van de wetgeving inzake chemische stoffen in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit). Het Europees Parlement heeft aandacht gevraagd voor de kwestie van mengsels van chemische stoffen en schone materiaalcycli in de circulaire economie. Hiermee samenhangend, werkt de Commissie aan een strategie voor een milieu zonder giftige stoffen.

Verder buigen diverse EU-agentschappen zich over verschillende aspecten van chemische stoffen. Het Europees agentschap voor chemische stoffen in Helsinki ondersteunt de tenuitvoerlegging van de REACH-wetgeving, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid in Parma onderzoekt stoffen die in ons voedsel terecht kunnen komen. We hebben een EU-agentschap dat zich inzet voor de veiligheid van geneesmiddelen, een ander voor de veiligheid en gezondheid op het werk en nu ook een nieuw speciaal initiatief voor menselijke biomonitoring om betere informatie te verkrijgen over de werkelijke blootstelling van burgers aan chemische stoffen. Er wordt veel gedaan, maar er blijven vragen rijzen: gebruiken we de juiste instrumenten om het probleem van een dergelijk groot aantal chemische stoffen aan te pakken? Kunnen we meer doen met de levenscyclus van producten en chemische stoffen?

Wat is het initiatief voor menselijke biomonitoring?

Bij het initiatief voor menselijke biomonitoring voor Europa (HBM4EU), waarvan het EEA deel uitmaakt, wordt specifiek gekeken naar de blootstelling van EU-burgers aan chemische stoffen, ongeacht de bron hiervan. Het plan is, via het verzamelen en analyseren van bloedmonsters, om na te gaan of er bijvoorbeeld plaatselijke of regionale hotspots gelden voor de blootstelling aan chemische stoffen, aan welke chemische stoffen wij worden blootgesteld en of bepaalde bevolkingsgroepen meer worden blootgesteld. Deze informatie moet de bronnen van verontreiniging helpen lokaliseren en kan als hulpmiddel dienen voor beleidsmakers om interventies doelgericht te maken en te prioriteren.

Een ander element van het project is burgers gedegen en feitelijke informatie over chemische stoffen te verstrekken. In het verleden hebben we, met name in Noord-Europa, gezien dat een actieve betrokkenheid van burgers, bijvoorbeeld via ngo's, een vorm van dialoog en samenwerking met het bedrijfsleven en beleidsmakers kan bevorderen die nodig is voor een positieve verandering.

Wat doet het EEA verder nog op het gebied van chemische stoffen en het milieu?

Het EEA speelt een vrij brede rol in het opbouwen van kennis over de effecten van chemische stoffen op het milieu en de gezondheid van de mens, alsook over afvalpreventie en -beheer in de circulaire economie.

Tegelijkertijd houdt veel van het werk dat we op verschillende thematische gebieden verrichten ook verband met chemische stoffen. Zo worden de effecten van luchtverontreiniging, de uitstoot van de industrie, broeikasgassen, ozonafbrekende stoffen en verontreinigende stoffen in water en bodem in grote mate veroorzaakt door chemische stoffen. Voor verschillende hiervan stellen wij indicatoren op en assisteren wij bij vrij toegankelijk maken van deze gegevens voor onderzoekers, beleidsmakers en het publiek. Dit gebeurt via onze eigen website en andere sites, zoals het informatieplatform voor chemische monitoring (IPCHEM). We zijn, over het geheel genomen, een tamelijk kleine speler, maar ik meen dat wij een belangrijke rol kunnen vervullen door te kijken naar de bredere maatschappelijke context, zoals, onder meer, hoe chemische stoffen een verschuiving naar een circulaire, koolstofarme economie in Europa kunnen verhinderen of mogelijk kunnen maken.

Xenia Trier

Deskundige chemische stoffen bij het EEA

Interview gepubliceerd in editie nr. 2017/2 van de EEA Newsletter, juni 2017

Temporal coverage

Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100