Internationale samenwerking

Taal wijzigen:
Pagina Laatst gewijzigd 22-06-2017
De meeste milieuproblemen zijn van grensoverschrijdende aard en vele bestrijken zelfs de hele wereld. Een effectieve aanpak ervan is alleen mogelijk door internationale samenwerking.

In de verordening tot de oprichting van het EEA en Eionet wordt gesteld dat het EEA bij de uitvoering van zijn kernactiviteiten actief op internationaal niveau moet samenwerken. Tot de taken van het EEA behoren onder andere het bevorderen van de integratie van Europese milieu-informatie in internationale milieutoezichtsprogramma's, het samenwerken met regionale en internationale instanties en programma's, zoals de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het VN-Milieuprogramma (UNEP), en samenwerken met instellingen in landen buiten de EU.

De internationale verbintenissen van het EEA kunnen in vier clusters worden onderverdeeld:

  1. Internationale samenwerking en Eionet
  2. Regionale betrekkingen met de buurlanden van de EU
  3. Betrekkingen met internationale organisaties, VN-organen en mondiale verdragen
  4. Samenwerking met landen en regio's buiten Europa

1. Internationale samenwerking en Eionet

Hoewel Eionet zich voornamelijk op de EEA-lidstaten richt, is er in de EEA-verordening een bepaling opgenomen waarin wordt gesproken over eventuele samenwerking met '... instellingen in landen die geen lid zijn van de Gemeenschap, maar die gegevens, informatie en deskundigheid ter beschikking kunnen stellen...'. Dankzij deze bepaling kunnen landen van buiten de EU deelnemen aan activiteiten van het Eionet en vervolgens lid worden van het EEA.

Eionet omvat strikt genomen uitsluitend de lidstaten van het EEA. In de praktijk wordt er bij het uitvoeren van de activiteiten in het kader van het Eionet echter al geruime tijd ook nauw samengewerkt met de landen van de Westelijke Balkan (samenwerkende landen van het EEA).

2. Regionale betrekkingen met de buurlanden van de EU

Het EEA heeft een lange staat van dienst op het gebied van thematische en transversale samenwerking, ook met landen die geen deel uitmaken van het Eionet. Het agentschap werkt samen met verschillende regionale processen en organen die geografische gebieden bestrijken met nauwe of grensoverschrijdende geografische of geopolitieke banden met de EU, en waar een duidelijk omlijnd EU-beleid van kracht is.

Bij de met begrotingsmiddelen gefinancierde werkzaamheden van het EEA in een regionale Europese context ligt de nadruk op het leveren van een bijdrage aan milieu-informatie en beoordelingsactiviteiten in het kader van verschillende verdragen en andere processen. Afhankelijk van de behoeften varieert de bijdrage van het EEA van het delen van gegevens en informatie tot beoordelingsgerelateerde inbreng en het bevorderen van netwerken en informatiepartnerschappen.

In de periode 2010-2015 heeft het EEA aanvullende financiële middelen van de EU ontvangen om de toepassing van de beginselen en goede praktijken van het gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (SEIS) te ondersteunen in de volgende landen die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen:

  • Landen van het Oostelijke Partnerschap: Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland
  • Partnerlanden in de zuidelijke Mediterrane regio: Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Palestijnse Autoriteit, Tunesië

Deze samenwerking is verder uitgebreid met aanvullende ondersteuning in de vorm van twee nieuwe projecten, die op 1 februari 2016 van start zijn gegaan. Deze projecten zijn gericht op de landen in de oostelijke en zuidelijke regio's van het Europese instrument voor nabuurschapsbeleid (ENI), dat gefinancierd wordt door de Europese Commissie (DG NEAR). Deze projecten zijn:

  • Toepassing van de beginselen en praktijken van het gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem in de landen van het Oostelijk Partnerschap (project ENI SEIS II East)
  • Toepassing van de beginselen en praktijken van het gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem in de landen in de zuidelijke regio van het Europees nabuurschapsbeleid (SEIS Support Mechanism), uitgevoerd in samenwerking met het VN-Milieuprogramma Mediterraan actieplan (UNEP/MAP)

De specifieke activiteiten bouwen voort op de resultaten van de activiteiten in eerdere projecten en zijn erop gericht om op regelmatige basis milieu-indicatoren en -beoordelingen te produceren als bijdrage aan op kennis gebaseerde besluitvorming en goed bestuur op het gebied van milieu. De activiteiten beogen het regionale perspectief en de regionale samenhang te bevorderen als overkoepelende doelstelling, maar zullen daarnaast ook landenspecifieke ondersteuning en technische bijstand in de vastgestelde nationale prioritaire domeinen omvatten.

Het EEA werkt ook samen met de Arctische Raad en de werkgroepen daarvan. In dit verband heeft het EEA drie doelstellingen: 1) Europese Arctische problemen beoordelen, vanuit de gedachte dat het Arctisch gebied deel van de EU uitmaakt en dat vijf van de acht leden van de Arctische Raad EEA-lidstaten zijn; 2) de Arctische landen die lid van de EU en het EEA zijn, helpen om een bijdrage te leveren aan beoordelingsprocessen inzake het Arctisch gebied; en 3) invloed uitoefenen op de circumpolaire Arctische processen door benaderingen van het EEA/Eionet en de beginselen van het SEIS te promoten, onder andere in het kader van het permanente Arctische observatienetwerk (SAON).

3. Betrekkingen met internationale organisaties

Het EEA kent een lange traditie van samenwerking met internationale organisaties en VN-organen, met name met die organisaties en organen die zich richten op milieuproblemen en aanverwante aspecten, zoals de milieuorganisatie van de VN op mondiaal niveau en de Economische Commissie voor Europa van de VN op pan-Europees niveau. Deze samenwerking is zowel thematisch (bijv. klimaatverandering en biodiversiteit) als transversaal van aard. Op thematisch gebied stelt het EEA gegevens en deskundigheid ter beschikking om de lidstaten en samenwerkende landen van de EU en het EEA te ondersteunen bij hun betrokkenheid bij internationale verdragen en de onlangs opgerichte VN-platformen voor wereldwijde evaluatie. De transversale activiteiten van het EEA zijn erop gericht kennis te delen en de beginselen van het SEIS te promoten, om zo de raakvlakken tussen kennis en beleid te versterken.

Bij zowel de thematische als de transversale activiteiten treedt het EEA op als directe partner van deze organen, waarbij het niet alleen zijn deskundigheid inbrengt bij lopende processen, maar ook de lidstaten en samenwerkende landen van de EU en het EEA ondersteunt om aan hun rapportageverplichtingen te voldoen door beoordelingen uit te voeren en EU-standpunten (mede) te ontwikkelen. De werkzaamheden ter ondersteuning van de lidstaten en samenwerkende landen van de EU en het EEA worden uitgevoerd in het kader van omvangrijke politieke processen. Een voorbeeld van een dergelijk proces is het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), waarin het EEA een actieve rol speelt ter ondersteuning van de monitoring, rapportage en verificatie van de uitstoot van broeikasgassen.

Na de vaststelling van de agenda voor duurzame ontwikkeling voor 2030, met inbegrip van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, moet het kader voor de opvolging en evaluatie van de agenda voor 2030 concreter worden toegespitst op nationaal, regionaal en mondiaal niveau. Met name op regionaal niveau levert het EEA een bijzondere bijdrage aan de monitoring- en beoordelingswerkzaamheden. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en de EU-lidstaten.

Het EEA is bovendien nog steeds betrokken bij het wereldwijde aardobservatiesysteem van systemen (GEOSS) van de Groep voor aardobservatie (GEO) en bij het VN-initiatief inzake het mondiaal beheer van geospatiale informatie.

4. Samenwerking met landen en regio's buiten Europa

Het EEA deelt zijn deskundigheid, kennis en benaderingen met diverse nationale en regionale organen buiten Europa. Al bijna twintig jaar wordt een regelmatige dialoog gevoerd met het Bureau voor milieubescherming van de Verenigde Staten (US Environmental Protection Agency) en de laatste vijftien jaar wordt informatie uitgewisseld met Centraal-Aziatische landen. Daarnaast onderhoudt het EEA contacten en informatie-uitwisselingen met instellingen en organen in bijvoorbeeld Australië, Canada, China, India en Zuid-Korea, en op regionaal niveau met organen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.

Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100