Leven in een veranderend klimaat

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 14-10-2015 Laatst gewijzigd 15-09-2016 10:50
Topics: ,
Ons klimaat is aan het veranderen. Uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat de wereldgemiddelde temperatuur stijgt en dat zich verschuivingen in neerslagpatronen voordoen. Tevens blijkt dat gletsjers, het Noordpoolijs en de Groenlandse ijskap smelten. Uit het vijfde evaluatieverslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change — IPCC) komt naar voren dat de opwarming sinds het midden van de 20e eeuw voornamelijk te wijten is aan een toename van de concentraties van broeikasgassen als gevolg van emissies die door menselijke activiteiten worden veroorzaakt. Deze toename is grotendeels toe te schrijven aan de verbranding van fossiele brandstoffen en veranderingen in het bodemgebruik.

 Image © Mariusz Warsinski, Environment & Me/EEA

Het is duidelijk dat we de broeikasgasemissies wereldwijd aanzienlijk moeten terugdringen om de schadelijkste gevolgen van de klimaatverandering te vermijden. Ook is duidelijk dat we ons moeten aanpassen aan het veranderende klimaat. Zelfs in het geval van aanzienlijke verminderingen van onze broeikasgasemissies zal het klimaat naar verwachting in zekere mate veranderen, wat gevolgen zal hebben die zich wereldwijd, ook in Europa, doen gevoelen. Overstromingen en droogtes zullen in aantal en intensiteit toenemen. Hogere temperaturen, veranderingen in de neerslaghoeveelheden en -patronen en extreme weersomstandigheden zijn nu al van invloed op de menselijke gezondheid, de natuurlijke omgeving en de economie.

Klimaatverandering gaat ons allen aan

Ook al beseffen we het misschien niet, de klimaatverandering betreft ons allemaal: boeren, vissers, astmapatiënten, ouderen, kleine kinderen, stadsbewoners, skiërs, strandgangers enz. Extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormvloeden, kunnen verwoestende gevolgen hebben voor lokale gemeenschappen en zelfs voor hele regio's en landen. Hittegolven kunnen luchtverontreiniging verergeren, waardoor hart- en vaatziekten en aandoeningen van de ademhalingswegen worden verhevigd, in sommige gevallen met dodelijke gevolgen.

Door de opwarming van de oceanen bestaat het risico dat de voedselketen uit balans wordt gebracht en daarmee ook het mariene leven, waardoor de toch al overbeviste visbestanden verder onder druk geraken. Hogere temperaturen kunnen ook uitwerkingen hebben op het vermogen van de bodem om koolstof te binden. Na de oceanen is de bodem de belangrijkste koolstofdioxideput. Droogten en hogere temperaturen kunnen eveneens nadelige effecten hebben voor de landbouwproductie, zodat de concurrentie tussen verschillende economische sectoren om waardevolle hulpbronnen als land en water heviger zal worden.

Deze gevolgen van de klimaatverandering resulteren in concrete verliezen. Volgens recent onderzoek kan het aantal hittegerelateerde sterfgevallen in Europa tegen het jaar 2100 tot 200 000 per jaar toenemen als er geen aanpassingsmaatregelen worden genomen. De schade als gevolg van overstromende rivieren zou wel eens meer dan 10 miljard euro kunnen bedragen. Andere gevolgen van de klimaatverandering zijn schade door bosbranden, lagere gewasopbrengsten en meer ziekteverzuim vanwege ademhalingsaandoeningen.

Gezien de huidige en toekomstige gevolgen kunnen de mensen in Europa er niet omheen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. Er is reeds een aanpassingsstrategie op het niveau van de Europese Unie ingevoerd om de lidstaten te helpen hun aanpassingsactiviteiten te plannen, en meer dan twintig Europese landen hebben een nationale aanpassingsstrategie vastgesteld.

Sommige lopende aanpassingsprojecten voorzien in de aanleg van nieuwe infrastructuur (zoals dijken en afwateringskanalen), terwijl andere erop zijn gericht ecosystemen te herstellen zodat de natuur zelf in staat is om klimaatveranderingseffecten als overtollig water of hitte op te vangen. Er bestaan verschillende initiatieven en financieringsmogelijkheden ter ondersteuning van landen, regio's en gemeenten bij de voorbereiding op de gevolgen van de klimaatverandering en met het oog op de vermindering van hun broeikasgasemissies.

Vermindering van de broeikasgasemissies

Hoe ernstig de klimaatverandering zal uitpakken, is afhankelijk van hoe sterk en hoe snel we de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer kunnen terugdringen. De klimaatverandering vormt een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Het is een mondiaal probleem dat ons allemaal aangaat. De wetenschappelijke wereld heeft sterk aanbevolen de stijging van de wereldgemiddelde temperatuur te beperken en de broeikasgasemissies te verminderen om nadelige gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen. In het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering is de internationale gemeenschap overeengekomen de gemiddelde temperatuurstijging in de hele wereld te beperken tot maximaal 2 °C boven het niveau van vóór de industrialisatie.

Indien de wereldgemiddelde temperatuur met meer dan 2 °C stijgt, zal de klimaatverandering veel ernstigere gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, de natuurlijke omgeving en de economie. Een gemiddelde opwarming van 2 °C betekent dat de temperaturen in bepaalde delen van de wereld met meer dan 2 °C zullen stijgen, vooral in het Noordpoolgebied, waar unieke natuurlijke systemen door de grotere impact van de klimaatverandering zullen worden bedreigd.

De Europese Unie heeft ambitieuze langetermijndoelstellingen vastgesteld om de klimaatverandering te beperken. In 2013 had de EU de uitstoot van broeikasgassen in de Unie reeds met 19 % gereduceerd ten opzichte van het niveau van 1990. De doelstelling van een vermindering met 20 % tegen 2020 is haalbaar.

Of een vermindering van de EU-emissies met ten minste 40 % tegen 2030 en 80 à 95 % tegen 2050 kan worden verwezenlijkt, is ten dele afhankelijk van het vermogen van de Unie om voldoende publieke en private middelen beschikbaar te stellen voor duurzame en innovatieve technologieën. Doeltreffende koolstofprijzen en regelgeving zijn geschikte middelen om investeringen in met name klimaatvriendelijke innovatie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te bevorderen. In sommige gevallen kunnen financieringsbeslissingen desinvesteringen in bepaalde sectoren en de herstructurering van andere sectoren met zich brengen.

Vermindering van de emissies door de EU-lidstaten is maar een deel van de oplossing, omdat de Unie momenteel slechts verantwoordelijk is voor circa 10 % van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Het is duidelijk dat de doelstelling van een maximale opwarming van 2 °C alleen haalbaar is als de hele wereld zich inspant om de broeikasgasemissies aanzienlijk terug te dringen. Volgens de wetenschap mag tot het eind van de eeuw slechts een beperkte hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer vrijkomen, omdat die doelstelling anders niet haalbaar zal zijn. Wereldwijd is het beschikbare „koolstofbudget" reeds voor een groot deel verbruikt. Bij de huidige omvang van de uitstoot zal het gehele koolstofbudget al geruime tijd vóór 2100 op zijn.

Uit wetenschappelijke studies blijkt dat de piek van de wereldwijde uitstoot in 2020 moet zijn bereikt en dat daarna een daling moet inzetten, willen we de kans verhogen dat de gemiddelde temperatuurstijging tot 2 °C kan worden beperkt. In dit licht moeten de komende klimaatgesprekken in Parijs (COP21) een keerpunt worden op weg naar een mondiale overeenkomst inzake de vermindering van de broeikasgasemissies en de ondersteuning van ontwikkelingslanden.

Een koolstofarme toekomst vanaf 2050

Niet-duurzame consumptie- en productiepatronen vormen de kern van het probleem. Ons recente rapport „Het milieu in Europa — Toestand en verkenningen 2015", dat is gebaseerd op de waarneming van recente trends met betrekking tot het milieu in de EU en mondiale megatrends, dringt aan op een overgang naar een groene economie. De groene economie is een duurzame levenswijze die ons in staat stelt een goed leven te leiden binnen de grenzen van onze planeet. Deze overgang vergt structurele veranderingen in cruciale systemen, zoals het energie- en het vervoerssysteem, waarvoor langetermijninvesteringen in onze infrastructuur nodig zijn.

In Europa wordt reeds in deze cruciale systemen geïnvesteerd. De uitdaging bestaat erin ervoor te zorgen dat alle investeringen die nu en in de toekomst worden gedaan, bijdragen tot de vergroening van de economie en ons niet in de richting van een nietduurzame ontwikkeling duwen. Als nu de juiste investeringen worden gedaan, worden niet alleen de kosten van de klimaatverandering tot een minimum teruggebracht, maar kan Europa ook meer knowhow ontwikkelen op het gebied van de florerende eco-industrie, de economie van de toekomst. Uiteindelijk hebben we er allemaal belang bij te bepalen hoe het leven er met de klimaatverandering uit gaat zien.

We lijken voor een reusachtige uitdaging te staan. Maar hoe groot die uitdaging ook moge lijken, de doelstelling om de opwarming van de aarde tot 2 °C te beperken, is nog steeds haalbaar. We moeten alleen moedig en ambitieus genoeg zijn om de kans aan te grijpen.

Hans Bruyninckx
Uitvoerend directeur EEA

Een veranderend klimaat zal gevolgen hebben voor vrijwel alle aspecten van ons leven. In vele regio’s van Europa zal de neerslag qua intensiteit en frequentie toenemen, wat tot meer en ernstigere overstromingen zal leiden en tot de verwoesting van huizen en infrastructuur (bijvoorbeeld voor vervoer en energie) in risicogebieden. In andere delen van Europa, zoals het Zuiden, kunnen tal van gebieden worden geconfronteerd met droogten als gevolg van hogere temperaturen en afnemende neerslag.

Geographic coverage

Austria, Belgium, Bulgaria, Croatia, Cyprus, Czech Republic, Denmark, Estonia, Finland, France, Germany, Greece, Hungary, Iceland, Ireland, Italy, Latvia, Liechtenstein, Lithuania, Luxembourg, Malta, Netherlands, Norway, Poland, Portugal, Romania, Slovakia, Slovenia, Spain, Sweden, Switzerland, Turkey, United Kingdom
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100