Afval in onze zeeën

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-08-2014 Laatst gewijzigd 22-04-2016 11:32
Onze aarde bestaat voor ongeveer 70 % uit oceanen en bijna overal in de zee is afval te vinden. Zeeafval, en vooral plastic, is niet alleen een bedreiging voor de gezondheid van onze zeeën en kusten maar ook voor onze economie en onze gemeenschappen. Het meeste vuil dat in zee drijft, is afkomstig van activiteiten op het land. Hoe kunnen we die stroom afval naar onze zeeën een halt toeroepen? De aanpak van dat wereldwijde probleem voor de zeeën kan het best al op het land beginnen.

 Image © Rastislav Stanik

In 2007 spoelde in Noord-Frankrijk een nogal ongewone groep schipbreukelingen aan. Het waren rubberen eendjes, die zo aan het eind kwamen van een 15 jaar lange reis. Die begon in januari 1992, toen een schip onderweg van Hongkong naar de Verenigde Staten een deel van zijn lading in een storm verloor. In een van de containers die overboord sloegen, zaten 28 800 stukken speelgoed. Een deel daarvan kwam al jaren eerder terecht op de Australische kust en aan de oostkust van de Verenigde Staten. Andere staken de Beringstraat en de Noordelijke IJszee over en strandden in Groenland, op Nova Scotia en in het Verenigd Koninkrijk.

Plastic eindeloos op drift

Rubberen eendjes zijn niet de enige vorm van door de mens geproduceerd afval dat in onze zeeën ronddrijft. Zeeafval bestaat uit geproduceerd of verwerkt vast materiaal (bijvoorbeeld plastic, glas, metaal en hout) dat op de een of andere manier in de zee terechtkomt.

Elk jaar belandt ongeveer 10 miljoen ton afval in de wereldzeeën en -oceanen. Plastic, en dan vooral plastic verpakkingsafval, zoals flessen en plastic tasjes voor eenmalig gebruik, is veruit de belangrijkste soort afval die we in zee vinden. Maar de lijst is veel langer: kapotte visnetten, touw, maandverband, tampons, wattenstaafjes, condooms, sigarettenpeuken, wegwerpaanstekers enz.

De massaproductie van plastic begon in de jaren vijftig en nam exponentieel toe, van 1,5 miljoen ton per jaar tot de huidige 280 miljoen ton per jaar. Ongeveer een derde van de huidige productie bestaat uit wegwerpverpakkingen die al na minder dan een jaar bij het afval belanden.

Anders dan organisch materiaal „verdwijnt" plastic nooit uit de natuur en hoopt het zich op in het milieu, en dan vooral in de oceanen. Zonlicht, zout water en golven versnipperen het plastic in steeds kleinere stukjes. Het kan zo'n 500 jaar duren voordat een wegwerpluier of een plastic fles in microscopisch kleine deeltjes uiteen is gevallen. Maar niet alle microplastics zijn van dat proces afkomstig. Soms worden al in de fabriek microplastics toegevoegd aan onze consumentenproducten, zoals tandpasta, cosmetica en producten voor persoonlijke verzorging.

Deze minuscule stukjes plastic zijn soms maar een paar micron (een miljoenste meter) groot en trekken naar elkaar toe door de stroming in de oceanen, de wind en de draaiing van de aarde. Ze vormen dan grote plastictapijten op plaatsen die „gyres" worden genoemd. Afhankelijk van de grootte van de deeltjes kunnen zij zichtbaar zijn als een soort transparante „plasticsoep". Deze gyres zijn plooibaar en veranderen van vorm en grootte. De grootste en meest onderzochte gyre is de zogenoemde North Pacific Gyre. Daarin drijft naar schatting 3,5 miljoen ton rommel in een gebied dat ongeveer twee keer zo groot is als de Verenigde Staten. Afval hoopt zich ook op in nog vijf andere grote draaikolken in onze oceanen, onder meer in de Atlantische Oceaan.

Sommige deeltjes spoelen zelfs op de meest afgelegen plaatsen ter wereld aan en vermengen zich met zand. Andere deeltjes komen in de voedselketen terecht.

Herkomst van zeeafval

Volgens sommige schattingen is ongeveer 80 % van de rommel die in zee wordt aangetroffen, afkomstig van activiteiten op het land. Maar zeeafval is lang niet altijd alleen maar afkomstig van menselijke activiteiten aan de kust. Zelfs wanneer afval op het land wordt gestort, wordt het door stroompjes, rivieren en de wind naar zee gevoerd. Visserij, scheepvaart, offshore-installaties, bijvoorbeeld boorplatforms, en rioleringen doen de rest.

Er zijn wel enkele regionale verschillen in de herkomst van zeeafval. In de Middellandse Zee, de Oostzee en de Zwarte Zee is het meeste zeeafval afkomstig van activiteiten op het land. Maar in de Noordzee leveren activiteiten op zee net zo goed een bijdrage.

Meer plastic dan plankton

De echte omvang van de effecten van zeeafval laten zich moeilijk inschatten. Zeeafval heeft twee belangrijke nadelige effecten op de zeefauna: inslikking en verstrikking.

Uit onderzoek van het Californische Algalita, een onafhankelijk onderzoeksinstituut voor de zee, bleek in 2004 dat zeewatermonsters zes keer meer plastic dan plankton bevatten.

Door de grootte en omdat het overal voorkomt, zien zeedieren en -vogels het zeeafval voor voedsel aan. Meer dan 40 % van de bestaande soorten walvissen, dolfijnen en bruinvissen, alle soorten zeeschildpadden en ongeveer 36 % van de zeevogels blijken zeeafval te hebben gegeten. En dat beperkt zich niet tot één of twee dieren. Het gaat om hele scholen vis en hele zwermen zeevogels. Zo had 90 % van de stormvogels die dood op de Noordzeekust aanspoelden, plastic in hun maag.

Als een dier zijn maag vol heeft met onverteerbaar plastic, kan het niet meer eten en zal het uiteindelijk verhongeren. De chemische stoffen uit het plastic kunnen ook als vergif werken en afhankelijk van hun gehalte het dier blijvend verzwakken of doden.

Ook grotere stukken plastic zijn een bedreiging voor het leven op zee. Veel soorten, zoals zeehonden, dolfijnen en zeeschildpadden, kunnen verstrikt raken in plastic afval, visnetten en vislijnen die in zee drijven. De meeste dieren die vast komen te zitten, overleven dat niet omdat zij niet meer naar de oppervlakte kunnen komen om adem te halen, niet meer aan roofdieren kunnen ontsnappen of zichzelf niet meer kunnen voeden.

Topje van de ijsberg

Zeeafval is een wereldwijd probleem en betrouwbare gegevens zijn moeilijk te vinden. Door stroming en wind gaan zichtbare stukken de hele wereld rond. Het kan dus gebeuren dat een en hetzelfde stuk afval meerdere keren wordt geteld. Bovendien wordt aangenomen dat slechts een klein deel van het zeeafval drijft of aanspoelt. Volgens het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) drijft maar 15 % van het zeeafval aan de oppervlakte. Nog eens 15 % zweeft in de waterkolom en 70 % ligt op de zeebodem.

Het „onzichtbare" deel van het afval blijft de algehele gezondheid van het zeemilieu aantasten. Wereldwijd is naar schatting 640 000 ton vistuig verloren gegaan, afgedankt of overboord gezet. Deze „spooknetten" blijven nog jarenlang vis en andere zeedieren vangen.

Bovendien krijgen we geregeld vissoorten op ons bord die plastic hebben ingeslikt. Door het eten van vis en schaaldieren die aan plastic blootgesteld zijn geweest en aan de uit olie afkomstige chemicaliën die dat plastic bevat, loopt ook de menselijke gezondheid gevaar. De gevolgen voor de gezondheid van de mens zijn niet volledig duidelijk.

Kustgemeenschappen het zwaarst getroffen

Meer dan 40 % van de bevolking van de EU woont in kustgebieden. Zeeafval tast niet alleen het milieu aan, maar heeft ook sociaaleconomische gevolgen, waarmee vooral kustgemeenschappen te maken hebben. Een schone kustlijn is erg belangrijk voor het strandtoerisme. Op 100 meter Atlantische kust zijn gemiddeld 712 stukken afval te vinden. Als er niets aan wordt gedaan, hoopt zeeafval zich op het strand op. Om hun stranden voor toeristen aantrekkelijker te maken, moeten veel gemeenschappen en bedrijven stranden schoonmaken voordat het zomerseizoen begint.

Er bestaan geen uitvoerige schattingen van de totale kosten van zeeafval voor de samenleving. Ook is het moeilijk om in te schatten hoeveel inkomsten lokale economieën mislopen omdat potentiële bezoekers ergens anders heen gaan. Maar er zijn wel voorbeelden van concrete kosten voor het schoonmaakwerk, uitgedrukt in geld. In het Verenigd Koninkrijk besteden gemeenten zo'n 18 miljoen EUR per jaar aan het schoonmaken van stranden.

Bij schoonmaakacties worden natuurlijk de grotere stukken vuil weggenomen zodat het gebied er weer mooi uitziet, maar hoe zit het met de kleine stukjes? Volgens de Kommunenes Internasjonale Miljøorganisasjon (KIMO), een internationale organisatie waarin lokale overheden samenwerken op het gebied van zeevervuiling, bestaat ongeveer 10 % (in gewicht) van het afval dat op stranden aanspoelt uit plastic. Omdat dat materiaal zo klein is, kan het vaak niet van zand worden onderscheiden.

Aanpak van zeeafval: het begint met preventie

Hoewel zeeafval niet de enige bedreiging is voor de gezondheid van het zeemilieu, baart het wel steeds meer zorgen. De ophoping en slechte afbreekbaarheid van plastic in de natuur maken de zaak er nog moeilijker op. Zeeafval is een grensoverschrijdend probleem.

Zodra het in zee ligt, heeft het geen eigenaar meer. Daardoor is het lastig te beheren en is dat beheer erg afhankelijk van goede regionale en internationale samenwerking.

In sommige wetten van de EU zijn concrete doelen voor de zee opgenomen. Zo wordt in de kaderrichtlijn mariene strategie van de EU uit 2008 zeeafval omschreven als een van de gebieden die moeten worden aangepakt om in 2020 een goede milieutoestand van alle zeewateren te bereiken. Naar aanleiding van deze EU-richtlijnen en de slotverklaring van de Rio+20-wereldconferentie van de VN over duurzame ontwikkeling uit 2012 is in het zevende milieuactieprogramma van de EU (2014-2020) vastgelegd dat er een nulmeting moet komen en een reductiedoelstelling moet worden vastgesteld.

Net als bij integraal afvalbeheer begint de aanpak van zeeafval met preventie. Hoe kunnen we afval voorkomen? Hebben we echt elke keer dat we naar de winkel gaan een plastic tasje nodig? Kunnen sommige van onze producten en productieprocessen zodanig worden opgezet dat er geen microplastic bij wordt gebruikt of ontstaat? Jazeker, dat kan.

Marine litter

(c) Ani Becheva / EEA Waste•smART

Actie begint op het land

De volgende stap is om op het land maatregelen te treffen, nog voordat het vuil onze zeeën kan bereiken. Met het oog daarop heeft de EU beleid en wetgeving voor beter afvalbeheer, minder verpakkingsafval en meer recycling (vooral van plastic), betere waterzuivering en een efficiënter gebruik van hulpbronnen in het algemeen. Er zijn ook richtlijnen opgesteld om de vervuiling door schepen en havens te verminderen. Een betere uitvoering van beleid om afval te voorkomen en te verminderen, kan enorme winst opleveren.

Maar hoe zit het dan met het afval dat al in onze zeeën en oceanen ronddrijft? Al jarenlang hoopt zeeafval zich in onze zeeën op. Sommige stukken afval zijn naar de zeebodem gezonken, maar andere drijven nog rond met de stroming van de oceanen. Het is haast onbegonnen werk om te bedenken hoe we dat allemaal kunnen opruimen.

Er bestaan wel een aantal „vissen naar vuil"-initiatieven, waarbij schepen zeeafval opvissen — net zoals op het vasteland afval wordt ingezameld. Kleiner afval kan met de gebruikte methoden echter niet uit zee worden gehaald. Het probleem van de microplastics blijft dus onopgelost. Door de omvang van het probleem en de grootte van onze oceanen zijn dergelijke initiatieven bovendien te beperkt om werkelijke verbeteringen te kunnen opleveren.

Datzelfde geldt voor het schoonmaken van stranden en kusten. Toch zijn dat initiatieven die het bewustzijn over dit onderwerp kunnen vergroten en burgers kunnen betrekken bij de aanpak van het probleem van zeeafval. Uiteindelijk kan het gewoon een kwestie van aantallen zijn. Hoe meer vrijwilligers zich melden, des te beter we wellicht in preventie worden.

Marine LitterWatch

Het EEA heeft de „Marine LitterWatch" ontwikkeld. Hierbij hoort ook een app waarmee kan worden bijgehouden hoeveel zeeafval op de Europese stranden ligt. Met de gratis verkrijgbare app kunnen organisaties die stranden schoonmaken, gegevens verzamelen, waarmee we meer inzicht krijgen in zeeafval. Ook kunnen geïnteresseerden informatie vinden over schoonmaakinitiatieven bij hen in de buurt of een eigen community opzetten.

Geographic coverage

Europe
Dynamic

Temporal coverage

2014

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100