Van productie tot afval: het voedselsysteem

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-08-2014 Laatst gewijzigd 31-08-2016 15:19
We gebruiken steeds meer natuurlijke hulpbronnen omdat de bevolking groeit, levensstijlen veranderen en de persoonlijke consumptie toeneemt. Om iets te doen aan onze niet-duurzame consumptie, moeten we het hele systeem van hulpbronnen aanpakken, inclusief productiemethoden, vraagpatronen en toeleveringsketens. Dit artikel gaat nader in op het thema voedsel.

 Image © Gülcin Karadeniz

In zijn algemeenheid omvat het voedselsysteem alle grondstoffen, processen en infrastructuur die verband houden met landbouw, handel, detailhandel, transport en consumptie van voedselproducten. Net als water en energie is voedsel een basisbehoefte van de mens. Voedsel moet niet alleen beschikbaar zijn, maar ook van hoge kwaliteit, gevarieerd, bereikbaar, veilig voor consumptie en betaalbaar. Er is ook een nauw verband tussen onze gezondheid en ons welzijn en voedsel. Ondervoeding en obesitas zijn allebei gezondheidsproblemen die rechtstreeks verband houden met de manier waarop wij ons voedsel produceren, verkopen en consumeren.

In de loop der tijd is de voedselconsumptie van de Europeanen flink veranderd. Zo eten we in vergelijking met vijftig jaar geleden meer dan twee keer zoveel vlees per persoon. Sinds 1995 is de vleesconsumptie per persoon echter ook met 10 % afgenomen. Tegelijkertijd eten Europeanen meer pluimvee, vis en schaal- en schelpdieren, groenten en fruit.

De EU is een van de grootste voedselproducenten ter wereld. In de landbouw worden er moderne productiesystemen toegepast en het land is er geschikt voor landbouw. De productiviteit per hectare is vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk toegenomen. Door zijn diversiteit aan landbouwgrond en klimaten produceert Europa een breed scala aan producten. Maar om aan zijn voedselbehoefte te voldoen, moet Europa ook voedsel importeren.

Uitgedrukt in oogstopbrengsten is de productiviteit van de landbouw gestegen door monocultuur (d.w.z. dat in grotere gebieden een en hetzelfde gewas wordt geteeld) en irrigatie, betere machines en meer gebruik van chemicaliën, waaronder bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Door deze intensivering slaagde Europa erin om meer voedsel produceren op minder land.

Deze productiewijzen zijn echter niet zonder gevolgen voor het milieu gebleven. Deze vorm van intensivering vergroot de druk op het milieu, met, naast meer uitstoot van CO2, ook meer vervuiling door stikstof tot gevolg, een groter verlies aan biodiversiteit op bouwland en vervuiling van bodem, rivieren en meren. Bovendien, als bij de productie van voedsel meer externe input wordt gebruikt om hogere opbrengsten te krijgen, neemt de algehele energie-efficiëntie vaak af. Dus als we steeds meer energie gebruiken om voedsel te produceren, levert dat uiteindelijk steeds minder energie (calorieën) op in termen van voedselenergie voor de samenleving.

Waste bags

(c) Gülcin Karadeniz

Duurzaam en productief

Het is duidelijk dat Europa de milieueffecten van de agrarische productie moet terugdringen. Tegelijkertijd moet de voedselproductie op peil blijven om te kunnen voldoen aan de vraag in de EU zelf maar ook daarbuiten.

De EU behoort tot de grootste producenten en exporteurs van voedsel ter wereld. Zouden haar opbrengsten sterk teruglopen, dan zou dat gevolgen hebben voor de wereldwijde productie en dus ook voor de voedselprijzen. Hoe kan Europa nou voldoende hoogwaardig en betaalbaar voedsel blijven produceren en tegelijkertijd de milieueffecten van de landbouw terugdringen?

Dat kan onder meer door het invoeren van duurzamere landbouwmethoden. De landbouw kan bijvoorbeeld met agro-ecologische methoden worden geïntensiveerd zonder synthetische chemische input (meststoffen en bestrijdingsmiddelen), door bij de productie natuurlijke producten en meer ecologische processen te gebruiken. Precisielandbouwtechnieken zijn een manier om het gebruik van chemicaliën terug te dringen en daarmee ook een deel van de milieueffecten.

Ongeacht de methode moet de productie van voedsel voldoende intensief blijven, zodat de productiviteit niet achteropraakt bij de vraag naar voedsel. Zo komen landgebruik en biodiversiteit niet verder in gevaar.

Bovendien is de landbouw in veel regio's de belangrijkste bron van inkomsten voor lokale gemeenschappen en tevens een belangrijk onderdeel van het sociale netwerk en de lokale cultuur. Maatregelen om het voedselsysteem te verbeteren, moeten daarom altijd rekening houden met die sociale aspecten.

Maatregelen die alleen maar naar de productiekant kijken, volstaan niet om het volledige voedselsysteem „groen te maken". Ook in andere stadia is er nog meer efficiëntie nodig, bijvoorbeeld bij het transport, in de detailhandel en bij de consumptie. Door een verschuiving in het voedselpatroon van minder vlees naar meer groente zou de druk op het landgebruik verminderen.

Voedselafval

Naar schatting een derde van het voedsel dat in Europa wordt geproduceerd, wordt niet geconsumeerd, en in alle stadia van de keten ontstaat afval. De Europese Commissie schat dat alleen al in de EU 90 miljoen ton voedsel (dat is 180 kilo per persoon) wordt weggegooid. Veel daarvan is nog geschikt voor menselijke consumptie. Voedselafval is een van de speerpunten in het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa van de EU.

Velen van ons proberen om thuis minder voedsel weg te gooien. Dat kan bijvoorbeeld door voor een maaltijd precies de juiste hoeveelheid voedsel te bereiden: niet te veel, maar ook niet te weinig. Een andere manier is om creatief te zijn met de restjes van de vorige dag. Hoe goed we ook ons best doen, soms is het onvermijdelijk om voedsel weg te gooien: fruit verrot en melk wordt zuur. Voedselafval van huishoudens is maar een deel van de totale hoeveelheid voedsel die wij verspillen. Grote hoeveelheden voedsel komen zelfs nooit in een koelkast terecht, maar worden al voor die tijd weggegooid.

Over de hoeveelheid voedsel die in diverse stadia wordt weggegooid, bestaan voor de EU als geheel geen schattingen. Betrouwbare en vergelijkbare gegevens ontbreken, vooral over voedselafval dat ontstaat bij de agrarische productie en in de visserij. Voor sommige landen zijn echter wel gegevens beschikbaar.

Voedselafval in Zweden: een analyse

Volgens een onderzoek van het Zweedse bureau voor milieubescherming gooiden de Zweden in 2012 per persoon 127 kilo voedsel weg. Deze schatting is exclusief voedselverspilling in de productiefase (landbouw en visserij) en het onvermijdelijke afval dat in de voedselverwerkende industrie ontstaat.

Van deze hoeveelheid namen huishoudens 81 kilo per persoon voor hun rekening. Restaurants waren goed voor 15 kilo per persoon, supermarkten voor 7 kilo en cateraars voor 6 kilo per persoon. Het Zweedse onderzoek schatte ook in hoeveel van dat voedselafval „onnodig" was. De uitkomsten laten zien op welke punten verbeteringen mogelijk zijn: van het voedselafval uit supermarkten werd 91 % als onnodig aangemerkt. Voor restaurants was dat 62 %, voor cateraars 52 % en voor huishoudens 35 %.

Een deel van het voedselafval ontstaat door de naleving van bestaande wetgeving ter bescherming van de volksgezondheid en de consument. Besmet vlees dat uit de schappen wordt gehaald, is een verspilling van hulpbronnen, maar ook een preventieve maatregel om de volksgezondheid te beschermen.

Bij andere maatregelen ligt dat minder duidelijk. De „ten minste houdbaar tot"-data op voedselproducten betekenen bijvoorbeeld niet per se dat het product van de ene op de andere dag slecht wordt, maar wel dat de kwaliteit na die datum begint af te nemen. Sommige producten kunnen na de aangegeven datum dus nog steeds veilig worden geconsumeerd, maar winkeliers mogen ze niet verkopen en consumenten kopen ze niet. Ook door het streven om te voldoen aan de verwachtingen van de consument (ruime keuze, volle schappen, mooie presentatie), wordt in winkels mogelijk voedsel weggegooid.

Wat met onverkocht voedsel gebeurt, hangt af van de manier waarop met afval wordt omgesprongen. Het kan als veevoer worden gebruikt, maar ook worden gecomposteerd, voor energiewinning worden gebruikt of naar een stortplaats worden gebracht.

Winst in het ene systeem betekent ook winst in een ander

Elke keer dat we voedsel verspillen, verspillen we ook het land, het water, de energie en alle andere input die is gebruikt om het voedsel te maken dat we vervolgens niet consumeren. Minder voedselafval betekent dus altijd potentiële winst voor het milieu. Als we in het hele voedselsysteem minder weggooien, hebben we ook minder water, meststoffen, land, transport, energie, afvalinzameling, recycling enz. nodig.

Bekijken we dit nog iets breder vanuit het oogpunt van een groene economie, dan draagt een efficiënter gebruik van hulpbronnen in het ene systeem bij aan minder gebruik van hulpbronnen in andere systemen. Het is bijna altijd een win-winscenario.

Gerelateerde inhoud

Nieuws en artikelen

Related briefings

Verwante publicaties

Geographic coverage

Europe
Dynamic

Temporal coverage

2014

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100