De economie: efficiënt met hulpbronnen, groen en circulair

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-08-2014 Laatst gewijzigd 31-08-2016 15:14
Ons welzijn is afhankelijk van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. We winnen hulpbronnen en verwerken ze tot voedsel, gebouwen, meubels, elektronische apparaten, kleding enz. Alleen verbruiken wij onze hulpbronnen sneller dan het milieu ze weer kan aanmaken om ons te onderhouden. Hoe kunnen we op de lange termijn het welzijn van onze samenleving waarborgen? Het groener maken van onze economie kan daarbij zeker helpen.

 Image © Rastislav Stanik

Welzijn is niet makkelijk te omschrijven of te meten. Velen van ons zullen waarschijnlijk zeggen dat welzijn mede afhankelijk is van goede gezondheid, familie en vrienden, persoonlijke veiligheid, een prettige en gezonde leefomgeving, bevredigend werk en voldoende inkomen voor een goede levenstandaard.

Hoewel dat van persoon tot persoon kan verschillen, zijn economische zaken — het hebben van werk, het verdienen van een fatsoenlijk inkomen, goede werkomstandigheden — belangrijk voor ons welzijn. Baanzekerheid of werkloosheid worden vooral belangrijk in periodes van economische crisis en kunnen het moreel en het welzijn van de samenleving als geheel nadelig beïnvloeden.

Het spreekt voor zich dat we een goed functionerende economie nodig hebben, die ons niet alleen voorziet van de goederen en diensten die wij nodig hebben, maar ook zorgt voor banen en voldoende inkomen voor een bepaalde levensstandaard.

Economie afhankelijk van het milieu

Een goed functionerende economie is onder meer afhankelijk van een ononderbroken stroom van natuurlijke hulpbronnen en materialen, zoals hout, water, gewassen, vis, energie en delfstoffen. Elke onderbreking in de aanvoer van de belangrijkste grondstoffen kan immers de sectoren die daarvan afhankelijk zijn tot stilstand brengen en ondernemingen dwingen mensen te ontslaan of met de levering van goederen en diensten te stoppen.

Een ononderbroken aanvoer wil zeggen dat we zoveel kunnen winnen als we willen. Maar kunnen we dat echt? Of, als dat zo is, wat zijn dan de gevolgen voor het milieu? Hoeveel kunnen we eigenlijk winnen zonder schade aan het milieu toe te brengen?

Het korte antwoord is dat we nu al te veel winnen, meer dan wat onze planeet in een bepaalde periode kan produceren of aanvullen. Volgens sommige onderzoeken is in de afgelopen honderd jaar het wereldwijde verbruik van grondstoffen per hoofd van de bevolking verdubbeld, en dat van primaire energie zelfs verdrievoudigd. Anders gezegd: ieder van ons verbruikt grofweg drie keer zoveel energie en twee keer zoveel grondstoffen als onze voorouders in 1900. En bovendien doen we dat tegenwoordig met 7,2 miljard mensen, tegenover 1,6 miljard in 1900.

Door het tempo waarin we grondstoffen winnen en de manier waarop we hulpbronnen gebruiken, zorgen we er in feite voor dat onze planeet ons minder goed kan onderhouden. Neem bijvoorbeeld de visstand. Overbevissing, vervuiling en klimaatverandering hebben grote gevolgen gehad voor de wereldwijde visstand. Veel kustgemeenschappen die vroeger afhankelijk waren van de visserij, moesten in andere sectoren investeren, bijvoorbeeld in het toerisme. Degenen die hun economie niet konden diversifiëren, hebben het momenteel erg moeilijk.

In feite hebben onze economische activiteiten sterk uiteenlopende effecten op het milieu en de samenleving. Luchtvervuiling, verzuring van ecosystemen, verlies van biodiversiteit en klimaatverandering zijn allemaal milieuproblemen die ons welzijn ernstig aantasten.

Groener en efficiënt met hulpbronnen

Om het milieu te sparen en te kunnen blijven profiteren van alles wat het ons biedt, moeten we minder grondstoffen winnen. Dat betekent dat we goederen en diensten anders moeten produceren en grondstoffen anders moeten verbruiken. Kortom, we moeten onze economie groener maken.

Hoewel er meerdere definities bestaan, wordt met een „groene economie" meestal een economie bedoeld waarin bij alle keuzes voor productie en consumptie rekening wordt gehouden met het welzijn van de samenleving en de algehele gezondheid van het milieu. Iets technischer gezegd, is het een economie waarin de samenleving hulpbronnen efficiënt gebruikt en daarbij het welzijn van de mens in een op integratie gerichte samenleving vergroot en de natuurlijke systemen die ons onderhouden in stand houdt.

De EU heeft al een aantal strategische doelen en concrete actieprogramma's vastgesteld om haar economie duurzamer te maken. De Europa 2020-strategie streeft naar slimme en duurzame groei in een op integratie gerichte samenleving. Werkgelegenheid, onderwijs en onderzoek staan daar centraal in, maar ook een koolstofarme economie met klimaat- en energiedoelen.

De strategie omvat een aantal zogenoemde vlaggenschipinitiatieven om deze doelen te bereiken. Het vlaggenschipinitiatief voor „een efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa" vervult op dit gebied een spilfunctie in het beleid van de EU. Om de doelstellingen van dit initiatief te bereiken, is ook een aantal pakketten met wetgevingsmaatregelen vastgesteld.

Maar wat is er nodig voor een efficiënt gebruik van hulpbronnen in de economie van de EU? Kort samengevat moeten we zodanig produceren en consumeren dat we optimaal gebruikmaken van alle betrokken hulpbronnen. Zo ontstaan productiesystemen die minder afval opleveren of meer produceren met minder.

Seagulls

(c) Stipe Surac / EEA Waste•smART

Kijken naar systemen in plaats van sectoren

Ook moeten we naar hele systemen kijken, en niet naar sectoren. Een systeem omvat alle processen en infrastructuren die er bestaan in verband met een hulpbron of een activiteit die vitaal is voor activiteiten van de mens. Zo vallen onder het energiesysteem de soorten energie die we gebruiken (kolen, wind, zonne-energie, olie, aardgas enz.), de manier waarop we deze energie winnen of opwekken (windmolens, oliebronnen, schaliegas enz.), de plaats waar we er gebruik van maken (industrie, vervoer, verwarming enz.) en de manier waarop de energie wordt gedistribueerd. Ook wordt gekeken naar andere punten, zoals de bodemrijkdommen en watervoorraden waarop energiegebruik en -productie van invloed zijn.

Grondstoffen erin, producten en reststoffen eruit

Om goederen of diensten te produceren, hebben we input nodig. Om bijvoorbeeld gewassen te produceren, leveren boeren niet alleen arbeid, maar hebben ze ook land, zaaigoed, water, zonlicht (energie) en werktuigen nodig, en in de moderne landbouw bovendien meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere geavanceerde hulpmiddelen. Datzelfde geldt min of meer voor de moderne industrie. Om elektronische apparaten te produceren, hebben we nog steeds arbeid nodig, maar ook energie, water, land, delfstoffen, metalen, glas, kunststof, zeldzame aardmetalen, onderzoek enz.

De meeste grondstoffen die in de Europese Unie voor productiedoeleinden worden gebruikt, worden ook binnen de EU gewonnen. In 2011 werd per hoofd van de bevolking 15,6 ton aan grondstoffen als input gebruikt, waarvan 12,4 ton binnen de EU werd gewonnen en de resterende 3,2 ton dus werd ingevoerd.

Een klein deel van deze grondstoffen werd geëxporteerd. De rest — 14,6 ton per hoofd van de bevolking — werd gebruikt voor consumptie binnen de EU. Het gebruik van grondstoffen verschilt per land sterk. Zo verbruikten de Finnen meer dan 30 ton per hoofd van de bevolking, terwijl de Maltezen in 2011 per hoofd van de bevolking 5 ton verbruikten.

In de afgelopen tien jaar creëerde de economie van de EU voor het bruto binnenlands product meer „toegevoegde waarde" per verbruikte eenheid grondstoffen (delfstoffen, metalen enz.). Met dezelfde hoeveelheid metaal produceerde de economie bijvoorbeeld mobiele telefoons of laptops die „waardevoller" waren (eenvoudigweg „meer waard waren") dan hun voorgangers. Dat wordt de productiviteit van hulpbronnen genoemd. In de EU steeg de productiviteit van hulpbronnen met ongeveer 20 %: van 1,34 EUR tot 1,60 EUR per kilogram materiaal tussen 2000 en 2011. In deze periode groeide de economie met 16,5 %.

Sommige Europese landen hebben naar verhouding een hoge productiviteit van hulpbronnen. In 2011 creëerden Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland meer dan 3 EUR aan toegevoegde waarde per kilogram grondstoffen, terwijl dat in Bulgarije, Letland en Roemenië minder dan een 0,50 EUR per kilogram is. De productiviteit van hulpbronnen houdt nauw verband met de economische structuur van het betrokken land. Sterke diensten- en kennistechnologiesectoren en veel recycling vergroten vaak de productiviteit van hulpbronnen.

Circulaire economie

In de huidige productie- en consumptieprocessen worden niet alleen maar goederen en diensten geproduceerd. Er ontstaan ook reststoffen. Dat kan zijn in de vorm van vervuiling die in het milieu terechtkomt, ongebruikt materiaal (hout of metaal) of voedsel dat om welke reden dan ook niet wordt geconsumeerd.

Hetzelfde geldt voor producten die worden afgedankt. Soms kunnen zij gedeeltelijk worden gerecycled of hergebruikt, maar anders eindigen ze op stortplaatsen of vuilnisbelten, of worden ze verbrand. Omdat voor deze goederen en diensten hulpbronnen werden gebruikt, is elk deel dat niet daadwerkelijk wordt gebruikt een potentiële economische verliespost maar ook een milieuprobleem.

Per hoofd van de bevolking produceerden de Europeanen in 2010 gemiddeld 4,5 ton afval. Ongeveer de helft daarvan gaat weer terug naar het productieproces.

Met een „circulaire economie" wordt een productie- en consumptiesysteem bedoeld waarin zo weinig mogelijk verloren gaat. In het ideale geval zou bijna alles worden hergebruikt, gerecycled of teruggewonnen om weer andere output te produceren. Een andere opzet van producten en productieprocessen zou aan een vermindering van de hoeveelheid afval kunnen bijdragen en het ongebruikte deel kunnen omzetten in een hulpbron.

Ideeën van mensen en bedrijven

Consument en producent zijn allebei belangrijke spelers bij het groener maken van onze economie. Een productieproces is bedoeld om te leveren wat de consument wil. Maar willen we meer consumentenproducten bezitten of willen we alleen de diensten die de producten leveren?

Steeds meer bedrijven kiezen voor bedrijfsmodellen die we de „deel- en ruileconomie" noemen. Daarmee kunnen consumenten aan hun behoefte voldoen door middel van huurkoop, product-dienstsystemen en regelingen voor gedeeld gebruik. Ze schaffen dus bepaalde producten niet meer zelf aan. Dat vergt misschien een nieuwe manier van denken over marketing en productdesign — met minder nadruk op verkoop en meer aandacht voor het maken van duurzame producten die ook gerepareerd kunnen worden.

Dankzij internet en de sociale media is het makkelijker om in een deel- en ruileconomie producten en diensten te vinden en te gebruiken. En dat hoeft zich niet te beperken tot het lenen van gereedschap bij de buren, het reserveren van een deelauto of huurkoop van elektronische apparaten. In sommige EU-landen bestaan ook kledingbibliotheken, waar gebruikers kleding kunnen lenen.

Elke maatregel waardoor minder nieuwe grondstoffen worden gewonnen, minder afval ontstaat en de productiviteit van hulpbronnen, recycling en hergebruik toenemen, vermindert de druk op het milieu en versterkt het vermogen van onze ecosystemen om ons te onderhouden. Hoe gezonder ons milieu is, des te beter is het voor ons, en des te gezonder worden we.

Gerelateerde inhoud

Nieuws en artikelen

Related briefings

Verwante publicaties

Geographic coverage

Europe
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100