Afval: probleem of hulpbron?

Taal wijzigen:
Article Gepubliceerd 17-08-2014 Laatst gewijzigd 31-08-2016 14:59
Afval is niet alleen een milieuprobleem maar economisch gezien ook een verliespost. Gemiddeld produceren Europeanen 481 kilo huisvuil per jaar. Een steeds groter deel daarvan wordt gerecycled of gecomposteerd, en steeds minder gaat naar de stort. Hoe kunnen we de manier waarop we produceren en consumeren zodanig veranderen dat we steeds minder afval produceren en tegelijkertijd al het afval als hulpbron gebruiken?

 Image © Andrzej Bochenski / EEA

Europa produceert grote hoeveelheden afval: keuken- en tuinafval, bouw- en sloopafval, mijnafval, industrieel afval, slib, oude televisies, auto's, accu's, plastic tassen, papier, sanitair afval, oude kleding, oude meubels en ga zo nog maar even door.

De hoeveelheid afval die we produceren, houdt nauw verband met onze consumptie- en productiepatronen. Alleen al het aantal producten dat op de markt wordt gebracht, is een enorme uitdaging. Demografische veranderingen, zoals de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens, zijn ook van invloed op de hoeveelheid afval die we produceren (bijvoorbeeld omdat goederen in kleinere eenheden worden verpakt).

De vele soorten afval en de ingewikkelde trajecten voor de verwerking daarvan (waaronder ook illegale) maken het moeilijk om een compleet beeld te krijgen van het geproduceerde afval en waar het blijft. Voor alle soorten afval bestaan er echter wel gegevens, zij het van uiteenlopende kwaliteit.

Hoeveel afval produceren we?

Op Europees niveau worden deze gegevens verzameld door het EU Data Centre on Waste. Volgens gegevens over 2010 voor 29 Europese landen (de EU-28 en Noorwegen) bestond ongeveer 60 % van het geproduceerde afval uit afval van delfstoffen en grond, vooral afkomstig van bouw- en sloopwerk en de mijnbouw. Metaal, papier en karton, hout, chemisch en medisch afval, en dierlijk en plantaardig afval waren elk goed voor 2 tot 4 % van het totaal.

Ongeveer 10 % van de totale hoeveelheid afval die Europa produceert, bestaat uit het zogenoemde huishoudelijk afval, dat hoofdzakelijk afkomstig is van huishoudens en in mindere mate van kleine ondernemingen en openbare gebouwen, waaronder scholen en ziekenhuizen.

In 2012 werd per persoon 481 kilo vast huishoudelijk afval geproduceerd in de 33 lidstaten van het Europees Milieuagentschap (EEA). Vanaf 2007 is een licht afnemende trend te zien, die voor een deel kan worden verklaard door de economische crisis waarmee Europa sinds 2008 te kampen heeft.

Op de goede weg: meer recycling, minder storten

De lichte dip in de hoeveelheid huisvuil die in de EU wordt geproduceerd, heeft er mogelijk mede voor gezorgd dat de milieueffecten van afval enigszins afnamen. Terwijl de hoeveelheden afval echter nog steeds enorm zijn, speelt ook het afvalbeheer een belangrijke rol.

In de EU als geheel wordt steeds meer afval gerecycled en gaat er steeds minder naar de stort. Voor huishoudelijk afval nam het aandeel gerecycled of gecomposteerd afval in de EU-27 toe van 31 % in 2004 tot 41 % in 2012.

Desondanks bestaan er nog steeds grote verschillen tussen landen. Zo wordt in Duitsland, Zweden en Zwitserland minder dan 2 % van het huishoudelijk afval gestort, terwijl dat in Kroatië, Letland en Malta meer dan 90 % is. De meeste landen waar weinig afval wordt gestort, scoren hoog op recycling en verbranding, beide meer dan 30 % van hun totale hoeveelheid huisafval.

EU-wetgeving met ambitieuze doelen

De verschuiving in het afvalbeheer houdt nauw verband met de afvalwetgeving van de EU. Het belangrijkste stuk wetgeving op dit gebied is de kaderrichtlijn afvalstoffen (KRA). De richtlijn onderscheidt verschillende niveaus van afvalbeheer: om te beginnen preventie en vervolgens het voorbereiden voor hergebruik, recycling, terugwinning en als laatste storten. De richtlijn is bedoeld om de productie van afval zoveel mogelijk te voorkomen, om geproduceerd afval te gebruiken als hulpbron en om zo weinig mogelijk afval uiteindelijk te storten.

Samen met andere afvalrichtlijnen van de EU (over storten, afgedankte auto's, elektronisch afval, batterijen, verpakkingsafval enz.) heeft de KRA een aantal specifieke doelstellingen. Zo moet in 2020 elk EU-land de helft van zijn huishoudelijk afval recyclen. In 2016 moet 45 % van de batterijen worden ingezameld. In 2020 moet 70 % van het niet-gevaarlijke bouw- en sloopafval (in gewicht) worden gerecycled of teruggewonnen.

De EU-landen kunnen verschillende benaderingen kiezen om hun afvaldoelstellingen te halen. Sommige benaderingen lijken beter te werken dan andere. Zo lijken heffingen op het storten van afval, als ze goed zijn opgezet, een effectieve manier om de hoeveelheid gestort afval te verminderen. Ook lijkt het effectief om meer verantwoordelijkheid bij de producent te leggen, waarbij deze wordt verplicht om zijn product terug te nemen als het wordt afgedankt.

Luchtvervuiling, klimaatverandering, bodem- en waterverontreiniging ...

Slecht afvalbeheer draagt bij aan klimaatverandering en luchtvervuiling, en is rechtstreeks van invloed op veel ecosystemen en soorten.

Op stortplaatsen, die in de afvalhiërarchie het laagst scoren, komt methaan vrij. Dat is een bijzonder krachtig broeikasgas dat klimaatverandering veroorzaakt. Methaan wordt gevormd door micro-organismen die aanwezig zijn op stortplaatsen voor biologisch afbreekbaar afval, waaronder voedsel, papier en tuinafval. Afhankelijk van de manier waarop zij zijn ingericht, kunnen stortplaatsen ook de bodem en het water verontreinigen.

Nadat afval is ingezameld, wordt het vervoerd en verwerkt. Bij het transport komt koolstofdioxide — het meest voorkomende broeikasgas — in de atmosfeer, naast andere stoffen die de lucht vervuilen, waaronder fijn stof.

Een deel van het afval kan worden verbrand of gerecycled. Energie uit afval kan worden gebruikt voor de opwekking van warmte of elektriciteit, die vervolgens energie uit kolen of andere brandstoffen kan vervangen. De terugwinning van energie uit afval kan dus bijdragen aan minder uitstoot van broeikasgassen.

Door recycling kan de uitstoot van broeikasgassen en andere emissies nog verder worden teruggebracht. Als gerecycled materiaal wordt gebruikt in plaats van nieuwe grondstoffen, hoeven er sowieso minder nieuwe materialen te worden gewonnen of geproduceerd.

Afval tast ecosystemen en onze gezondheid aan

Sommige ecosystemen, bijvoorbeeld in zee en aan de kust, kunnen ernstig worden aangetast door slecht afvalbeheer of door het storten van vuil. De hoeveelheid afval in zee baart steeds meer zorgen, en niet alleen omdat het er lelijk uitziet: veel zeesoorten worden ernstig bedreigd omdat ze in afval verstrikt kunnen raken of het kunnen inslikken.

Afval tast het milieu ook indirect aan. Wat niet rechtstreeks uit afval wordt gerecycled of teruggewonnen, is een verlies aan grondstoffen en andere input die in de keten wordt gebruikt, dus bij productie, transport en consumptie van het product. De milieueffecten in de keten van de levenscyclus zijn veel groter dan die in de afzonderlijke stadia van het afvalbeheer.

Afval tast onze gezondheid en ons welzijn rechtstreeks of indirect op veel manieren aan: methaangassen dragen bij aan klimaatverandering, vervuilende stoffen komen in de atmosfeer vrij, zoetwaterbronnen raken verontreinigd, gewassen worden geteeld op besmette grond en vissen krijgen giftige chemicaliën binnen, die vervolgens op ons bord belanden ...

Illegale activiteiten, zoals het illegaal dumpen, verbranden of exporteren van afval, spelen ook een rol, maar hun volledige omvang of effecten zijn moeilijk in te schatten.

Economische verliezen en beheerskosten

Afval is ook economisch gezien een verliespost en een last voor onze samenleving. Arbeid en de andere input (land, energie enz.) die worden gebruikt bij winning, productie, verspreiding en consumptie, gaan ook verloren als de „restanten" worden weggegooid.

Bovendien kost afvalbeheer geld. Het kost veel geld om een infrastructuur voor inzameling, scheiding en recycling tot stand te brengen, maar daarna kan recycling geld opleveren en banen creëren.

Afval heeft ook een wereldwijde dimensie, die verband houdt met onze export en import. Wat wij in Europa consumeren en produceren, kan ergens anders afval voortbrengen. En in sommige gevallen wordt afval zelf handelswaar, die zowel legaal als illegaal de grens overgaat.

Afval als hulpbron

En wat nou als we afval eens als hulpbron konden gebruiken en zo de vraag naar winning van nieuwe hulpbronnen konden terugdringen? Als we minder grondstoffen winnen en bestaande hulpbronnen gebruiken, kunnen we iets doen aan sommige effecten die in de keten optreden. In die zin is ongebruikt afval ook een potentiële verliespost.

Afval omzetten in hulpbronnen is voor de periode tot 2020 een van de belangrijkste doelstellingen van het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa van de EU. Dat stappenplan besteedt ook veel aandacht aan het belang van hoogwaardige recycling, het voorkomen van storten, het beperken van energieterugwinning tot niet-recyclebare materialen en het stoppen van illegale afvaltransporten.

En dat is allemaal uitvoerbaar. In veel landen bestaat het grootste deel van het vaste huishoudelijke afval uit keuken- en tuinafval. Als dat afval gescheiden wordt ingezameld, kan het worden gebruikt om energie op te wekken of als meststof. Anaerobe vertering is een manier om afval te verwerken waarbij bioafval net als op stortplaatsen biologisch ontbindt maar dan onder gecontroleerde omstandigheden. Bij anaerobe vertering ontstaat biogas en restmateriaal dat vervolgens voor bemesting kan worden gebruikt, net als compost.

In een onderzoek van het EEA uit 2011 werd gekeken naar de mogelijke winst bij een beter beheer van huishoudelijk afval. De uitkomsten zijn opmerkelijk. Door een beter beheer van huishoudelijk afval in de periode 1995-2008 werden aanzienlijk minder broeikasgassen uitgestoten, vooral omdat er minder methaan vrijkwam uit stortplaatsen en omdat uitstoot werd voorkomen door afval te recyclen. Als alle landen in 2020 de doelstellingen van de stortrichtlijn volledig halen, kunnen zij de uitstoot van broeikasgassen gedurende de levenscyclus met nog eens 62 miljoen ton CO2-equivalent verminderen. Dat zou een enorme bijdrage zijn aan de inspanningen van de EU om de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten.

Aanpak van afval begint met preventie

De potentiële winst is enorm, en dat kan de EU helpen bij de overgang naar een circulaire economie, waarin niets wordt verspild. Een hogere positie in de afvalhiërarchie betekent winst voor het milieu, ook voor landen waar veel wordt gerecycled en teruggewonnen.

Helaas zitten er in onze huidige productie- en consumptiesystemen weinig prikkels om afval te voorkomen en te verminderen. De hele waardeketen moet worden herzien, van productontwerp en verpakking tot de keuze van materialen. Allereerst om afval te voorkomen en vervolgens om te bezien hoe de „restanten" van het ene proces tot input voor een ander proces kunnen worden verwerkt.

Een hogere positie in de afvalhiërarchie is alleen mogelijk als alle betrokken partijen zich hiervoor inspannen: consumenten, producenten, beleidsmakers, lokale overheden, afvalverwerkingsinstallaties enz. Consumenten die bereid zijn om hun huisvuil te scheiden, kunnen alleen recyclen als er ook een infrastructuur is voor de inzameling van hun gescheiden afval. Ook het omgekeerde is waar: gemeenten kunnen alleen meer recyclen als huishoudens hun afval scheiden.

Of afval nou een probleem of een hulpbron is, alles hangt uiteindelijk af van de manier waarop we ermee omgaan.

Geographic coverage

Europe
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100