Persoonlijke hulpmiddelen

Kennisgevingen
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Frequentie: 3-4 e-mails/maand.
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
Twitter icoon Twitter
Facebook icoon Facebook
YouTube-icoon YouTube kanaal
RSS-logo RSS-feed
Meer

Write to us Write to us

For the public:


For media and journalists:

Contact EEA staff
Contact the web team
FAQ

Call us Call us

Reception:

Phone: (+45) 33 36 71 00
Fax: (+45) 33 36 71 99


volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Signalen 2013 – Bij elke ademhaling / Signalen 2013 / Artikelen / Opbouwen van kennis over lucht

Opbouwen van kennis over lucht

Taal wijzigen:
Onze kennis over en inzicht in luchtverontreiniging worden elk jaar groter. We beschikken over een groeiend netwerk van meetstations die gegevens over allerlei luchtvervuilende stoffen doorgeven, die worden aangevuld met de uitkomsten van luchtkwaliteitsmodellen. Nu moeten we ervoor zorgen dat wetenschappelijke kennis en beleid zich hand in hand verder ontwikkelen.

 Image © Gülcin Karadeniz

Het is belangrijk om te weten wat er gebeurt in de stad, het land en de wereld waarin je leeft.

Bianca Tabacaru, Roemenië (ImaginAIR)

Meetstations voor de luchtkwaliteit staan meestal langs drukke wegen in stedelijke gebieden of in openbare parken en worden doorgaans door niemand opgemerkt. Maar deze saai ogende kasten bevatten apparatuur waarmee regelmatig de lucht op de betreffende locatie wordt bemonsterd, de exacte concentratie van belangrijke luchtvervuilende stoffen, zoals ozon en fijnstofdeeltjes, wordt gemeten en de gemeten concentraties vervolgens automatisch worden verzonden naar een databank. In veel gevallen zijn die gegevens een paar minuten na de meting al online beschikbaar.

Meten van de luchtkwaliteit in Europa

Er zijn Europese en nationale wetten om de belangrijkste luchtvervuilende stoffen aan te pakken. Om te controleren of de luchtkwaliteit aan de verschillende wettelijke normen en gezondheidseisen voldoet, is voor deze stoffen een uitgebreid meetnet opgezet dat zich uitstrekt over heel Europa. De stations meten in uiteenlopende frequenties de concentraties van allerlei vervuilende stoffen, waaronder zwaveldioxide, stikstofdioxide, lood, ozon, fijnstofdeeltjes, koolmonoxide, benzeen, VOS en PAK's, en verzenden de meetresultaten naar het EMA.

Het EMA verzamelt op die manier de meetresultaten van meer dan 7 500 meetstations in heel Europa, die worden opgeslagen in de gegevensbank AirBase. AirBase bevat ook de gegevens van voorgaande jaren (historische gegevens).

Sommige meetstations versturen de meetresultaten binnen heel korte tijd (bijna in real time). Zo werd de ozonconcentratie op leefniveau in 2010 continu gemeten en elk uur doorgegeven. Dergelijke 'bijna real-time' metingen kunnen worden gebruikt als input voor snelle waarschuwingssystemen voor vervuilingsincidenten.

Het aantal meetstations in Europa is de laatste tien jaar aanzienlijk gestegen. Dat geldt vooral voor meetstations voor bepaalde belangrijke vervuilende stoffen. In 2001 waren er iets meer dan 200 meetstations voor stikstofdioxide. In 2010 waren dat er bijna 3 300, verspreid over 37 landen. Het aantal meetstations voor PM10 verdriedubbelde in die periode tot meer dan 3 000, verspreid over 38 landen.

Het meetnet draagt bij aan onze kennis van en inzicht in de luchtkwaliteit in Europa. Omdat het opzetten van een nieuw meetstation vanwege de benodigde hightech-apparatuur vrij kostbaar is, komt een deel van onze kennis uit andere bronnen, zoals satellietbeelden, uitstootramingen van grote industriële installaties, luchtkwaliteitsmodellen en diepgaande studies over specifieke regio's, sectoren en vervuilende stoffen.

Zo'n 28 000 industriële installaties in 32 Europese landen melden regelmatig aan het Europees PRTR hoeveel ze van bepaalde stoffen in het water, de grond en de lucht uitstoten. Die gegevens staan allemaal online en zijn zowel voor het publiek als voor beleidsmakers toegankelijk.

Road transport

(c) Artens|Shutterstock

Bijeenbrengen en beoordelen van gegevens over luchtkwaliteit

Het bijeenbrengen van gegevens die afkomstig zijn uit een verscheidenheid aan bronnen is een uitdaging. De gegevens van meetstations zijn locatie- en tijdspecifiek: weerpatronen, landschapskenmerken, de tijd van de dag en het jaar en de afstand tot uitstootbronnen zijn allemaal van belang bij het analyseren van gemeten concentraties. In sommige gevallen, zoals meetstations langs de weg, kan een afstand van een paar meter meer of minder tot de uitstootbron al gevolgen hebben voor de uitkomsten.

Bovendien worden voor dezelfde stof vaak verschillende meetmethoden gebruikt. Ook andere factoren spelen een rol. Als bijvoorbeeld op een weg meer verkeer gaat rijden of de verkeersintensiteit door een omleiding juist daalt, zullen langs die weg andere concentraties worden gemeten dan in het voorgaande jaar.

Voor gebieden waar geen meetstation staat, wordt de luchtkwaliteit bepaald aan de hand van een combinatie van modellen en (satelliet)metingen. Aan modellen zit vaak een bepaalde onzekerheidsmarge, omdat de complexe factoren in verband met de vorming, verspreiding en neerslag van vervuilende stoffen niet allemaal in een model kunnen worden weergegeven.

De onzekerheid is nog groter bij het vaststellen van de gezondheidseffecten van blootstelling aan evervuilende stoffen op een bepaalde locatie. Meetstations meten in het algemeen de massa van deeltjes per volume lucht, maar niet noodzakelijkerwijs de chemische samenstelling van die deeltjes. Via de uitlaat van auto's, bijvoorbeeld, worden zwarte koolstof bevattende deeltjes en gassen zoals stikstofdioxide rechtstreeks in de lucht uitgestoten. Om de invloed daarvan op de volksgezondheid te kunnen bepalen, moeten we weten wat de exacte samenstelling van het mengsel in de lucht is.

Technologie helpt om meer kennis te verwerven over de lucht die we inademen. Het is een noodzakelijk onderdeel van het meet- en rapportageproces. Recente ontwikkelingen in de informatietechnologie stellen onderzoekers en beleidsmakers in staat om in een paar seconden enorme hoeveelheden gegevens te verwerken. Veel overheidinstanties maken deze gegevens toegankelijk voor het publiek, hetzij via een website, wat bijvoorbeeld het gemeentebestuur van Madrid doet, of via een onafhankelijke organisatie, zoals Airparif voor Parijs en de regio Ile-de-France rond Parijs.

Het EMA onderhoudt een internetportaal voor openbare informatie over luchtkwaliteit en -vervuiling. De historische gegevens over luchtkwaliteit die in AirBase zijn opgeslagen, worden getoond op een kaart, gefilterd op vervuilende stof en jaar, en kunnen worden gedownload.

Via het portaal Eye on Earth Airwatch heeft het publiek toegang tot 'bijna real-time' gegevens (voor zover beschikbaar) over de belangrijkste vervuilende stoffen, zoals PM10, ozon, stikstofdioxide en zwaveldioxide. Gebruikers kunnen via een 'viewing tool' ook zelf een cijfer voor de luchtkwaliteit geven en opmerkingen maken.

Analyses van hogere kwaliteit

Technologie stelt ons niet alleen in staat om grotere hoeveelheden gegevens te verwerken, maar helpt ons ook om kwalitatief betere en nauwkeurigere analyses te maken. We kunnen nu de informatie over het weer, de weginfrastructuur, de bevolkingsdichtheid en de uitstoot voor specifieke industriële installaties tegelijkertijd met de gegevens van meetstations en de uitkomsten van luchtkwaliteitsmodellen analyseren. Voor sommige regio's kan een relatie worden gelegd tussen vroegtijdige sterfte door hart- en vaataandoeningen, ademhalingsziekten en vervuilingsniveaus. Doordat we de meeste van deze variabelen op een kaart van Europa kunnen uitzetten, zijn we in staat om nauwkeurigere modellen te maken.

Onderzoek naar de luchtkwaliteit beperkt zich niet tot bovengenoemde factoren. "Onderzoekers kijken ook naar de doeltreffendheid van de verschillende maatregelen voor het bestrijden van luchtvervuiling. Tot de algemene maatregelen behoren onder meer wet- en regelgeving, veranderingen in energieverbruik en -bronnen en het bevorderen van veranderingen in vervoerswijzen en in het gedrag van mensen", zegt Marie-Eve Héroux van het Regionaal Bureau voor Europa van de WHO.

Héroux: "Het effect van al deze maatregelen is onderzocht en het besluitis duidelijk: er zijn maatregelen waarmee vervuilingsniveaus doeltreffend kunnen worden verminderd. Dat geldt zeker voor vervuiling door fijnstofdeeltjes. De studies geven ons een indicatie van de wijze waarop we de sterfte door luchtvervuiling daadwerkelijk kunnen verlagen."

De verworven inzichten in de gezondheids- en milieueffecten van luchtvervuilende stoffen kunnen vervolgens als input in het beleidsproces worden ingevoerd. Nieuwe vervuilende stoffen en vervuilingsbronnen en mogelijke maatregelen voor de bestrijding van vervuiling die uit studies naar voren komen, kunnen in wetgeving worden opgenomen. Daarvoor kan het nodig zijn dat nieuwe vervuilende stoffen eerst uitgebreid worden gemeten. Met de aldus verzamelde gegevens wordt onze kennis weer verder vergroot.

Een voorbeeld: hoewel in 2004 op lokaal en nationaal niveau de concentraties vluchtige organische stoffen, zware metalen en PAK's werden gemeten, waren er in Europa geen meetstations die de gemeten concentraties van deze stoffen rechtstreeks naar AirBase verzonden. In 2010 waren er voor VOS, zware metalen en PAK's respectievelijk meer dan 450, 750 en 550 van zulke meetstations.

ImaginAIR: Pollution in my city

(c) Bianca Tabacaru, ImaginAIR/EEA

Er ontstaat een duidelijker beeld

In luchtkwaliteitswetgeving worden in de regel doelen gesteld die binnen een bepaalde termijn moeten worden bereikt. Ook is doorgaans geregeld hoe de voortgang van die doelstellingen wordt bewaakt en hoe wordt gecontroleerd of de doelen daadwerkelijk binnen de gestelde termijn zijn gehaald.

Voor de beleidsdoelen die tien jaar geleden werden gesteld, komen twee verschillende beelden naar voren, afhankelijk van de instrumenten die we gebruiken. Het EMA heeft gekeken naar de richtlijn nationale emissieplafonds van 2001, waarmee werd beoogd om vóór 2010 de uitstoot van vier luchtvervuilende stoffen te beperken, en beoordeeld in hoeverre de daarin neergelegde eutrofiërings- en verzuringsdoelstellingen zijn behaald.

Afgaande op de kennis van toen is de eutrofiëringsdoelstelling gehaald en het verzuringsrisico aanzienlijk afgenomen. Maar met de kennis van vandaag is het beeld minder rooskleurig. Eutrofiëring door luchtverontreiniging is nog steeds een groot milieuprobleem en de verzuringsdoelstelling blijkt nog in tal van andere gebieden niet te zijn behaald.

Dit jaar zal de Europese Unie haar beleid inzake luchtkwaliteit herzien. Er zullen nieuwe doelen worden gesteld voor de periode tot 2020 en verder. Behalve dat de Europese Unie doorgaat met de ontwikkeling van haar luchtkwaliteitsbeleid zal ze ook blijven investeren in haar kennisbestand.

Meer informatie

Geographical coverage

[+] Show Map

gearchiveerd onder: ,

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100