Persoonlijke hulpmiddelen

Kennisgevingen
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Frequentie: 3-4 e-mails/maand.
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
Twitter icoon Twitter
Facebook icoon Facebook
YouTube-icoon YouTube kanaal
RSS-logo RSS-feed
Meer

Write to us Write to us

For the public:


For media and journalists:

Contact EEA staff
Contact the web team
FAQ

Call us Call us

Reception:

Phone: (+45) 33 36 71 00
Fax: (+45) 33 36 71 99


volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Signalen – Welzijn en het milieu / Signalen 2013 / Artikelen / Bij elke ademhaling

Bij elke ademhaling

Taal wijzigen:
We ademen vanaf het moment dat we worden geboren tot het moment dat we sterven. Ademen is een constante en eerste levensbehoefte. Dit geldt niet alleen voor ons, maar ook voor al het andere leven op aarde. Een slechte luchtkwaliteit heeft gevolgen voor alles en iedereen: het schaadt zowel onze gezondheid als de gezondheid van het milieu, wat ook leidt tot economische schade. Maar waaruit bestaat de lucht die we inademen en waar komen de verschillende luchtverontreinigende stoffen vandaan?
ImaginAIR: BADAIR

ImaginAIR: BADAIR  Image © Stella Carbone

Het is onbegrijpelijk om te zien hoe de pracht en grootsheid van het milieu steeds verder worden aangetast door verontreiniging, vooral luchtvervuiling.

Stephen Mynhardt, Ierland (ImaginAIR)

De atmosfeer is het gasvormige omhulsel van onze planeet. Dat omhulsel is onderverdeeld in verschillende lagen met uiteenlopende dichtheden. De dunste en onderste laag (grondniveau) wordt de troposfeer genoemd. In de troposfeer leven de planten en dieren en vinden de weersverschijnselen plaats. Deze luchtlaag is bij de polen ongeveer zeven kilometer en bij de evenaar ongeveer zeventien kilometer hoog.

Net als de rest van de atmosfeer is de troposfeer steeds in beweging. Afhankelijk van de hoogte heeft de lucht een andere dichtheid en een andere chemische samenstelling. De lucht beweegt voortdurend over de aarde en steekt daarbij oceanen en uitgestrekte stukken land over. Deze luchtstromen kunnen kleine organismen als bacteriën, virussen, zaden en invasieve soorten naar nieuwe locaties meevoeren.

Wat we 'lucht' noemen, bestaat uit…

Droge lucht bestaat ongeveer uit 78% stikstof, 21% zuurstof en 1%  argon alsook uit tussen de 0,1 en 4%waterdamp . Warme lucht bevat gewoonlijk meer waterdamp dan koude lucht.

De lucht bevat ook zeer kleine hoeveelheden van andere gassen, zogenaamde sporengassen, zoals kooldioxide en methaan. De concentratie van deze in geringe hoeveelheden in de atmosfeer voorkomende gassen wordt doorgaans gemeten in deeltjes per miljoen (ppm). Zo werd de concentratie van kooldioxide, een van de bekendste en meest voorkomende sporengassen in de atmosfeer, in 2011 geschat op ongeveer 391 ppm of 0,0391% (EMA-indicator van atmosferische concentraties).

Daarnaast zijn er duizenden andere gassen en deeltjes (waaronder roet- en metaaldeeltjes) die vanuit natuurlijke en menselijke bronnen in de atmosfeer terechtkomen.

De samenstelling van de lucht in de troposfeer verandert voortdurend. Sommige van de stoffen in de lucht zijn zeer reactief. Dat betekent dat ze sneller met andere stoffen een verbinding aangaan en zo nieuwe stoffen vormen. Sommige van die 'secundaire' stoffen zijn schadelijk voor mens en milieu. De chemische reacties waarbij zulke secundaire stoffen ontstaan, worden doorgaans bevorderd of in gang gezet door de warmte, zoals van de zon, die dan als katalysator fungeert.

ImaginAIR: Ever closing

(c) Stephen Mynhardt, ImaginAIR/EEA

Wanneer spreken we van luchtverontreiniging?

Niet alle stoffen in de lucht zijn verontreinigende stoffen. In het algemeen spreken we van luchtverontreiniging als de concentratie van bepaalde verontreinigende stoffen in de atmosfeer zo hoog is dat de gezondheid van mensen, het milieu en ons cultureel erfgoed (gebouwen, monumenten en materialen) daarvan schade ondervinden. In de context van wetgeving wordt alleen rekening gehouden met door mensen veroorzaakte verontreiniging. Buiten die context kan ook met andere bronnen rekening worden gehouden.

Niet alle luchtverontreinigende stoffen hebben een menselijke oorsprong. Ook bij veel natuurverschijnselen, zoals vulkaanuitbarstingen, bosbranden en zandstormen, worden verontreinigende stoffen in de atmosfeer uitgestoten. Stofdeeltjes kunnen via wind en wolken grote afstanden afleggen. Maar of ze nu afkomstig zijn van menselijke activiteiten of een natuurlijke oorzaak hebben, zodra deze stoffen in de atmosfeer zijn, kunnen ze een chemische reactie aangaan met andere stoffen en bijdragen tot luchtverontreiniging. Een blauwe hemel en ver zicht betekenen niet noodzakelijkerwijs dat de lucht schoon is.

Hoewel de afgelopen decennia aanzienlijke verbeteringen zijn gerealiseerd, wordt de gezondheid van mens en milieu in Europa nog steeds aangetast door luchtverontreiniging. In het bijzonder de vervuiling door fijnstofdeeltjes en ozon vormen een ernstige bedreiging voor de gezondheid van burgers en vermindert hun levenskwaliteit en levensverwachting. Maar, vervuilende stoffen zijn niet allemaal afkomstig van dezelfde bron en hebben ook niet allemaal hetzelfde effect. Laten we de belangrijkste eens wat nauwkeuriger bekijken.

Wanneer minuscule deeltjes in de lucht zweven

In Europa zijn fijnstofdeeltjes (PM, particulate matter) de luchtverontreinigende stoffen die het grootste gevaar voor de volksgezondheid vormen. Fijnstofdeeltjes zijn zo licht dat ze in de lucht kunnen zweven. Sommige zijn zo klein (één dertiende tot één vijfde van de doorsnede van een menselijke haar) dat ze niet alleen diep in onze longen dringen, maar ook in het bloed terechtkomen, net als zuurstof.

Sommige deeltjes worden rechtstreeks in de atmosfeer uitgestoten. Andere ontstaan uit een chemische reactie waarbij zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak en vluchtige organische stoffen (VOS) als precursor fungeren.

Fijnstofdeeltjes kunnen uit verschillende chemische verbindingen bestaan. Het effect van de deeltjes op mens en milieu is afhankelijk van de samenstelling ervan. In fijnstofdeeltjes kunnen ook zware metalen als arseen, cadmium, kwik en nikkel zitten.

Volgens een recente studie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vormt vervuiling door zeer fijn stof (PM2,5, d.w.z. de zwevende deeltjes hebben een doorsnede van 2,5 micron of minder) een groter gevaar voor de volksgezondheid dan tot nog toe werd aangenomen. Volgens deze studie (“Review of evidence on health aspects of air pollution”) kan langdurige blootstelling aan ‘fijnstof’ leiden tot aderverkalking, aangeboren afwijkingen en ademhalingsziekten bij kinderen. De studie wijst ook op een mogelijke relatie met de zenuwontwikkeling, verlies van cognitieve functies en diabetes en versterkt het vermoeden van een oorzakelijk verband tussen PM2,5 en sterfte door hart- , vaat- en ademhalingsziekten.

Afhankelijk van hun chemische samenstelling kunnen deeltjes ook het klimaat op aarde beïnvloeden doordat ze bijdragen aan de opwarming of afkoeling van de planeet. Laten we als voorbeeld zwarte koolstof nemen. Zwarte koolstof, een normaal bestanddeel van roet dat voornamelijk in zeer fijn stof zit, ontstaat door de onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen of hout. In stedelijke gebieden is de zwarte koolstof in de lucht grotendeels afkomstig van het wegvervoer, in het bijzonder van voertuigen die op diesel rijden. Behalve dat het schadelijk is voor de gezondheid, draagt zwarte koolstof als ‘fijnstof’ ook bij tot de klimaatverandering doordat het de warmte van de zon absorbeert en zo de atmosfeer opwarmt.

ImaginAIR: Price of comfort

(c) Andrzej Bochenski, ImaginAIR/EEA

Ozon: wanneer drie zuurstofatomen een verbinding aangaan

Ozon is een bijzondere en zeer reactieve vorm van zuurstof, die bestaat uit drie zuurstofatomen. In de stratosfeer - een van de bovenste lagen van de atmosfeer - beschermt ozon ons tegen de gevaarlijke ultraviolette straling van de zon. Maar in de onderste laag van de atmosfeer - de troposfeer - vormt ozon een belangrijke vervuilende stof die schadelijk is voor onze gezondheid en de natuur.

Ozon op grondniveau is het resultaat van complexe chemische reacties tussen precursoren zoals stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS). Methaan en koolmonoxide spelen tevens een rol bij de vorming van ozon.

Ozon is krachtig en agressief. Hoge concentraties ozon tasten materialen, gebouwen en levend weefsel aan. Het vermindert het vermogen van planten tot fotosynthese en belemmert hun opname van kooldioxide. Het belemmert ook de voortplanting en groei van planten waardoor oogsten kleiner worden en bossen minder snel groeien. In het menselijk lichaam veroorzaakt het inademen van ozon longontsteking en bronchitis.

Als we worden blootgesteld aan ozon probeert ons lichaam te voorkomen dat het de longen binnendringt. Deze reflex vermindert de hoeveelheid zuurstof die we inademen. Wanneer minder zuurstof wordt ingeademd, moet het hart harder werken. Voor mensen met een hart- en vaataandoening of een ademhalingsziekte (vb. astma) kunnen perioden met hoge ozonconcentraties (ozonepisoden) leiden tot uitputting of zelfs dodelijk zijn.

Wat zit er nog meer in de mix?

Ozon en fijnstofdeeltjes zijn niet de enige verontrustende luchtverontreinigende stoffen in Europa. Onze auto's, vrachtwagens, energiecentrales en andere industriële installaties hebben allemaal energie nodig. Bijna alle voertuigen en installaties verbranden een of andere vorm van brandstof voor het opwekken van energie.

Bij verbranding verandert doorgaans de vorm van een stof. Dat geldt ook voor stikstof, het meest voorkomende gas in de atmosfeer. Wanneer stikstof reageert met zuurstof worden in de lucht stikstofoxiden, waaronder stikstofdioxide (NO2), gevormd. Wanneer stikstof reageert met waterstofatomen ontstaat ammoniak (NH3), een andere luchtvervuilende stof die zeer schadelijk is voor mens en natuur.

Bij verbrandingsprocessen komen allerlei luchtverontreinigende stoffen vrij, variërend van zwaveldioxide en benzeen tot koolmonoxide en zware metalen. Sommige daarvan hebben een kortetermijneffect op de gezondheid van mensen. Andere, waaronder enkele zware metalen en persistente organische stoffen hopen zich op in het milieu, waardoor ze in onze voedselketen en uiteindelijk op ons bord terechtkomen.

Weer andere vervuilende stoffen, zoals benzeen, kunnen bij langetermijnblootstelling het genetisch materiaal van cellen beschadigen en kanker veroorzaken. Omdat benzeen aan benzine wordt toegevoegd, komt ongeveer 80% van de benzeen die in Europa in de atmosfeer wordt uitgestoten, vrij bij de verbranding van autobrandstof.

Een andere bekende kankerverwekkende stof is benzo(a)pyreen (BaP). BaP komt vooral vrij bij de verbranding van hout en kolen in kachels en fornuizen in woonhuizen. Auto's (vooral dieselauto's) zijn een andere bron van BaP. Behalve dat BaP kankerverwekkend is, irriteert het ook de ogen, neus, keel en luchtwegen. BaP zit gewoonlijk in zeer fijn stof.

Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging

Meten van gezondheidseffecten

Hoewel iedereen hinder ondervindt van luchtvervuiling, is die hinder niet voor iedereen even groot en verschillen ook de klachten. In stedelijke gebieden worden door de hogere bevolkingsdichtheid meer mensen aan luchtvervuiling blootgesteld dan op het platteland. Ook zijn sommige groepen extra kwetsbaar, zoals ouderen en zuigelingen, mensen met een hart- en vaataandoening of ademhalingsziekte of mensen met reactieve luchtwegen of een luchtwegallergie.

"Iedereen heeft last van luchtverontreiniging, of je nu in een ontwikkeld of een ontwikkelingsland woont", zegt Marie-Eve Héroux van het Regionaal Bureau voor Europa van de WHO. "Zelfs in Europa wordt nog steeds een hoog percentage van de bevolking blootgesteld aan vervuilingsniveaus die hoger liggen dan de richtwaarden van de WHO."

Het is niet gemakkelijk om een schatting te maken van de volledige omvang van de schade die luchtvervuiling aan onze gezondheid en het milieu toebrengt. Er zijn echter tal van studies uitgevoerd op basis van emissiegegevens voor verschillende vervuilende sectoren en vervuilingsbronnen.

Volgens het Aphekom-project dat mede door de Europese Commissie is gefinancierd, daalt de gemiddelde levensverwachting in Europa door luchtverontreiniging met ongeveer 8,6 maanden.

Sommige economische modellen kunnen worden gebruikt voor het schatten van de kosten van luchtverontreiniging. In deze modellen worden meestal de gezondheidskosten van luchtvervuiling meegenomen (verlies aan productiviteit, aanvullende medische kosten, enz.), maar ook de kosten van lagere oogstopbrengsten en van schade aan bepaalde materialen. In deze modellen worden echter niet alle maatschappelijke kosten in rekening gebracht.

Ondanks hun beperkingen geven dergelijke kostenramingen een goede indicatie van de omvang van de schade. Bijna 10 000 industriële installaties, verspreid over heel Europa, melden aan het Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen (Europees PRTR - Pollutant Release and Transfer Register) hoeveel ze van bepaalde vervuilende stoffen in de atmosfeer uitstoten. Op basis van deze openbare gegevens schat het EMA dat de luchtverontreiniging door de 10 000 grootste vervuilende installaties in Europa de Europese burger in 2009 tussen de 102 en 169 miljard euro heeft gekost. Het is belangrijk om op te merken dat 191 installaties verantwoordelijk zijn voor de helft van de totale schadekosten.

Er zijn ook studies verricht naar de mogelijke baten van verbetering van de luchtkwaliteit. Uit de Aphekom-studie is bijvoorbeeld naar voren gekomen dat een vermindering van de jaargemiddelde concentratie PM2,5 tot de richtwaarde van de WHO zou leiden tot een stijging van de levensverwachting. Alleen al voor het halen van die richtwaarde verwachten de onderzoekers een stijging van de levensverwachting die varieert van gemiddeld 22 maanden in Boekarest, 19 maanden in Boedapest tot 2 maanden in Malaga en minder dan een halve maand in Dublin.

Effecten van stikstof op de natuur

Niet alleen de gezondheid van de mens wordt door luchtverontreiniging aangetast. De verschillende luchtvervuilende stoffen hebben elk een ander effect en die effecten zijn merkbaar in allerlei soorten ecosystemen. Bijzondere risico's zijn verbonden aan een teveel aan stikstof.

Stikstof is een onmisbare voedingsstof voor planten die het nodig hebben voor een gezonde groei en om te overleven. Het lost op in water en wordt zo via de wortels opgenomen. Omdat planten op die manier grote hoeveelheden stikstof uit de grond halen, gebruiken land- en tuinbouwers gewoonlijk kunstmest om extra stikstof en nog andere voedingsstoffen aan de grond toe te voegen,- om zo de productie te verhogen.

Stikstof aanwezig in de lucht heeft een vergelijkbaar effect. Wanneer stikstof wateroppervlakken of de grond raakt, kan deze extra stikstof in ecosystemen terechtkomen (waar de hoeveelheid voedingsstoffen beperkt is, en die daardoor een unieke flora en fauna hebben) en aan bepaalde soorten een voordeel verschaffen. Een stikstofoverschot in dergelijke 'kwetsbare ecosystemen' kan het evenwicht tussen de soorten die er leven volledig verstoren en leiden tot verlies aan biodiversiteit in het gebied. In zoetwater- en kustecosystemen kan het ook bijdragen tot algengroei.

De reactie van ecosystemen op overmatige stikstofdepositie wordt 'eutrofiëring' genoemd. Het oppervlak aan kwetsbare ecosystemen waarin eutrofiëring plaatsvindt, is de laatste twee decennia maar licht gedaald in de EU. Vandaag loopt naar schatting bijna de helft van het totale oppervlak aan kwetsbare ecosystemen het risico van eutrofiëring.

Stikstofverbindingen dragen ook bij tot de verzuring van zoetwateroppervlakken en bosgronden, wat gevolgen heeft voor de soorten die ervan afhankelijk zijn. Net als bij eutrofiëring kunnen de nieuwe leefomstandigheden sommige soorten bevoordelen ten koste van andere.

De Europese Unie is erin geslaagd het oppervlak aan kwetsbare ecosystemen waarin verzuring plaatsvindt aanzienlijk te verminderen, vooral door een sterke vermindering van de zwaveldioxide-emissies. Slechts enkele 'hot spots' kampen met verzuringsproblemen, met name in Nederland en Duitsland.

ImaginAIR: Forests in the Czech Republic still affected by air pollution

(c) Leona Matoušková, ImaginAIR/EEA

"Het IJzergebergte in Noord-Tsjechië, dat tot beschermd landschap is verklaard, ligt in een gebied dat vroeger berucht was om de ernstige luchtverontreiniging en daarom de 'Zwarte Driehoek' werd genoemd."
Leona Matoušková, Tsjechië

Vervuiling zonder grenzen

Hoewel de effecten van luchtverontreiniging op de volksgezondheid en het milieu in sommige gebieden en landen ernstiger zijn dan in andere, is luchtvervuiling een wereldwijd probleem.

Het bestaan van wereldwijde windstromen betekent dat luchtvervuilende stoffen zich over de hele aarde bewegen. Een deel van de luchtvervuilende stoffen en de precursoren ervan die in Europa worden gevonden, zijn in Azië en Noord-Amerika in de lucht uitgestoten. Net zo geldt dat een deel van de vervuilende stoffen die in Europa in de lucht worden uitgestoten, door de wind worden meegevoerd naar andere regio's en continenten.

Dat vervuiling geen grenzen kent, is ook waar op kleinere schaal. Zo wordt de luchtkwaliteit in stedelijke gebieden in het algemeen beïnvloed door de luchtkwaliteit in het omringende platteland, en omgekeerd.

"We ademen altijd en worden dus ook voortdurend blootgesteld aan luchtvervuiling, zowel binnens- als buitenshuis", zegt Erik Lebret van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). "Overal waar we heen gaan, ademen we lucht in die is verontreinigd met allerlei vervuilende stoffen. Soms is die vervuiling zo sterk dat je schadelijke gezondheidseffecten mag verwachten. Helaas is er geen plek waar de lucht helemaal zuiver is."

Meer informatie

Geographical coverage

[+] Show Map

Opmerkingen

Meld je nu aan
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Momenteel hebben we 33048 abonnees. Frequentie: 3-4 e-mails / maand.
Bekendmakingen archief
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100