Persoonlijke hulpmiddelen

Kennisgevingen
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Frequentie: 3-4 e-mails/maand.
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
Twitter icoon Twitter
Facebook icoon Facebook
YouTube-icoon YouTube kanaal
RSS-logo RSS-feed
Meer

Write to us Write to us

For the public:


For media and journalists:

Contact EEA staff
Contact the web team
FAQ

Call us Call us

Reception:

Phone: (+45) 33 36 71 00
Fax: (+45) 33 36 71 99


volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Signalen 2013 – Bij elke ademhaling / Signalen 2012 / Artikelen / Leven in een consumptiemaatschappij

Leven in een consumptiemaatschappij

Taal wijzigen:
Decennia van relatief gestage groei in Europa hebben onze manier van leven veranderd. We produceren en consumeren meer goederen en diensten. We reizen meer en leven langer. Maar de milieueffecten van onze economische activiteiten thuis en in het buitenland zijn groter en zichtbaarder geworden. Met milieuwetgeving — mits behoorlijk uitgevoerd — worden praktische resultaten behaald. Maar als we kijken naar wat de afgelopen twintig jaar is veranderd, kunnen we dan oprecht zeggen dat we ons best doen?
Consumer choices

Consumer choices  Image © Thinkstock

Toen Carlos Sánchez in 1989 werd geboren, leefden in het hoofdstedelijk gebied van Madrid vijf miljoen mensen. De familie van Carlos woonde in een tweekamerappartement in het stadscentrum. Ze hadden geen auto, maar wel een televisie.

De familie van Carlos was toen niet de enige Spaanse familie die geen auto had. In 1992 — zes jaar nadat Spanje tot de Europese Unie was toegetreden — telde het land 332 personenauto’s per 1 000 inwoners. Bijna twee decennia later, in 2009, was dat cijfer gestegen tot 480, iets meer dan het EU-gemiddelde.

Toen Carlos vijf jaar oud was, kocht de familie Sánchez het appartement van de buren en maakte van twee appartementen één. Toen hij acht was, kochten ze hun eerste auto, tweedehands.

Vergrijzing

Niet alleen onze manier van verplaatsen is veranderd. De samenlevingen zelf zijn dat ook. Op een enkele lidstaat na is het gemiddelde geboortecijfer per vrouw de laatste twintig jaar nagenoeg hetzelfde gebleven in de EU-landen. Spaanse vrouwen kregen in 1992 gemiddeld 1,32 en in 2010 gemiddeld 1,39 kinderen — een lichte stijging, maar nog steeds ver beneden het algemeen aanvaarde vervangingsniveau van 2,1. Het gemiddelde vruchtbaarheidscijfer in de EU-27 bedroeg in 2009 ongeveer 1,5.

Toch groeit de EU-bevolking, vooral door immigratie. Ook leven we langer en beter. In 2006 bedroeg de gemiddelde levensverwachting bij geboorte 76 jaar voor mannen en 82 jaar voor vrouwen. Eind oktober 2011 was de wereldbevolking gegroeid tot zeven miljard. Hoewel de vruchtbaarheidscijfers de afgelopen twintig jaar zijn gedaald, zal de wereldbevolking naar verwachting verder toenemen en in 2100 de grens van tien miljard bereiken.

Ook is sprake van een toenemende verstedelijking. Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft nu in stedelijke gebieden. Van de EU-bevolking leeft ongeveer drie kwart in stedelijke gebieden. De effecten hiervan zijn ook in veel Europese steden zichtbaar. Zo was de bevolking van de regio Madrid in 2011 gegroeid tot 6,3 miljoen.

We verbouwen ons voedsel met petrochemische meststoffen en pesticiden. De meeste van onze bouwmaterialen — cement, plastic, enz. — zijn gemaakt van fossiele brandstoffen. Onze kleding is voor het grootste deel gemaakt van petrochemische synthetische vezels. En ook voor ons vervoer en onze elektriciteits-en warmtevoorziening zijn we afhankelijk van fossiele brandstoffen. We hebben een complete beschaving opgebouwd op gewonnen steenkool die is gevormd tijdens het Carboon.
… de generaties die over vijftigduizend jaar op deze planeet leven (…) zullen ons omschrijven als de ‘steenkoolmensen’ en dit tijdvak aanduiden als de ‘steenkooltijd’, net zoals we nu spreken over de ‘bronstijd’ en de ‘ijzertijd’.

Jeremy Rifkin, voorzitter van de Foundation on Economic Trends en adviseur van de Europese Unie. Uittreksel uit zijn boek “The Third Industrial Revolution”.

Alom groei

Coyright: Stockxpert.comNet als in veel andere Europese landen was ook in Spanje de laatste twintig jaar sprake van een gestage economische groei en stijgende inkomens. En tot voor kort leek het erop alsof het werkloosheidsprobleem van het land daadwerkelijk was opgelost. De economische hausse werd gestimuleerd door gemakkelijke leningen — zowel van publieke als private verstrekkers — een overvloed aan grondstoffen en de instroom van immigranten uit Midden-en Zuid-Amerika en Afrika.

Toen Carlos werd geboren, bestond er, afgezien van een paar gekoppelde IT-netwerken, geen internet zoals we dat vandaag kennen. Mobiele telefoons waren zeldzaam, lastig om mee te nemen en voor de meeste mensen onbetaalbaar. Van onlinegemeenschappen of sociale netwerken had nog niemand gehoord. Voor veel gemeenschappen stond ‘technologie’ voor een betrouwbare elektriciteitsvoorziening. De telefoon was duur en niet altijd beschikbaar. Vakantie in het buitenland was alleen mogelijk voor de happy few.

Hoewel de Europese Unie de laatste twintig jaar verscheidene keren te maken heeft gehad met economische neergang, groeide de EU-economie in die periode met veertig procent, waarbij het gemiddelde groeipercentage in de landen die in 2004 en 2007 zijn toegetreden, iets hoger was dan in de overige landen. In Spanje waren met name toerismegerelateerde bouwactiviteiten een belangrijke motor van de economie. In andere Europese landen stonden ook sectoren als de verwerkende industrie en de dienstensector aan de basis van de economische groei.

Carlos leeft met zijn ouders nog steeds op hetzelfde adres. Zowel hij als zijn ouders hebben nu een eigen auto en een mobiele telefoon. De levensstijl van de familie Sánchez is naar Europese maatstaven niet ongewoon.

Grotere ecologische voetafdruk

De milieudruk van Europa is evenredig aan de economische groei toegenomen, zowel voor het milieu in Europa als wereldwijd. De handel heeft bijgedragen aan het bevorderen van de welvaart in zowel Europa als ontwikkelingslanden, maar ook aan het verspreiden van de milieueffecten van onze activiteiten.

In 2008 importeerde de Europese Unie in termen van gewicht zes keer zoveel grondstoffen als ze exporteerde. Dit verschil kan bijna volledig worden toegeschreven aan de hoge import van brandstoffen en mijnbouwproducten.

Beleid werkt, mits goed vormgegeven en uitgevoerd

Het groeiende besef, wereldwijd, van de dringende noodzaak van het aanpakken van milieuproblemen, begon veel eerder dan de Wereldmilieutop in Rio in 1992. Al begin jaren zeventig was er de eerste Europese milieuwetgeving. Sindsdien weten we uit ervaring dat milieuwetgeving effect heeft als ze effectief wordt uitgevoerd.

Bijvoorbeeld de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) van de EU verschaffen een wettelijk kader voor de beschermde gebieden in Europa. De Europese Unie heeft nu meer dan 17% van haar landoppervlak en meer dan 160 000 km2 voor de kust aangewezen als onderdeel van het natuurbeschermingsnetwerk “Natura 2000”. Hoewel veel Europese soorten en habitats nog steeds worden bedreigd, is Natura 2000 een belangrijke stap in de goede richting.

Ook andere milieumaatregelen hebben een positief effect op het Europese milieu gehad. Zo is de luchtkwaliteit de laatste twintig jaar in het algemeen aanzienlijk verbeterd. De grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand en enkele lokale luchtverontreinigende stoffen vormen echter nog steeds een bedreiging voor onze gezondheid. Ook de kwaliteit van de Europese wateren is dankzij Europese wetgeving aanzienlijk verbeterd. Maar de meeste verontreinigende stoffen die worden uitgestoten naar lucht, water en bodem verdwijnen niet zomaar. Integendeel: ze hopen zich op.

De Europese Unie is ook begonnen de koppeling tussen economische groei en de uitstoot van broeikasgassen te doorbreken. Toch neemt de uitstoot van deze gassen op mondiaal niveau nog steeds toe, wat bijdraagt aan de concentratie van koolstofdioxide in de atmosfeer en de oceanen.

Copyright: ThinkstockEen vergelijkbare trend is zichtbaar in het grondstoffengebruik. De Europese economie produceert nu meer met minder hulpbronnen. Maar we verbruiken nog steeds veel meer dan de Europese landmassa en zeeën kunnen leveren. De EU produceert ook nog steeds grote hoeveelheden afval, maar een groeiend deel daarvan wordt wel gerecycled en hergebruikt.

Helaas proberen we milieuproblemen nog te vaak als op zichzelf staande problemen en een voor een op te lossen. Dat kan niet. De aanpak van milieuproblemen moet worden geïntegreerd in economisch, ruimtelijkeordenings-, visserij- en landbouwbeleid, enz.

Wateronttrekking, bijvoorbeeld, heeft zowel gevolgen voor de kwantiteit als de kwaliteit van water aan de bron en stroomafwaarts. Naarmate de hoeveelheid water aan de bron door het onttrekken van meer water afneemt, worden de verontreinigende stoffen die naar het water worden uitgestoten, minder verdund en hebben daardoor een groter negatief effect op soorten die van dat water afhankelijk zijn. Om te komen tot een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit moeten we dus ook maatregelen nemen tegen de onttrekking van water.

Verandering in kleine stappen

Ondanks de hiaten in onze kennis wijzen de huidige milieutrends op de noodzaak van doortastende en onmiddellijke maatregelen waarbij zowel beleidsmakers als ondernemingen en burgers betrokken zijn. Als we zo doorgaan, zal de mondiale ontbossing in een kritiek tempo toenemen en de wereldgemiddelde temperatuur tegen het einde van deze eeuw met 6,4 °C zijn gestegen. Door de stijging van de zeespiegel zou een van onze meest waardevolle natuurlijke hulpbronnen — de grond — op laaggelegen eilanden en kustgebieden onderlopen.

Met internationale onderhandelingen en het implementeren van de resultaten daarvan zijn vaak jaren gemoeid. Goede nationale wetgeving is effectief als ze volledig wordt uitgevoerd, maar heeft slechts een beperkte geografische reikwijdte. Grote milieuproblemen stoppen in de regel niet bij nationale grenzen, waardoor de gevolgen van ontbossing, luchtvervuiling en zeeverontreiniging uiteindelijk iedereen kunnen raken.

Trends en houdingen kunnen — geleidelijk — worden veranderd. We begrijpen heel goed hoe de situatie twintig jaar geleden was en waar we ons nu bevinden. We hebben dan misschien geen wondermiddel waarmee alle milieuproblemen onmiddellijk kunnen worden opgelost, maar we hebben wel een idee — sterker nog: we hebben een heel pakket aan ideeën, instrumenten en beleidsplannen — hoe we onze economie in een ‘groene economie’ kunnen omvormen. We hebben nu de kans de komende twintig jaar aan een duurzame toekomst te bouwen.

Copyright: EEA/Ace&Ace

De kans grijpen

Maar we kunnen die kans alleen grijpen als sprake is van een gedeeld besef van de noodzaak daarvan. We kunnen alleen genoeg momentum creëren voor een radicale verandering van onze leefwijze als we begrijpen wat er op het spel staat. Het bewustzijn van de problematiek neemt weliswaar toe, maar niet altijd in voldoende mate. Economische onzekerheid, angst voor werkloosheid en zorgen om de gezondheid beheersen ons dagelijks leven. Dat is voor Carlos en zijn vrienden niet anders, zeker gezien de economische onrust in Europa.

Carlos is met zijn gedachten vooral bij zijn studie biologie en zijn carrièrevooruitzichten. Hij betwijfelt of de milieuproblemen in Europa en de wereld erg leven onder zijn generatie. Als stedeling erkent hij dat de generatie van zijn ouders een nauwere band had met de natuur, omdat in de meeste families ten minste een van de ouders op het platteland opgroeide. Zelfs als ze later voor hun werk naar de stad verhuisden, bleven ze in nauw contact staan met de natuur.

Copyright: Gülcin KaradenizCarlos zal wellicht nooit een soortgelijke band met de natuur hebben, maar hij is alleszins bereid om zijn eigen bescheiden bijdrage te leveren: hij neemt de fiets naar de universiteit. Hij heeft zelfs zijn vader overhaald met de fiets naar het werk te gaan.

Feit is dat economische zekerheid, gezondheid, kwaliteit van leven en zelfs het succesvol bestrijden van werkloosheid alleen mogelijk zijn op een gezonde planeet. Een snelle uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen en vernietiging van de ecosystemen die ons zo veel baten opleveren, zullen Carlos en zijn generatie zeker geen veilige en gezonde toekomst brengen. Een groene, koolstofarme economie is nog steeds de beste en meest levensvatbare optie om voor de lange termijn economische en sociale welvaart te verzekeren.

Voor meer informatie

Geographical coverage

[+] Show Map

gearchiveerd onder:

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100