Persoonlijke hulpmiddelen

Kennisgevingen
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Frequentie: 3-4 e-mails/maand.
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
Twitter icoon Twitter
Facebook icoon Facebook
YouTube-icoon YouTube kanaal
RSS-logo RSS-feed
Meer

Write to us Write to us

For the public:


For media and journalists:

Contact EEA staff
Contact the web team
FAQ

Call us Call us

Reception:

Phone: (+45) 33 36 71 00
Fax: (+45) 33 36 71 99


volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Signalen 2013 – Bij elke ademhaling / Signalen 2011 / Artikelen / Natuurlijke rijkdommen delen

Natuurlijke rijkdommen delen

Taal wijzigen:
Van de 8,2 miljard ton materialen die de 27 EU-landen in 2007 consumeerden, was 52 % mineralen, 23 % fossiele brandstoffen, 21 % biomassa en 4 % metalen. (SOER 2010)

 Image © EEA/John McConnico

Duizenden kilometers van Europa, in de staat Orissa tegen de Baai van Bengalen aan, rijden duizenden vrachtwagens af en aan. Dit is Oost-India, de legendarische oorsprong van India’s mineralenrijkdom en in het verleden een belangrijke bron van materialen voor de wereldwijde industriële groei. Het is nog steeds een van de rijkste mineralengebieden ter wereld, en de industriële revolutie is hier misschien nog maar net begonnen.

De stammen die in het bos leven hebben veel te verliezen en weinig te winnen. Ze worden niet goed beschermd, hun rechten zijn nooit vastgelegd of erkend. In een klein dorpje diep in de bossen van het district Gajapati woont Gangi Bhuyan met haar man Sukru Bhuyan en hun jonge kinderen.

Gedurende zo’n vijf maanden per jaar halen zij hun voedsel van de minder dan 2000 vierkante meter grond die zij bewerken aan de rand van het bos rondom Raibada, hun dorp. In deze periode oogsten ze ook groenten, zaden, vruchten, medicijnen en bouwmaterialen (zoals gras) uit het bos. Gedurende nog eens vier maanden halen ze daar hun meeste voedsel vandaan. Zonder het bos zouden ze van de honger omkomen. De resterende drie maanden zijn ze gedwongen te migreren naar grote stedelijke gebieden zoals Bangalore of Mumbai, waar ze als arbeiders werken.

Rijkdom onder de grond — Armoede erboven

Orissa, dat aan de Baai van Bengalen ligt in Oost-India, is rijk gezegend met allerlei mineralen en wordt gezien als een van de staten met de meeste hulpbronnen in India. Qua kwaliteit behoren de in Orissa gevonden mineralen tot de beste van de wereld.

Met zijn grote, nog nauwelijks ontgonnen voorraden kolen, ijzererts, bauxiet, chromiet, kalksteen, dolomiet, mangaan, graniet, tin, nikkel, vanadium en edelstenen is de staat snel aan het industrialiseren. Van enkele mineralen bezit Orissa ook een aanzienlijk deel van de wereldreserves, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Internationale ondernemingen staan daarom in de rij om hier aan de gang te gaan.

Sommige mineralen worden in India gebruikt, maar een flinke hoeveelheid gaat naar elders: China, Japan, Zuid-Afrika, Rusland, Korea, Thailand, Maleisië, Indonesië, Oekraïne, Nepal, de Verenigde Staten en natuurlijk de Europese Unie (Ota, A.B., 2006).

Breuklijnen in onze wereld

Met zijn rijkdom onder de grond en armoede boven de grond illustreert Orissa diverse breuklijnen van onze mondiale wereld. Ongelijkheid, de meedogenloze jacht op natuurlijke hulpbronnen en gedwongen migratie komen hier samen. De mijnbouw brengt economische voordelen met zich mee voor Orissa, maar die worden niet gelijk verdeeld. Voor de bosmensen zijn de kosten hoog, want de plek waar zij leven loopt gevaar omdat mijnbouwondernemingen in toenemende mate proberen toegang te krijgen tot hun land.

Zestig percent van Orissa’s stammen woont op grond die minerale rijkdommen bevat. Hun rechten op dit land zijn echter nooit in enige vorm vastgelegd. Dat stammen plaats moeten maken voor economische ontwikkelingen zoals mijnbouw is niet nieuw, maar de laatste decennia verandert de schaal waarop dit gebeurt. Sinds 1991 worden stammen vaker en in een groter gebied van hun grond verdreven vanwege economische ontwikkelingen (Ota, A.B., 2006).

Groeiende impact van Europa’s grondstoffengebruik

In Europa zijn we voor onze economische ontwikkeling en onze rijkdom sterk afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen. We gebruiken meer hulpbronnen dan we zelf hebben, en we zijn steeds meer afhankelijk van grondstoffen van elders.

Meer dan 20 % van de in Europa gebruikte grondstoffen wordt geïmporteerd. En indirect gebruiken we nog veel meer grondstoffen omdat we ook eindproducten importeren die elders worden vervaardigd.

Vooral voor brandstoffen en mijnbouwproducten zijn we sterk afhankelijk van import. Maar Europa is ook een netto importeur van veevoer en granen voor de vlees- en zuivelproductie. We importeren meer dan de helft van de vis die de EU gebruikt; na onze eigen visbestanden te hebben uitgeput doen we nu elders hetzelfde.

De winning van grondstoffen en de productie van handelsgoederen leiden tot milieudruk — zoals afvalproductie of water- en energiegebruik — in de landen van oorsprong. De impact van de hulpbronnen kan aanzienlijk zijn. Voor computers of mobieltjes kan die de impact van het product zelf met enkele orden van grootte overtreffen. Maar ondanks het belang ervan, komt deze milieudruk zelden tot uitdrukking in prijzen of in andere signalen die de consument leiden bij zijn keuzes.

Een ander voorbeeld van de natuurlijke hulpbronnen die opgesloten zitten in handelsproducten is het water dat nodig is bij de teelt van veel geëxporteerde voedsel- en vezelproducten. Die productie resulteert in indirecte en vaak impliciete waterexport. Van het waterverbruik van de EU voor katoen vindt bijv. 84 % plaats buiten de EU, vooral in waterarme gebieden met intensieve irrigatie.


Meer informatie hierover, samen met een volledige lijst verwijzingen, is te vinden in SOER 2010:
www.eea.europa.eu/soer/synthesis


Wie plukt de vruchten?

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen brengt milieu- en socio-economische problemen met zich mee. Het TEEB‑proces — The Economics of Ecosystems and Biodiversity, een belangrijke analyse van het wereldwijd economische belang van biodiversiteit — laat de relatie tussen biodiversiteitsverlies en armoede zien.

TEEB-onderzoekers hebben onderzocht wie rechtstreeks voordeel heeft van veel van de diensten van ecosystemen en biodiversiteit. „Het antwoord”, schrijft Pavan Sukhdev, hoofd van het UNEP Green Economy Initiative, „is dat dit meestal de armen zijn. Als die diensten wegvallen, treft dat vooral de landbouw voor eigen gebruik, veeteelt, visserij en informele bosbouw — en daar zijn de meeste arme mensen van afhankelijk” (EC, 2008).

De impact van biodiversiteitsverlies in India heeft ook ernstige gevolgen voor vrouwen in hun rol als verzamelaar van bosproducten. Uit onderzoek in de door stammen bewoonde gebieden van Orissa en Chattisgarh blijkt dat ontbossing de stammen van hun middelen van bestaan heeft beroofd en dat vrouwen viermaal zo ver moeten lopen om bosproducten te verzamelen en geen medicinale kruiden meer kunnen vinden. Dat leidt tot inkomensverlies, meer geestdodend werk en lichamelijke gezondheidsklachten. Het blijkt ook dat vrouwen een hogere status binnen de familie hebben in dorpen met veel bossen, waar ze meer aan het gezinsinkomen bijdragen, dan in dorpen zonder natuurlijke hulpbronnen (Sarojini Thakur, 2008).

In Europa zijn we vaak afgeschermd van de directe impact van milieuaantasting, tenminste op de korte termijn. Maar voor arme mensen die voor voedsel en onderdak direct afhankelijk zijn van hun omgeving kunnen de effecten ernstig zijn. De zwaksten in de samenleving hebben vaak het meest te lijden onder vernietiging van natuurlijke systemen, terwijl ze er weinig of geen voordeel van hebben.

De jaarlijkse verliezen aan natuurlijk kapitaal worden doorgaans ingeschat op een magere paar percentpunten van het BNP. Als we ze echter uitdrukken in menselijke termen op basis van het gelijkheidsprincipe en onze kennis van wie de vruchten plukt van de natuur (de armen) dan wint het pleidooi aanzienlijk aan kracht om dergelijke verliezen te beperken.

Dit geldt overal ter wereld. Het gaat om het recht van de armen van de wereld op producten uit de natuur die de helft of meer van hun middelen van bestaan vormen en die voor hen onvervangbaar zijn (EC, 2008).

ForestNatuurlijk kapitaal en ecosysteemdiensten

De begrippen „natuurlijk kapitaal” en „ecosysteemdiensten” staan centraal in discussies over de relatie tussen mens en milieu. Voor een beter begrip ervan is het nuttig om te kijken wat natuurlijke systemen feitelijk voor ons doen.

Een goed voorbeeld zijn bossen, die allerlei soorten voedsel kunnen leveren: vruchten, honing, paddenstoelen, vlees, enz. Als ze goed beheerd worden, kunnen ze ook een duurzame stroom grondstoffen zoals hout leveren voor de economie. Maar bossen kunnen nog veel meer betekenen. Bomen en vegetatie helpen bijvoorbeeld een gezond klimaat creëren, lokaal en wereldwijd, door verontreinigingen en broeikasgassen te absorberen. De bosgrond breekt afvalstoffen af en zuivert water. En mensen komen vaak van ver om te genieten van de rust en de schoonheid van bossen of voor hobby’s zoals jagen.

Al deze diensten — het leveren van voedsel en vezels, regulering van het klimaat, enz. — zijn waardevol. We zouden veel geld neertellen voor machines die hetzelfde kunnen doen. Daarom moeten we ecosystemen eigenlijk beschouwen als een vorm van kapitaal die diensten levert aan de eigenaar maar vaak ook aan andere mensen, zowel in de buurt als ver weg (zoals in het geval van klimaatregulering). Het is cruciaal dat we ons natuurlijk kapitaal in stand houden — het ecosysteem niet te veel exploiteren en niet te veel vervuilen — zodat het deze enorm waardevolle diensten kan blijven verstrekken.

De waarde van biodiversiteit in onze bossen

De belangrijkste reden dat bosbiodiversiteit verloren gaat is dat de waarde ervan niet wordt ingezien. De beslissing om een hectare bos met grote biodiversiteit te gaan gebruiken voor landbouw of huizenbouw wordt bijvoorbeeld doorgaans gebaseerd op de onmiddellijke voordelen. Er wordt weinig aandacht geschonken aan de vele niet-meetbare ecologische diensten die deze ecosystemen verschaffen.

Medicijnen in India’s bossen

Naast een rijke flora en fauna beschikt India ook over een van ’s werelds rijkste voorraden medicinale planten. Maar liefst 8 000 soorten planten worden regelmatig medicinaal gebruikt, en 90–95 % daarvan is afkomstig uit bossen. Minder dan 2 000 van deze planten zijn officieel geregistreerd in het Indiase gezondheidssysteem. Informatie over de rest is niet vastgelegd en wordt mondeling en als traditionele kennis overgedragen. Slechts 49 soorten worden in moderne medicijnen toegepast.

Biodiversiteit is een soort verzekering tegen menselijke ziekte — een kennisbank met potentiële geneesmiddelen voor ziekten zoals kanker of aids. De schors van de cinchonaboom bevat bijvoorbeeld een medicijn dat gebruikt wordt tegen malaria. Helaas beseffen we vaak niet wat de samenleving verliest als een soort uitsterft.

Het bovenstaande is gebaseerd op het rapport Green accounting for Indian states project: the value of biodiversity in India’s forests (Gundimeda et al., 2006).

Het vermogen om stil te staan

Globalisering wordt vaak gekenmerkt door beweging van bijvoorbeeld mensen, goederen, rijkdom en kennis. Stilstaan of op je plek blijven, wordt doorgaans niet tot de mensenrechten gerekend waaraan we veel belang hechten. Maar dat is nou precies wat de bosmensen van Orissa en veel anderen graag willen: kunnen blijven waar ze zijn, waar ze voedsel en onderdak vinden en waar hun familie en hun stamgenoten zijn. Waar generaties zich veilig en zeker hebben gevoeld.

Met de grote toevloed van mensen naar steden en stedelijke gebieden zouden we moeten gaan nadenken hoe we mensen in staat kunnen stellen te blijven waar ze zijn.

Geographical coverage

[+] Show Map

Opmerkingen

Meld je nu aan
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Momenteel hebben we 33216 abonnees. Frequentie: 3-4 e-mails / maand.
Bekendmakingen archief
Volg ons
 
 
 
 
 
Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100