Persoonlijke hulpmiddelen

volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Artikelen / 'Killerslakken' en andere vreemde gasten - De biodiversiteit van Europa verdwijnt in een alarmerend tempo

'Killerslakken' en andere vreemde gasten - De biodiversiteit van Europa verdwijnt in een alarmerend tempo

Taal wijzigen:
Is tuinieren uw hobby? Als dat zo is en u woont in het midden of noorden van Europa, dan is de 'killerslak' waarschijnlijk een van uw persoonlijke vijanden. Deze slak, die het genadeloos gemunt heeft op uw kruiden en groenten, lijkt immuun voor beheersingsmaatregelen.

De killerslak, met de wetenschappelijke naam Arion lusitanicus, wordt ook wel 'Spaanse wegslak' genoemd, omdat hij een inheemse soort op het Iberisch schiereiland is. De slak is hermafrodiet en kan zich daarom razendsnel vermenigvuldigen. De Spaanse wegslak is agressiever dan de inheemse zwarte wegslak en eet zwakkere soortgenoten op.

De killerslak begon zich ongeveer 30 jaar geleden in Europa te verspreiden, doordat de eitjes meereisden in de kluiten van potplanten. Deze route is ook vandaag de dag nog steeds een belangrijke bron van plagen.

De killerslak is maar één voorbeeld van een veel grotere bedreiging voor de biodiversiteit in Europa. Vreemde of niet-inheemse soorten vestigen en verspreiden zich over het gehele continent door menselijk toedoen. De meeste uitheemse soorten komen binnen als verstekeling en worden ongemerkt over de gehele wereld vervoerd. Het VN-Verdrag inzake biodiversiteit wijst uitheemse soorten aan als een van de grootste bedreigingen voor de biodiversiteit wereldwijd.

Uitheemse soorten komen al zo lang op nieuwe plaatsen terecht als mensen rondreizen en handel drijven. De groeiende handelsactiviteit, verkenningen en kolonisatie sinds de 17e eeuw bracht de invasie echter pas goed op gang, met opvallende soorten zoals de bruine rat die voor het eerst binnenkwam op schepen vanuit Azië.

In Europa zijn circa 10.000 uitheemse soorten geregistreerd. Sommige, zoals de aardappel en de tomaat, werden doelbewust geïntroduceerd en zijn tot vandaag de dag van economisch belang. Andere, ook wel uitheemse plaagsoorten genoemd, zorgen echter voor ernstige problemen als plagen voor tuinen, landbouw en bosbouw, als dragers van ziekten of omdat ze constructies beschadigen, zoals gebouwen en dammen.

Uitheemse plaagsoorten veranderen ook de ecosystemen waarin ze leven en beïnvloeden de andere soorten in die systemen. Zo heeft een recente studie van de Japanse duizendknoop, die in de 19e eeuw als sierplant van Oost-Azië naar Europa kwam, aangetoond dat deze zich snel verspreidende uitheemse plant ernstige schade kan toebrengen aan natuurlijke planten- en insectensoorten in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Kosten

Uitheemse plaagsoorten brengen vaak hoge financiële kosten met zich mee voor hun nieuwe thuis. Uitheemse onkruiden reduceren Europese landbouwopbrengsten en de iepziekte, die veroorzaakt wordt door een geïntroduceerde schimmel, heeft een ware verwoesting aangericht onder iepen in de bossen van Midden-Europa. De Amerikaanse grijze eekhoorn, die in het Verenigd Koninkrijk werd geïntroduceerd, verdrijft de inheemse rode eekhoorn, een effect dat moeilijk in geld uit te drukken valt. Het dier beschadigt ook naaldbomen, waardoor ze als hout minder waard zijn.

De kosten van de schade en bestrijding van uitheemse plaagsoorten in de Verenigde Staten bedragen naar schatting 80 miljard euro per jaar. Volgens een eerste schatting bedragen deze kosten in Europa meer dan 10 miljard euro per jaar. Daarbij zijn de kosten die veroorzaakt worden door belangrijke menselijke ziektekiemen (zoals HIV of influenza) of buitengewone uitbraken van dierenziekten niet meegerekend.

Beheermaatregelen om gevestigde uitheemse soorten te reduceren (of uit te roeien) zijn lastig uit te voeren en duur.

De Europese Commissie ondersteunt natuurbeheerprojecten in de Lidstaten via de EU LIFE-Verordening. LIFE‑financiering wordt in toenemende mate ingezet voor projecten die betrekking hebben op uitheemse plaagsoorten en het budget bedraagt nu bijna 14 miljoen euro per periode van drie jaar.

Biodiversiteit — het grotere verband

Biodiversiteit verwijst naar de variëteit van het leven op aarde. Het vertegenwoordigt de natuurlijke rijkdom van onze planeet en als zodanig vormt het de basis van ons leven en onze welvaart. Het ondersteunt veel basisdiensten waar we afhankelijk van zijn, zoals het water dat we drinken en de lucht die we inademen. Het helpt ons ook om gewassen te bestuiven, het eten op tafel te krijgen, weersystemen te reguleren en ons afval op te ruimen.

Zonder biodiversiteit zouden we niet kunnen overleven. Daarom zouden we biodiversiteit kunnen zien als een verzekeringspolis die de planeet ons heeft gegeven. De waarde daarvan kan vergeleken worden met de werking van financiële markten. Net als bij aandelen, kan een gevarieerde portefeuille dieren- en plantensoorten een buffer vormen tegen verstoringen van het systeem.

Op dit moment is de biodiversiteit in een alarmerend tempo aan het verdwijnen. Dat is hoofdzakelijk te wijten aan de manier waarop we misbruik maken van de natuur om de productie, consumptie en handel van onze geglobaliseerde economie in stand te houden. Verlies en fragmentatie van habitats als gevolg van het opruimen van bossen en natuurgebieden om plaats te maken voor huizen, wegen en landbouw, het afwateren van waterrijke gebieden en het indammen van rivieren ten behoeve van de landbouw, en het leegvissen van de zeeën is de voornaamste oorzaak voor het verlies aan biodiversiteit.

itheemse plaagsoorten worden door veel natuurbeschermers beschouwd als de op één na grootste bedreiging voor de biodiversiteit op wereldniveau. Of ze nu met opzet of per ongeluk worden geïntroduceerd, deze soorten kunnen grote schade toebrengen aan mensen, ecosystemen en inheemse plant- en diersoorten. Het probleem van plaagsoorten zal naar verwachting in de komende eeuw verergeren onder invloed van klimaatverandering en de toename van handel en toerisme.

De andere grote bedreigingen voor de biodiversiteit zijn afkomstig van vervuiling, klimaatverandering en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen. In het licht van de voorspelde groei van de wereldbevolking van 6,7 miljard mensen vandaag de dag tot 9 miljard in 2050, wordt verwacht dat de voornaamste huidige bedreigingen een nog groter effect zullen hebben op de biodiversiteit en dat er nog meer soorten verloren zullen gaan.


Uitheemse plaagsoorten in Europa: steeds meer gevolgen

Uitheemse soorten zijn te vinden in alle Europese ecosystemen. Globalisering en in het bijzonder de groei van handel en toerisme hebben geleid tot een sterke stijging van het aantal en type uitheemse soorten die Europa binnenkomen.

Zee- en kustgebieden worden drastisch getroffen als gevolg van de toegenomen scheepvaart en de aanleg van kanalen tussen geïsoleerde gebieden. Het Suezkanaal is bijvoorbeeld nog steeds een belangrijke aanvoerbron van nieuwe soorten naar de Middellandse Zee. Ballastwater dat vrijkomt uit schepen is zo'n grote aanvoerbron van nieuwe organismen, dat er een apart verdrag voor is opgesteld. Het 'Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen' is gericht op 'het voorkomen, beperken en uiteindelijk uitbannen van de verplaatsing van schadelijke aquatische organismen en ziektekiemen' die op deze manier worden overgedragen.

Beheersingsmaatregelen

De meest doeltreffende verdediging tegen uitheemse plaagsoorten is preventie. Er moet als het ware een grenspatrouille komen om de toegang van nieuwe soorten te blokkeren. De tweede stap bestaat uit vroegtijdige opsporing en beheersing.

Een treffend voorbeeld is de reuzenberenklauw, Heracleum mantegazzianum, die in de 19e eeuw als sierplant in Europa werd geïntroduceerd. De plant is nu het doelwit van aanzienlijke inspanning op lokaal niveau om de soort te beheersen, die zich inmiddels heeft genesteld in weilanden, langs spoorlijnen, in bermen en langs rivieroevers. Reuzenberenklauw groeit dicht opeen en verdrijft daardoor inheemse planten. De plant is ook giftig en rechtstreeks huidcontact kan ernstige dermatitis veroorzaken. Reuzenberenklauw kan nu hoogstwaarschijnlijk niet meer uitgeroeid worden in Europa, maar actie in een vroeger stadium (tot aan de jaren vijftig) had waarschijnlijk betere resultaten geboekt.

In dit kader heeft de Europese Commissie in haar recente mededeling over biodiversiteit de noodzaak onderstreept van een 'vroegtijdig waarschuwingsmechanisme' voor uitheemse plaagsoorten. In antwoord daarop plant het EMA, met zijn netwerk van leden en samenwerkende landen, de opzet van een Europees informatiesysteem om nieuwe, zich uitbreidende plagen te onderkennen, detecteren en evalueren en erop te reageren.

De meest gezochte boosdoeners

Uitheemse soorten zijn er in alle soorten en maten. Sommigen zijn met opzet geïntroduceerd en hebben een economische waarde. Anderen veroorzaken weinig impact, maar er zijn nogal wat soorten die rampzalige gevolgen met zich mee hebben gebracht. Daarom is de eerste stap in de ontwikkeling van controle- en beheermaatregelen de identificatie van de meest offensieve soorten, zodat de inspanningen daarop gericht kunnen worden.

Om een beter inzicht te krijgen in uitheemse plaagsoorten en hun invloed op de Europese biodiversiteit heeft het EMA, met steun van een aantal experts, een lijst opgesteld van de plaagsoorten die de grootste bedreiging vormen voor de biodiversiteit in Europa.

De lijst bevat momenteel 163 soorten of soortgroepen. Soorten worden op de lijst gezet als ze sterk verspreid zijn en/of als ze belangrijke problemen veroorzaken voor de biodiversiteit en de ecosystemen in hun nieuwe habitats.

De soorten op de lijst, waarop vasculaire planten met 39 vermeldingen het meest voorkomen, hebben een belangrijke impact op inheemse soorten qua genetisch, soort- of ecosysteemniveau. Veel van deze soorten zijn ook schadelijk voor de menselijke gezondheid en de economie. Sinds 1950 groeit de lijst met gemiddeld meer dan één soort en er zijn nog geen duidelijke tekenen dat de situatie verbetert. ( afbeelding 1).

De soorten op de lijst zijn afkomstig uit vele werelddelen, waaronder vooral Azië en Noord-Amerika ( afbeelding 2). Vele andere soorten komen echter uit een deel van Europa en zijn naar een andere plek op het continent overgebracht.

Vooruitblik

De actie die nodig is om de opmars van uitheemse plaagsoorten tegen te gaan omvat onder meer maatregelen voor beheer en herstel, die moeilijk en duur zijn.

Maatregelen om de killerslak onder controle te brengen zijn bijvoorbeeld lastig gebleken en hebben vaak alleen maar een plaatselijke en tijdelijke uitwerking. Toch zijn deze maatregelen belangrijk.

Binnen de EU worden al pogingen gedaan om uitheemse plaagsoorten een halt toe te roepen via beheer- en herstelmaatregelen, die gefinancierd worden door de LIFE-Verordening.

Tussen 1992 en 2002 werd 40 miljoen euro toegewezen aan projecten die betrekking hadden op plaagsoorten en deze investering is groeiende. De EU financiert ook onderzoek naar deze soorten in het kader van het 'programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling'.

Het probleem van plaagsoorten zal niet vanzelf weggaan. Globalisatie en klimaatverandering (soorten verplaatsen zich door veranderingen in hun natuurlijke habitat) betekenen dat we steeds meer in contact zullen komen met deze soorten. Een groter publiek en politiek bewustzijn is dus vereist om de middelen te creëren die nodig zijn om de voornaamste aanvoerwegen te controleren, risicogebieden te monitoren met het oog op vroegtijdige opsporing en klaar te staan voor onmiddellijke actie om ongewenste soorten uit te bannen.

 

Referenties

DAISIE, 2008. Delivering Alien Invasive Species Inventories for Europe.(inventarisatieprogramma voor invasieve uitheemse soorten in Europa) 

EMA, 2007. Het milieu in Europa — De vierde balans (Nederlandse samenvatting). Kopenhagen.

Europese Commissie, 2006. Mededeling van de Commissie. Het biodiversiteitsverlies tegen 2010 — en daarna — tot staan brengen. De ecosysteemdiensten in stand houden in het belang van de mens. COM/2006/0216 def.

IMO, 2004. Verdragen van de InternationaleMaritieme Organisatie.

Kettunen, Genovesi, Gollash, Pagad, Starfinger, ten Brink & Shine, werk in voorbereiding.

Scalera, R., 2008. How much is Europe spending for invasive alien species? ('Hoeveel geeft Europa uit aan invasieve uitheemse soorten?') Rapport aan het EMA

Weidema, I., 2000. Introduced Species in the Nordic Countries.('Geïntroduceerde soorten in de Scandinavische landen') Nord Environment 2000:13.

Gerelateerde inhoud

Geographical coverage

[+] Show Map

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100