Persoonlijke hulpmiddelen

Kennisgevingen
Krijg meldingen over nieuwe rapporten en producten. Frequentie: 3-4 e-mails/maand.
Abonnementen
Abonneren om onze verslagen (op papier en/of in elektronische vorm) en onze driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief te ontvangen.
Volg ons
Twitter icoon Twitter
Facebook icoon Facebook
YouTube-icoon YouTube kanaal
RSS-logo RSS-feed
Meer

Write to us Write to us

For the public:


For media and journalists:

Contact EEA staff
Contact the web team
FAQ

Call us Call us

Reception:

Phone: (+45) 33 36 71 00
Fax: (+45) 33 36 71 99


volgende
vorige
items

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Sound and independent information
on the environment

U bent hier: Home / Artikelen / De stad

De stad

Taal wijzigen:
Van stedelijke ruimten naar stedelijke ecosystemen

Waarom zouden we niet beginnen ecosystemen te scheppen in plaats van ze te beschadigen?

zegt prof. Jacqueline McGlade

‘Waarom zouden we niet beginnen ecosystemen te scheppen in plaats van ze te beschadigen?’ zegt professor Jacqueline McGlade. ‘We hebben de technologie en we zijn in staat ze te ontwerpen. In heel Europa zijn voorbeelden te vinden van hoe de toekomst zou kunnen zijn, maar dat zijn enclaves van innovatie. Die enclaves moeten uitgroeien tot de steden van de toekomst.’

‘Neem licht — een natuurlijke hulpbron. Mensen wonen en werken graag in natuurlijk licht. Bij het bouwen kan met gemak veel beter gebruik worden gemaakt van natuurlijk licht. Of neem verticaal tuinieren. Dat houdt in dat onze steden veranderen in duurzame stedelijke boerderijen waar gewassen aan en in onze gebouwen worden geteeld.’

‘Het idee van levende muren en verticale stukken grond is heel oud, het gaat terug tot de hangende tuinen van Babylon. Het is verbazingwekkend dat we er nog maar zo weinig gebruik van hebben gemaakt, maar door de klimaatverandering is er een nieuwe dringende reden om onze gewoonten te veranderen,’ aldus professor McGlade.

Hogere temperaturen in steden, veroorzaakt door beton en teer die hitte absorberen en weer langzaam afgeven, zouden kunnen zorgen voor een langer groeiseizoen en een grotere opbrengst. Regenwater kan op daken worden opgevangen. Via netwerken van pijpleidingen kan het vervolgens naar elke etage doordruppelen. De planten zouden ook voor een isolerend effect kunnen zorgen en zo de leefruimte in het gebouw koel houden in de zomer en warm in de winter.

Bevolking op drift

De wereldbevolking dromt samen in onze steden. Naar verwachting zal in 2050 80 % van de geschatte 9 miljard mensen op aarde in stedelijke gebieden wonen. Vele steden worstelen met sociale- en milieuproblemen als gevolg van overbevolking, armoede, verontreiniging en verkeer.

De tendens om in de stad te gaan wonen, zal zich naar grote waarschijnlijkheid voortzetten. Steden nemen slechts 2 % van het aardoppervlak in beslag, maar de helft van de wereldbevolking woont er.(20) Drie kwart van de Europeanen woont in steden. In 2020 zal dit aandeel tot 80 % zijn gestegen. De Europese steden nemen momenteel 69 % van ons energiegebruik — en dus ook de meeste emissies van broeikasgas — voor hun rekening. De milieueffecten zijn in de verre omtrek voelbaar omdat de steden afhankelijk zijn van buitengebieden voor energie, grondstoffen en de lozing van afval. In een studie over Groot Londen(21) wordt geschat dat de stad een ecologische afdruk heeft die 300 keer groter is dan het geografische gebied — wat overeenkomt met bijna twee keer de omvang van het gehele Verenigd Koninkrijk. Stedelijke verontreiniging tast vaak ook gebieden buiten de stad aan.

Klimaatverandering vormt een nieuwe en onheilspellende bedreiging van het leven in de stad. Sommige steden zullen zeer te lijden krijgen als gevolg van die klimaatverandering. Sociale ongelijkheid wordt mogelijk verscherpt: de armen lopen vaak meer risico en hebben niet de middelen om zich aan te passen. De klimaatverandering zal ook het milieu in de stad aantasten: de lucht- en waterkwaliteit kan bijvoorbeeld achteruitgaan.

Van aanpassing naar een nieuwe manier van denken

Onze steden en stedelijke gebieden hebben dus veel problemen: op sociaal gebied, op het gebied van volksgezondheid en op het gebied van milieu. Niettemin betekent de nabijheid van zo veel mensen, ondernemingen en diensten die met het woord ‘stad’ in verband worden gebracht, dat er ook enorme mogelijkheden zijn.

De stedelijke omgeving biedt aanzienlijke mogelijkheden voor een duurzame manier van leven. Nu al heeft de bevolkingsdichtheid in steden tot gevolg dat er minder ver naar werk en diensten wordt gereisd, dat er meer gebruik wordt gemaakt van openbaar vervoer en dat de woningen kleiner zijn en dus minder licht en verwarming nodig hebben. Als gevolg hiervan gebruiken stadsbewoners minder energie per hoofd van de bevolking dan bewoners van het platteland.(22)

Onze steden verkeren ook in een unieke positie als het gaat om het beperken van de klimaatverandering of om aanpassing daaraan. De fysieke kenmerken, de opzet, het bestuur en de ligging van een stad zijn maar enkele factoren die tot beide kunnen bijdragen of beide kunnen verlichten.

Het moge duidelijk zijn dat technische oplossingen — zoals vloedkeringen — niet toereikend zijn. Aanpassing vergt ook een fundamenteel andere opzet van stedelijk ontwerp en beheer en zou moeten worden ingepast in alle relevante beleidsgebieden, waaronder landgebruik, huisvesting, waterbeheer, transport, energie, sociale rechtvaardigheid en gezondheid.

Met een andere opzet van stedelijk ontwerp, stedelijke architectuur en stedelijk vervoer kunnen we onze steden en stedelijke landschappen omvormen in ‘stedelijke ecosystemen’ die vooroplopen in het beperken van de klimaatverandering (beter vervoer, schone energie) en in aanpassing (drijvende woningen, verticaal tuinieren). Betere stadsplanning zal door de bank genomen leiden tot grotere levenskwaliteit en nieuwe banen scheppen omdat zij een impuls geeft aan de markt voor nieuwe technologieën en groene architectuur.

De sleutel ligt in een stadsplanning die een lager energieverbruik per hoofd van de bevolking bevordert, bijvoorbeeld door middel van duurzaam openbaar vervoer of door energiezuinig wonen. Nieuwe technologieën voor energie-efficiëntie en hernieuwbare hulpbronnen, zoals zonne- of windenergie en alternatieve brandstof, zijn ook belangrijk. Tenslotte moet mensen en organisaties de kans worden geboden hun gedrag te veranderen.

Het vormgeven van de toekomst

‘De toekomst zal anders uitpakken dan wij verwachten — dat is het enige waarvan wij zeker kunnen zijn,’ zegt Johan van der Pol, plaatsvervangend directeur van Dura Vermeer, een Nederlands bouwbedrijf dat op dit moment IJburg ontwerpt en bouwt, een nieuwe wijk in Amsterdam.

IJburg is een van de meest ambitieuze projecten die de gemeente Amsterdam ooit heeft opgezet. [N1] Een uitdijende bevolking en een stijgend waterpeil hebben de dichtbevolkte stad gedwongen tot creativiteit. En dus wordt er geëxperimenteerd met nieuwe soorten architectuur op het water zelf. De nieuwe huizen zijn ‘afgemeerd’ aan drijvende promenades en hebben water, stroom en riolering. Ze kunnen gemakkelijk weer worden ontkoppeld en ergens anders naartoe worden gebracht – waardoor het begrip verhuizen een nieuwe betekenis krijgt. De zich ontwikkelende stad heeft ook milieuvriendelijke drijvende kassen waarin allerlei soorten groenten en fruit kunnen worden verbouwd.

De drijvende woningen van IJburg zijn slechts één voorbeeld van een nieuwe architectuur en stadsplanning. De effecten van klimaatverandering lopen uiteen van droogte en hittegolven in Zuid-Europa naar overstromingen in het noorden. Steden moeten zich aanpassen. In plaats van simpelweg vloedkeringen te versterken of gebieden droog te pompen, richten sommige architecten, ingenieurs en stadsplanners zich op een hele nieuwe benadering van leven in de stad en stedelijke gebieden. Zij zien stedelijke landschappen als toekomstige stedelijke ecosystemen.

Het gonst in Parijs

Al 25 jaar worden er bijen gehouden op het dak van de Opera van Parijs. De kolonie van dit zeer Parijse instituut gedijt goed en levert 500 kilo honing per jaar.

Het gaat de stadsbijen voor de wind. Er zijn in Parijs wel 400 kolonies. Nieuwe korven zijn er nu in het paleis van Versailles en bij het Grand Palais. Steden bieden namelijk, dankzij de tuinen en parken, een overvloed aan bloeiende planten en bomen. En hoewel er zeker sprake is van vervuiling, zijn pesticiden in steden veel schaarser. Stadsbijen lijken het beter te doen dan hun neven en nichten op het Europese platteland.

De Franse nationale bond van bijenhouders begon in 2005 een campagne — ‘Operatie Bij’ — met als doel bijen te integreren in het stedelijk landschap. Het lijkt te werken. De bijenhoudersbond schat dat elke bijenkorf een minimum van 50 tot 60 kilo aan honing per oogst levert. De sterfte van de kolonies is tussen 3 en 5 %. Vergelijk dat eens met plattelandsbijen, die tussen 10 en 20 kilo honing produceren en een sterfte kennen tussen 30 en 40 %.

Er zijn ook bezige bijen in London. Volgens de Londense bijenhoudersvereniging waarderen stadsbijen de overvloedige aanwezigheid aan bloeiende planten en bomen, gecombineerd met een betrekkelijk laag gebruik van pesticiden. Dit en het iets mildere weer betekenen dat het bijenhoudersseizoen in de regel langer en productiever is dan in plattelandsgebieden. Een perfect voorbeeld van het potentieel van ons stedelijk ecosysteem.

Het uitwisselen van kennis en goede voorbeelden

‘Europese steden hebben te kampen met uiteenlopende problemen, die om uiteenlopende oplossingen vragen,’ aldus Ronan Uhel, hoofd van het programma Natuurlijke Systemen en Kwetsbaarheid bij het EMA.

‘De steden die al in een vroeg stadium maatregelen nemen, zullen het hoogste rendement behalen op hun aanpassingsinvesteringen. En toch hebben tot op heden maar weinig Europese steden strategieën ontwikkeld die aanpassing aan ‘nieuwe’ klimatologische omstandigheden mogelijk maken — en daar waar maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd, gaat het meestal om kleinschalige projecten,’ zegt hij.

Andere steden zijn misschien niet zo ruim bedeeld met kennis en middelen en hebben vaste steun en begeleiding nodig. Een betere uitwisseling van ervaringen en goede voorbeelden tussen steden zou zeer waardevol zijn.

‘Thisted is een kleine gemeenschap in het westen van Denemarken die op het gebied van energie geheel zelfvoorzienend is. Soms levert ze zelfs energie aan het nationale netwerk. Deze gemeenschap neemt haar lot in eigen hand.

Het klinkt filosofisch, maar dat is waarover we het hebben: om het opnieuw opeisen van onze identiteit,’ aldus Ronan Uhel. ‘Wij hebben samenlevingen van afhankelijke mensen geschapen. Wij hebben vaak alleen maar een virtuele band met onze natuurlijke omgeving, ons in folie verpakt voedsel, ons water. Wij moeten onszelf en onze plaats in de natuur herontdekken.’

Oog op de aarde gericht

Bij het EMA geloven wij dat als we onze milieuproblemen willen aanpakken, we contact moeten leggen met gewone mensen om hen te vragen hoe zij ons kunnen ‘informeren’. Boeren, hoveniers, jagers, sportfanaten — allen beschikken over parate lokale kennis.

‘Eye on Earth’ — een samenwerking tussen het EMA en Microsoft — biedt snelle, interactieve, bijna realtime informatie over zwemwater- en luchtkwaliteit in Europa, en er zitten meer diensten in de pijplijn. Het stelt gebruikers in staat hun stem te laten horen en officiële informatie aan te vullen, te bevestigen, of juist te weerleggen. Door burgers een bijdrage te laten leveren en meer invloed te geven door hen van relevante en controleerbare informatie te voorzien, dragen diensten als Eye on Earth aanzienlijk bij aan een beter milieubeheer: http://eyeonearth.cloudapp.net/

20. Milieuprogramma van de Verenigde Naties, 2008

21. Greater London Authority

22. IEA, 2008

Geographical coverage

[+] Show Map

Opmerkingen

Europees Milieuagentschap (EMA)
Kongens Nytorv 6
1050 Kopenhagen K
Denemarken
Telefoon: +45 3336 7100